Geplaatst in Mijn tante Hetty

Tante Hetty, deel 17: Aan de keukentafel

Het stuk pizza bij Victor thuis gisteravond is het laatste dat ik gegeten heb. Dat merk ik nu ik veilig in het huis van tante ben. Ik loop naar de keuken om wat te eten te zoeken. Victor zal ook wel honger . Ik grijp de deur vast als ik een man zie opstaan vanachter de keukentafel. Wat doet die hier in de keuken van tante?
‘Je hoeft niet bang te zijn Mara.”
Hoe kan hij mijn naam weten? Ik bekijk hem van onder naar boven. Hij ziet er niet uit als een crimineel, meer als een leraar van school.
‘Ik ben van de politie.’
Hij houdt een kaart omhoog, maar van zo ver kan ik niet zien wat er op staat.
‘Je tante is veilig op het politiebureau. We zoeken je al de hele nacht.’
Ik durf weer adem te halen.
‘Hier ga maar zitten, dan kun je een beetje bijkomen van de schrik.’
Hij schuift een stoel onder de tafel vandaan. Even later krijg ik een glaasje water en mag ik zijn pasje van dichtbij bestuderen. Gert Kleinsma, rechercheur Holland Midden, 28 mei 1979. Hij kijkt streng op de foto. In het echt is hij meer een vriendelijke beer die nu naast mij komt zitten. Ik mag Gert zeggen.
‘Denk je dat je mij nu kunt vertellen waar je bent geweest vannacht?’ De rechercheur probeert mijn blik te vangen. Zijn ogen staan bezorgd. Ik besluit alles te vertellen, vanaf het moment dat ik met tante boodschappen ging doen. Als ik bij onze ontsnapping uit de tunnel ben aangeland, zie ik achter Gert iets bewegen. De rechercheur volgt mijn blik. Hij wil opstaan van zijn stoel maar Victor is sneller. Met een doffe klap landt een Afrikaans masker op het hoofd van de arme rechercheur. Hij glijdt langzaam van de stoel op de grond. Ik kniel naast hem neer. Gelukkig, hij haalt nog adem. Er zit bloed bij zijn oor. Boos kijk ik naar Victor.
‘Wat heb je nu toch gedaan? Hij is van de politie, sukkel.’
‘Hoe kon ik dat nou weten? Ik wilde je alleen maar redden.’
‘We moeten hulp halen. De man in de auto is ook van de politie. Ze hebben de hele nacht op ons zitten wachten. Tante zit op het politiebureau. Zij hebben haar computer gekraakt. Wat sta je me nu aan te kijken, ga die politieman waarschuwen.’
Gelukkig, dat zet Victor in beweging. Net als hij naar buiten wil lopen, gaat de telefoon. We kijken elkaar vragend aan. ‘Neem hem maar op Mara, anders krijgen we misschien nog meer problemen.’
‘Met Mara Nelemans.’
‘Dag Mara, met mama. Waar waren jullie gisteravond? Ik kon jullie maar niet bereiken. Ik heb goed nieuws. Vanavond vliegen we naar Nederland, is dat niet fijn? Ik ben zo blij, mag ik tante even spreken?’
‘Tante is niet thuis.’
‘Waar is Hetty dan?’
Wat moet ik zeggen zonder mama ongerust te maken? ‘Ze is op kantoor.’
’Op kantoor, het is zaterdag? Wat is er aan de hand Mara?’
‘Niets bijzonders, ze heeft het gewoon druk.’
‘Oké, vertel haar dan dat we om elf uur tien morgenochtend op Schiphol landen. We worden opgehaald. Ik zie je morgen lieverd.’
Ze heeft opgehangen. Victor kijkt me vragend aan.
‘Morgenochtend komen mijn vader en moeder terug uit Kathmandu.’

 

Waar waren we ook al weer gebleven? Klik hier.

Of wil je bij het begin beginnen? Klik dan hier.

