Geplaatst in Mode

Een stel goede benen

fashion doll Daisy by Mary QuantMeer dan vijftig jaar oud zijn en dan toch nog jeugdig ogen. Dat doet de minirok. Het AD weidde er deze week een artikel aan. Ik kreeg het toegeschoven door een collega. Echt iets voor jou zei ze erbij. En gelijk had ze. Het artikel maakte in mijn hoofd gelijk van alles los.

Zelf was ik in de tijd van de eerste minirok nog een kind. Van de opwinding over de korte rokjes of erger over de lange blote benen er onder, heb ik weinig meegekregen. Wel herinner ik me de geschokte reacties bij de komst van de hotpants. Ook een uitvinding van Mary Quant. De hotpants was een strak kort broekje, eronder droeg je lange laarzen of kousen tot over de knie. Na veel zeuren kreeg ik een bruin exemplaar, erboven droeg ik een kort truitje met bruine, gele en oranje streepjes. Het geheel werd compleet met mais gele kousen die tot aan mijn dijen reikten.

Mary Quant was een fenomeen. Ze wilde kleding waarin ze kon rennen om de bus te halen. Omdat ze die niet kon kopen ging ze ze zelf ontwerpen. Eind jaren vijftig begon ze haar eigen boetiek Bazaar aan de King’s Road. Een winkel met een ruim aanbod aan betaalbare, altijd hippe kleding en spraakmakende etalages en modeshows. In het filmpje kun je zien hoe fris het nog steeds oogt. Het liep dan ook als een trein, de jeugd had voor het eerst in de geschiedenis zelf wat te besteden. Haar initiatief kreeg veel navolging in de swingende stad. Londen werd voor even het episch centrum van de mode.

Uiteindelijk sierde haar logo, een gestileerde madelief, make-up, schoenen en kousen en nog veel meer. Ik heb zelfs nog een modepopje, Daisy genaamd en een doosje vol met door Mary Quant ontworpen kleertjes.

Geschiedenis en nostalgie, maar de wens van jongeren om eigen kleding te kunnen kopen die past bij hun gevoel blijft. Dat je een lange neus maakt naar ouders en verkoopsters van middelbare leeftijd in kledingzaken is een leuke bijkomstigheid, als je de H&M of de Primark binnen wandelt.

Wat ook blijft is de minirok zelf.  Iedereen kan ze dragen. Je bent er niet te dik of te oud, als je maar een stel goede benen hebt.

 

Geplaatst in Mode, Nieuws en politiek

Dwaze dagen met Purdey

Pickwickthee

Het grote publiek kent haar als Patsy Stone, maar voor mij is ze Purdey. Ik heb het over de actrice Joanna Lumley. Eind jaren 70 wilde elk meisje een kapsel hebben als Purdey, de vrouwelijke hoofdpersoon uit de Wrekers die samen met John Steed spioneerde voor het Britse koninkrijk. Ze had een fenomenale vechttechniek en ondanks alle actie zat haar haar altijd goed.

Deze week was ze in Nederland om de drie dwaze dagen van de Bijenkorf te openen. Ze is inmiddels in de 70 maar nog steeds een stijlicoon. De Bijenkorf heeft het goed begrepen, een groot deel van de omzet wordt bepaald door hippe oma’s.

De marketeers van televisiereclames hebben het veel minder goed begrepen. In een artikel in de krant, geschreven ter gelegenheid van 25 jaar commerciële televisie, stond dat de adverteerders zich richten op De Boodschapper. Dat is de kijker, meestal een vrouw tussen 20 en 49 jaar, die in het huishouden het geld uitgeeft.
Het klopt dat voor gezinnen met kinderen grote hoeveelheden boodschappen ingekocht moeten worden. In dat geval gaat het om vrouwen grofweg tussen de 20 en 49 jaar. Als je eenmaal de vijftig bent gepasseerd, ben je merkvast, is de redenering.  Met andere woorden, drink je op je vijftigste pickwickthee, dan blijf je dat doen tot je laatste snik. Reclame richten op jou heeften hun ogen geen zin meer. Dat klopt toch van geen kant.
Ik denk dat die marketeers niet in de gaten hebben dat 60 het nieuwe 40 is. Ze veronachtzamen een groeiende groep ouderen die behoorlijk wat te besteden heeft. Waarschijnlijk zorgen ze er met hun reclame uitingen zelfs voor dat hun stelling bewaarheid wordt. Want wie voelt zich straks nog aangesproken om wat voor thee dan ook te drinken?
Ik niet, gekleed in mijn nieuwe jeans en leren jasje hef ik mijn glas champagne, cheers Joanna.

