Gluren naar de buren

Ik hoor opgewonden stemmen in de straat. Is er ruzie of praten ze gewoon hard? Ik kijk vanuit het zolderraam onze straat in. Ik zie niemand. Wel staat verderop een bestelwagen half op de stoep geparkeerd. De alarmlichten zijn aan. Ik doe het licht uit zodat ik beter kan zien wat er gebeurt. Het is weer helemaal stil Op de achterruit van de auto is een logo geplakt. Ik knijp mijn ogen toe maar kan ik net niet lezen wat er op staat. Ik heb al weken mijn lenzen niet in gedaan. Ik ga toch nergens heen. Wacht eens even, ik heb ergens nog een verrekijker liggen. Waar had ik die ook al weer? In het rode kastje beneden. Onder de handschoenen en de sjaals vinden mijn handen het bekende tasje waarin ik de verrekijker bewaar. Ik ren snel weer naar boven.

Lees verder “Gluren naar de buren”

Devi roept keihard olé!

Heel lang geleden, ergens in een land hier ver vandaan, woonde een meisje. Devi was haar naam. Als Devi later groot was wilde ze danseres worden. Dan wilde ze de hele dag flamenco’s dansen, met haar hakken stampen op de vloer en keihard: ’Olé’, roepen. Ze begon al vast te oefenen. Ze danste alle dagen, dansten door straten, over pleinen en riep keihard: ‘Olé.’ Soms riep er iemand ‘Olé’, terug, soms begon er alleen maar een hond te blaffen.
Zo danste Devi het hele land door totdat ze op een plek kwam waar ze nog nooit was geweest. Verbaasd keek ze om zich heen. Het leek een bos maar dat was het niet. Het zag er heel anders uit dan het bos thuis. Er viel zacht licht op bloemen die bijna net zo groot waren als Devi zelf. Ze roken heerlijk. Devi stak voorzichtig haar hoofd in één van de bloemkelken. Aan dunne draadjes hingen druppels honing. Ze stak haar hand uit om een druppel te vangen. Ze legde hem op haar tong. Zoiets hemels had ze nog nooit geproefd. Er klonk nu ook zachte muziek.
‘Kan ik hier niet altijd blijven?’ Devi schrok van haar eigen stem
‘Nee, dat kan niet,’ zei de bloem, ‘maar je mag altijd terug komen als je moe bent van het stampen.’ En dat deed Devi. Af en toe zocht ze de bloem op en proefde een beetje van de honing die altijd lekker was. En zo danste Devi nog lang en gelukkig. Olé!

Mosterd na de maaltijd

Ik weet het, het is een beetje laat en de kerstvakantie is voorbij, maar ik weet een leuk gezelschapsspel. Wat je nodig hebt is een even aantal deelnemers, pennen en schrijfpapier. Meer niet, of misschien toch: een beetje verbeeldingskracht.

Het gaat om het schrijven van een dialoog. Dat kan tussen twee mensen zijn, maar dat hoeft niet. Dieren of voorwerpen leveren ook mooie resultaten op. Vlak voor kerst hebben we het in de prozagroep uitgeprobeerd. We kregen opdrachten waar we graag onze tanden in zetten. Twee aan twee ontvingen we een beschrijving van de situatie en van de hoofdpersonen. De één begint het gesprek op papier en schuift het door naar de ander. De ander reageert op de eerste zin en schuift het papier terug.

Gekleurde Gedachten, Karien Damen

Bijvoorbeeld: we stelden ons het gesprek voor tussen de brie en de camembert op het kaasplankje. Twee kaasjes die allebei denken dat ze heel bijzonder zijn.

'Nu liggen we alweer zo dicht bij de kandelaar, ik begin nu al te zweten. Ruik je iets?'
'Of ik iets ruik? Weet je wel tegen wie je het zegt?'
'Je hoeft niet zo uit de hoogte te doen, de mensen weten toch niet waar jij eindigt en ik begin.'

Kijken naar een verliefd stel doet oude liefde opbloeien tussen een peper en zout stel:

‘Waarom zo focussen op dat mensenpaar? Staan wij wij niet mooi samen mooi te flonkeren in het kaarslicht? Jij staat er schitterend bij vanavond.’

Zelfs de conversatie tussen een gevulde kalkoen en een gebraden konijn kent filosofische hoogtepunten:

‘Gek is dat. Toen we nog vol in het leven stonden wilde niemand ons kennen en nu we hier zo liggen met een knapperige buitenkant, zijn we het stralende middelpunt.’

De vork en het mes zijn tot elkaar veroordeeld en dat is te merken:

'Ik wil in het midden prikken.'
'Je begrijpt toch wel Vorkje, dat je dan de rotzooi zelf mag opruimen.'
'Dat kan je nu wel zeggen, maar ik verwacht je volledige steun.'
'Vooruit maar weer. Neem dan alsjeblieft wel een grote hap.'

 

Met dank aan Jacqueline van: Het verhaal achter en mijn schrijfmaatjes. Zin om ook een keer te schrijven? Kijk op de site van de bibliotheek in Zoetermeer.

Foto: dmitryzhkov via Creative Commons

 

 

 

 

Hoe bijziend ben jij?

Onderweg zie ik al wazig, het is alsof er een vliesje over mijn linkeroog ligt. Het is ook pijnlijk, op kantoor doe ik mijn linkerlens maar uit. De rechter hou ik in zodat ik mijn collega’s blijf herkennen.

Gekleurde gedachten, Karien Damen

’s Avonds lees ik allerlei verschrikkelijke verhalen over bijziendheid en blind worden door te veel lezen of te veel op je tablet kijken.

Forse toename blindheid dreigt.

Kinderen spelen te weinig buiten en kijken teveel op schermen of in boeken. Scholen moeten hun leerlingen elke dag minstens een uur naar buiten sturen. In Oost-Azië is het al langer aan de gang. Daar is in de grote steden ongeveer 90% van de twintigers bijziend. In Europa is dat nu ongeveer 50%, zegt een hoogleraar in de krant.

Gekleurde gedachten, Karien Damen

Ik ben al zo lang ik mij kan herinneren bijziend. Op mijn tiende kreeg ik mijn eerste brilletje. Altijd zat ik met mijn neus in de boeken. Mijn moeder stuurde ons soms naar buiten om net als andere kinderen gewoon te gaan spelen, maar mijn zus en ik bouwden dan een tent in de tuin en gingen daarin lekker verder lezen.

Verderop in de krant wordt het leven van een gemiddelde bijziende brildrager beschreven.

'Omdat je de letters op het schoolbord niet meer kunt lezen, krijg je een bril. Daarna kies je om de zoveel jaar een nieuw exemplaar uit. Na je veertigste heb je een leesbril nodig en schakel je over op varifocus glazen of -lenzen. Als die jaren kom je zelden of nooit bij de oogarts.'

Precies zoals het mij verging. Ik heb één keer in mijn leven een oogarts gezien. Betekent dat nu dat ik een grote kans loop om blind te worden? Ik lees snel verder, want niet meer kunnen lezen en schrijven lijkt me het ergste wat me kan overkomen. Eén op drie personen met een brilsterkte van min 6 of meer kan later ernstig slechtziend worden.

Gekleurde gedachten, Karien Damen

Gelukkig, ik heb maar min 2. Mijn rechteroog schrijnt de volgende dag nog steeds. Toch maar even naar laten kijken. Het is een ontsteking en die moet vanzelf weer over gaan. Even geen contactlenzen dragen en geen make-up gebruiken.