 

 

Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Roze sokken

‘Lieve mensen, we zijn hier vandaag om te vieren dat Marlies en Mark in het huwelijk zijn getreden. Helaas hebben zij door dit mooie feest geen geld meer over om op huwelijksreis te gaan. Daarom hebben we iets bedacht. We hebben jullie gevraagd spullen mee te brengen van je zolder of uit de berging. Wat voor de één waardeloos is, is voor de ander een buitenkansje. We gaan alles bij opbod verkopen. Dus mensen, biedt gul zodat dat lieve stel met elkaar op reis kan. En zeg nu zelf, het is toch handig om je voorraad nutteloze voorwerpen aan te vullen voor een volgend feestje?
Wat heb ik hier als eerste, een paar warme roze sokken. Zo te zien nog nooit gedragen. Wie biedt?’

Ik staar naar wat Theo voor ons in de hoogte houdt. Die sokken ken ik. Ik heb ze zelf gebreid voor mijn zus. Hoe kan dat nou, ze was er zo blij mee. Ik kijk rond of ik mijn zus ergens zie. Achterin de zaal staat ze tegen de muur geleund. Ik probeer haar blik te vangen. Gelukt, ze steekt haar hand naar me op.

Ondertussen blijft Theo maar door kletsen.
‘We beginnen met vijf euro. Daarachter in de zaal. Deze sokken zijn toch meer waard dan vijf euro. Heerlijk om je voeten in bed warm te houden. Hier wordt acht euro geboden. Kom op dames, niet iedereen is net getrouwd. Wie biedt er meer? ’

Ik blijf naar mijn zus staren. Ze laat haar arm weer zakken en kijkt van mij naar Theo. Ik zie dat er iets begint te dagen. Haar gezicht wordt langzaam rood.

 

photo credit: AnnaKika, Creative Commons

Devi roept keihard olé!

Heel lang geleden, ergens in een land hier ver vandaan, woonde een meisje. Devi was haar naam. Als Devi later groot was wilde ze danseres worden. Dan wilde ze de hele dag flamenco’s dansen, met haar hakken stampen op de vloer en keihard: ’Olé’, roepen. Ze begon al vast te oefenen. Ze danste alle dagen, dansten door straten, over pleinen en riep keihard: ‘Olé.’ Soms riep er iemand ‘Olé’, terug, soms begon er alleen maar een hond te blaffen.
Zo danste Devi het hele land door totdat ze op een plek kwam waar ze nog nooit was geweest. Verbaasd keek ze om zich heen. Het leek een bos maar dat was het niet. Het zag er heel anders uit dan het bos thuis. Er viel zacht licht op bloemen die bijna net zo groot waren als Devi zelf. Ze roken heerlijk. Devi stak voorzichtig haar hoofd in één van de bloemkelken. Aan dunne draadjes hingen druppels honing. Ze stak haar hand uit om een druppel te vangen. Ze legde hem op haar tong. Zoiets hemels had ze nog nooit geproefd. Er klonk nu ook zachte muziek.
‘Kan ik hier niet altijd blijven?’ Devi schrok van haar eigen stem
‘Nee, dat kan niet,’ zei de bloem, ‘maar je mag altijd terug komen als je moe bent van het stampen.’ En dat deed Devi. Af en toe zocht ze de bloem op en proefde een beetje van de honing die altijd lekker was. En zo danste Devi nog lang en gelukkig. Olé!

Geplaatst in Mijn tante Hetty

Mijn tante Hetty, deel 16: Ontsnapt

Het blijft het stil boven.
‘Ik denk dat er alleen maar iets is omgevallen. Zullen we het nog een keer proberen?’
Ik knik. Samen duwen we nog een keer tegen het luik. Boven ons hoofd begint iets te schuiven. Victor wringt zich door de opening. Het luik valt met een klap achter hem dicht. Nu zit ik alleen in het donker. Gespannen luister ik naar wat er boven mijn hoofd gebeurt. Voetstappen en geschuif. Dan ineens klapt het luik open en kijk ik in het grijnzende gezicht van Victor.
‘Het waren alleen maar stoelen die op het luik stonden.’
Ik bekijk de ruimte waarin we zijn beland. Het lijkt wel een café, er is een bar met krukken. Voor de rest staat het vol met tuinstoelen en tafels.
Voor de ramen zitten luiken. Toch kunnen we genoeg zien. Dat komt omdat het raampje boven de deur niet afgedekt is. Na het donker in de tunnel geeft dat een zee aan licht.
Victor kijkt keurend om zich heen.
‘Je kunt hier chille feesten geven.’
‘Ik heb altijd gedacht dat het een gewoon tuinhuisje was met gereedschap en zo.’
Ik trek aan de klink van de deur. Op slot, natuurlijk.
‘Hoe komen we hier uit?’
‘Kunnen ze vanuit het huis het tuinhuisje zien?’
‘Ja, maar het staat bijna bij het gat in de heg naar de tuin van tante. Hier, ik zal het even tekenen.’
Op één van de tafels, in het stof, teken ik de plattegrond van de tuin van de buren. Bierviltjes leg ik neer op de plek van het huis, van de garage, het zwembad en het tuinhuisje.
‘De deur is aan deze kant,’ wijs ik met mijn vinger.
‘Als we naar buiten stappen kunnen ze ons dus zien.’
‘Ja, maar hier staan struiken en daarachter ben je al bij de heg.’
‘Hmm, ik denk dat dan het slimste is dat jij als eerste gaat. Jij weet de weg. Als de criminelen deze kant uitkomen kan ik ze afleiden.’
‘Alleen moet dan wel die deur open.’
‘Heb jij een ijzerdraadje of zo?’
‘Nee, wel een paperclip aan mijn sleutels.’
‘Een paperclip? Nog beter.’
Victor buigt de paperclip om tot een soort hendeltje, alsof hij nooit iets anders heeft gedaan. Het hendeltje verdwijnt in het slot. Victor draait er voorzichtig aan. Het slot geeft mee.
‘Je hoeft niet zo te kijken, ik ben gewoon vaak mijn sleutel kwijt.’
Ik krijg een warm hoofd. ‘Ik dacht helemaal niets.’
‘Zo meteen doe ik de deur op een kier en dan ren jij naar het huis van je tante. Ik wacht een minuutje en dan kom ik ook.’
Oké, doe je voorzichtig?’
‘Ja, jij ook?’
Zodra ik buiten ben, ren ik naar de heg. Daar achter is het veilig. In de tuin van tante loop ik in elkaar gedoken langs de heg in de richting van de tuindeuren. Zo ben ik niet zichtbaar vanuit het huis van de buren. Snel schiet ik het terras op. Ik krijg de sleutel bijna niet in het slot, zo trillen mijn handen. Dan ben ik binnen, veilig. Ik kijk in de richting van de heg of ik Victor al zie verschijnen. Wat duurt dat lang.

Waar waren we ook al weer gebleven? Klik hier.

Of wil je bij het begin beginnen? Klik dan hier.

Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Blauw met een goud randje

‘Wat vind je van het nieuwe stadhuis?’

‘Een beetje overdreven, vind je ook niet? Dat goud gaat nog wel, maar die gekleurde ramen dat had voor mij niet gehoeven.’

‘Dat dacht ik eerst ook, maar nu het ingericht is en je er mensen ziet zitten vind ik het wel aardig.’

‘Ik ga daar niet zitten hoor. Zitten ze op het terras te kijken of we wel werken.’

‘Ha, Ha ze weten toch dat we ambtenaren zijn.’

Karien Damen, Gekleurde Gedachten

‘Ga jij nog naar die nieuwjaarsreceptie?’

‘Tuurlijk, zo’n kans krijg je maar één keer, de opening meemaken van het nieuwe stadhuis.’

‘Heb je dan niet gezien dat er een dresscode is?’

‘Dresscode?’

‘Ja, blue met een touch of gold.’

‘Daar is toch niets mis mee.’

‘Het is dat felle Zoetermeerse blauw met geel dat ze bedoelen. Hoe kunnen ze het verzinnen. Dat staat toch niemand, zeker mij niet.’

‘Nou, ik heb anders een heel leuk oker geel jasje gezien in de uitverkoop, Het is net goud, heel feestelijk. Ik denk dat ik dat nog even ga halen tussen de middag.’

‘Ja, jij kunt dat wel hebben, maar wat moet ik met geel.’

‘Wat ben jij weer Zoetermeers zuur aan het mopperen zeg.’

‘Zo jagen ze je toch op kosten, zeg nou zelf.’

‘Nou dan ga je toch lekker op tijd naar huis, ga ik wel alleen swingen in de nieuwe raadzaal.’

Mosterd na de maaltijd

Ik weet het, het is een beetje laat en de kerstvakantie is voorbij, maar ik weet een leuk gezelschapsspel. Wat je nodig hebt is een even aantal deelnemers, pennen en schrijfpapier. Meer niet, of misschien toch: een beetje verbeeldingskracht.

Het gaat om het schrijven van een dialoog. Dat kan tussen twee mensen zijn, maar dat hoeft niet. Dieren of voorwerpen leveren ook mooie resultaten op. Vlak voor kerst hebben we het in de prozagroep uitgeprobeerd. We kregen opdrachten waar we graag onze tanden in zetten. Twee aan twee ontvingen we een beschrijving van de situatie en van de hoofdpersonen. De één begint het gesprek op papier en schuift het door naar de ander. De ander reageert op de eerste zin en schuift het papier terug.

Gekleurde Gedachten, Karien Damen

Bijvoorbeeld: we stelden ons het gesprek voor tussen de brie en de camembert op het kaasplankje. Twee kaasjes die allebei denken dat ze heel bijzonder zijn.

'Nu liggen we alweer zo dicht bij de kandelaar, ik begin nu al te zweten. Ruik je iets?'
'Of ik iets ruik? Weet je wel tegen wie je het zegt?'
'Je hoeft niet zo uit de hoogte te doen, de mensen weten toch niet waar jij eindigt en ik begin.'

Kijken naar een verliefd stel doet oude liefde opbloeien tussen een peper en zout stel:

‘Waarom zo focussen op dat mensenpaar? Staan wij wij niet mooi samen mooi te flonkeren in het kaarslicht? Jij staat er schitterend bij vanavond.’

Zelfs de conversatie tussen een gevulde kalkoen en een gebraden konijn kent filosofische hoogtepunten:

‘Gek is dat. Toen we nog vol in het leven stonden wilde niemand ons kennen en nu we hier zo liggen met een knapperige buitenkant, zijn we het stralende middelpunt.’

De vork en het mes zijn tot elkaar veroordeeld en dat is te merken:

'Ik wil in het midden prikken.'
'Je begrijpt toch wel Vorkje, dat je dan de rotzooi zelf mag opruimen.'
'Dat kan je nu wel zeggen, maar ik verwacht je volledige steun.'
'Vooruit maar weer. Neem dan alsjeblieft wel een grote hap.'

 

Met dank aan Jacqueline van: Het verhaal achter en mijn schrijfmaatjes. Zin om ook een keer te schrijven? Kijk op de site van de bibliotheek in Zoetermeer.

Foto: dmitryzhkov via Creative Commons

 

 

 

 

Geplaatst in Boeken, Huis, tuin en keuken

Alleen stoute voornemens dit jaar

Het jaar loop ten einde, tijd om de balans op te maken. Veel moois op mijn pad maar ook zorgen en verdriet. Precies zoals dat in ieders leven gaat. Wat gaat het nieuwe jaar brengen?

Mijn boek: Suzy zoekt een huis, was helemaal af. Nu moet het dan ook maar echt worden, was mijn gedachte. Een feest was het om begin dit jaar het eerste exemplaar vast te houden. Heel blij werd ik van de complimenten van lezers en lezertjes. Het mooiste was van een vader die een filmpje stuurde van zijn lezende dochter. Ik zag haar in opperste concentratie de woorden met haar lippen vormen. Het zelf in de verkoop zetten van mijn boek viel niet mee, schrijven van verhalen gaat mij beter af.

Het is nog steeds te koop

Ik ben aan een nieuw verhaal begonnen, een detective voor wat oudere kinderen, Mijn tante Hetty. Ik publiceer dat in delen op mijn blog. Ik ben ook meer korte verhalen gaan schrijven en soms zelfs een gedicht, terwijl ik helemaal niet kan dichten.

Goede voornemens, gekleurde gedachten, Karien DamenEen hutje op de hei, dat was onze droom. Een plek in de natuur om helemaal te ontspannen en in rust te kunnen lezen, schrijven en schilderen. We vonden een huisje in Hellendoorn aan de rand van een bos. Konijnen huppen er door de tuin. Dit jaar hebben we het opgeknapt. Een prettig toeval is dat het dicht bij de ouders van E is, die meer aandacht en zorg nodig hebben.

Het is niet te koop

Al een tijdje volg ik op de Kleine Tiki de opleiding kunstzinnig dynamisch coachen. Mijn idee is om met mijn ervaringen jonge mensen te gaan coachen. Een tijdje meelopen op hun loopbaanpad en zien hoe ze groeien, lijkt me fantastisch. Afgelopen zomer kwam op mijn werk de vraag voorbij om talentencoach te worden. Dat paste zo mooi bij elkaar dat ik me heb aangemeld, met als gevolg dat ik nu twee opleidingen tegelijk doe. Begin volgend jaar start ik op mijn werk met coachen.

Binnenkort in de aanbieding

Goede voornemens, gekleurde gedachten, Karien DamenVoor 2017 had ik me niets voorgenomen, met de meeste goede voornemens gaat het na een week al mis. Ik heb alleen ja gezegd tegen wat me bij voorbaat al blij maakte. Ook al kon het niet vanwege gebrek aan tijd, ruimte of geld, ik trok de stoute schoenen aan. Ik denk dat ik dat dit jaar ook maar ga doen.

En wat ga jij doen in 2018?

Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Kerstverhaal: Een hart van goud

Daar zul je de heilige Agnes hebben. Een grijs autootje stopt voor mijn huis. Een feestelijk geklede vrouw stapt uit, doet het achterportier open en sleurt haar kind van de achterbank. Dat is Kevin, die heeft vast geen zin in kerstmis met zijn familie.
Irma en Johan staan arm in arm in de deuropening op het bezoek te wachten. Ik zwaai naar ze maar ze doen net alsof ze mij niet zien. Zoek het lekker uit met elkaar, denk ik en trek de gordijnen dicht.

The Sound of Music

Ik ga vanavond gezellig naar The Sound of Music kijken. Glaasje wijn, voeten op de bank, verder heb ik niets nodig. Sinds Poekie hun krielkippen heeft doodgebeten, praten Irma en Johan niet meer met mij. Waar is Poekie eigenlijk? Ik heb haar al een poosje niet gezien. Ik loop de keuken in om haar te zoeken.
‘Poekie, Poekie, kom eens bij het vrouwtje.’
Geen reactie, ik doe de achterdeur open en roep nog eens. Niets, of toch? Een zacht klagelijk gemiauw klinkt uit de tuin van de buren. Ik loop op het geluid af. Het komt uit de regenton. Als ik het deksel op til, vind ik een half verzopen kat, mijn kat. Ik wil nog maar één ding en dat is wraak.

Lelijke heks

Met de natte kat in mijn armen stap ik de bijkeuken in van de buren. Aan het einde van de gang hoor ik gelach. Ik gooi de deur van de woonkamer open. Gelijk is het stil. Ik hou Poekie omhoog: ‘Kijk eens wat dat rotjoch heeft gedaan.’
‘Nee,’ gilt Agnes, ‘zoiets zou mijn Kevin nooit doen. Mijn jongen heeft een hart van goud.’
Ik kijk de tafel rond of ik de dader zie.
‘Hij heeft het wel gedaan Agnes, waarom zou hij anders de benen hebben genomen?’
Iedereen kijkt nu naar de plek waar Kevin daarstraks nog zat.
‘Kevin, Kevin,’ roept Agnes en als ze geen reactie krijgt: ’Waar is mijn Kevin, lelijke heks.’
‘Rustig Agnes, hij kan niet ver weg zijn,’ probeert Johan haar te kalmeren. ‘Kom, we gaan zoeken.’ Iedereen begint door het huis te rennen. Voorzichtig zet ik mijn kat op de grond. Ze strijkt haar natte lijf tegen mijn benen.

Vlierbessenwijn

‘Hier is hij, in de kelder.’
Boven aan het trapje verdringen we elkaar om te zien wat er aan de hand is.
‘Laat mij even kijken.’
‘Nee heks, jij blijft uit de buurt van mijn kind.’
‘Laat haar er langs Agnes, ze is verpleegkundige geweest.’
Ik kniel naast de jongeren neer. Zijn lippen zijn blauw. Voorzichtig voel ik zijn hals. Plots laat hij een boer midden in mijn gezicht. Ik ruik een enorme dranklucht.
‘Hij is gewoon stomdronken.’
‘Mijn zelfgemaakte vlierbessenwijn. Die was voor de trifle.’

Even later zitten we om de tafel. Johan komt de kamer in. ‘Kevin slaapt, hij mompelde nog iets over een prinses redden en een gevaarlijke tijger in het bos. Echt een jongen met een hart van goud,’  met een knipoog naar mij.

Hoe bijziend ben jij?

Onderweg zie ik al wazig, het is alsof er een vliesje over mijn linkeroog ligt. Het is ook pijnlijk, op kantoor doe ik mijn linkerlens maar uit. De rechter hou ik in zodat ik mijn collega’s blijf herkennen.

Gekleurde gedachten, Karien Damen

’s Avonds lees ik allerlei verschrikkelijke verhalen over bijziendheid en blind worden door te veel lezen of te veel op je tablet kijken.

Forse toename blindheid dreigt.

Kinderen spelen te weinig buiten en kijken teveel op schermen of in boeken. Scholen moeten hun leerlingen elke dag minstens een uur naar buiten sturen. In Oost-Azië is het al langer aan de gang. Daar is in de grote steden ongeveer 90% van de twintigers bijziend. In Europa is dat nu ongeveer 50%, zegt een hoogleraar in de krant.

Gekleurde gedachten, Karien Damen

Ik ben al zo lang ik mij kan herinneren bijziend. Op mijn tiende kreeg ik mijn eerste brilletje. Altijd zat ik met mijn neus in de boeken. Mijn moeder stuurde ons soms naar buiten om net als andere kinderen gewoon te gaan spelen, maar mijn zus en ik bouwden dan een tent in de tuin en gingen daarin lekker verder lezen.

Verderop in de krant wordt het leven van een gemiddelde bijziende brildrager beschreven.

'Omdat je de letters op het schoolbord niet meer kunt lezen, krijg je een bril. Daarna kies je om de zoveel jaar een nieuw exemplaar uit. Na je veertigste heb je een leesbril nodig en schakel je over op varifocus glazen of -lenzen. Als die jaren kom je zelden of nooit bij de oogarts.'

Precies zoals het mij verging. Ik heb één keer in mijn leven een oogarts gezien. Betekent dat nu dat ik een grote kans loop om blind te worden? Ik lees snel verder, want niet meer kunnen lezen en schrijven lijkt me het ergste wat me kan overkomen. Eén op drie personen met een brilsterkte van min 6 of meer kan later ernstig slechtziend worden.

Gekleurde gedachten, Karien Damen

Gelukkig, ik heb maar min 2. Mijn rechteroog schrijnt de volgende dag nog steeds. Toch maar even naar laten kijken. Het is een ontsteking en die moet vanzelf weer over gaan. Even geen contactlenzen dragen en geen make-up gebruiken.