Geplaatst in Mode

Wat zal ik aan doen?

3b5ef-img_0340
Mijn kledingkast

 

Niemand had het gezien of er iets van gezegd. Ik kwam er zelf achter dat ik onder mijn blauwe jurk geen blauwe kousen had aangetrokken maar groene. In deze tijd van het jaar is het verschil ’s morgens nauwelijks te zien. Reden waarom ik de zwarte kousen in een apart bakje in mijn kast heb liggen.

Er zijn tijden geweest dat ik bij het ontdekken van zo’n vergissing spoorslags naar huis zou gaan of direct na openingstijd naar de Hema rende. Of het nu ging om een ladder, een haal, een vergeten ceintuur of een verkeerde kleur van wat voor kledingstuk dan ook. Ook heb ik altijd naald en garen bij me.

Wat een drukte om zoiets wat totaal onbelangrijk is, denk je misschien. Maar, voor mij, en ik denk veel andere vrouwen, geldt: als ik zeker ben over wat ik aan heb, kan ik alles aan. Daarom ben ik ook geïnteresseerd in alles wat over mode gaat en wat kleding voor je kan doen. Zo stond er laatst een interessant artikel in de NRC * over wat je op kantoor wel en niet kunt dragen. Tips die je kunt gebruiken of naast je neerleggen. Zo zal ik never nooit een vleeskleurige panty dragen.

Is het door deze onzekerheid dat dit soort artikelen zo gretig worden gelezen en de programma’s en boeken van Trinny Woodall en Susannah Constantine zo populair zijn? Volgens de columnist Arjen van Veelen wel. Vrouwen laten zich onzekerheden aanpraten die dan door dit soort programma’s en artikelen worden ‘opgelost’. In zijn reactie op het NRC-artikel heeft hij de betere beautytip: wordt nooit een paspop. Naar zijn mening zou het recht om zelf te bepalen wat je draagt grondwettelijk verankerd moeten worden. Baas in eigen kledingkast, zogezegd. Maar wat heb ik aan dat recht op die ochtend dat ik in vertwijfeling voor mijn kast sta. Wat moet ik aan?

* Dit artikel was verdeeld over meerdere pagina’s, voor wie het wil lezen, daarom deel 1 en deel 2

Geplaatst in Mode

De prijs van een jurkje

IMG_0068De AIVD kijkt mee op internetfora. De Rabobank jongens konden jarenlang hun gang gaan. Maar het mooiste nieuwsartikel dit weekend ging over een jurk. De wereldeconomie samengevat in de prijs van een kledingstuk. Journaliste Milou van Rossum van de NRC, beantwoordt in het artikel de vraag, waarom een jurkje van Primark zoveel goedkoper is dan een jurkje Saint Laurent. Er is meer aan de hand dan de uitbuiting van arbeiders in Bangladesh en ze legt dat helder uit, aan de hand van 10 punten en mooie voorbeelden. De hoeveelheid die van een kledingstuk wordt gemaakt is heel bepalend voor de prijs. De gebruikte materialen en natuurlijk de loonkosten spelen een belangrijke rol. Ook het merk is van belang. Wat ik bijvoorbeeld niet wist was dat designertassen aangeboden kunnen worden voor een prijs tussen de 300 en 700 euro. Maar, omdat wij er 1500 euro voor over hebben, liggen ze voor die prijs in de winkel. Ze bevestigt mijn vermoeden dat het niet wijs is om aan het begin van het seizoen kleding kopen. Het aantal stuks dat straks met flinke korting verkocht wordt is in de prijs verwerkt.
Leuk artikel, maar mijn oog was er om een heel andere reden op gevallen. Ik zag een foto van een jurkje dat ik al kende. Ik heb het namelijk een keer gemaakt voor de kerst. Het stofje kwam van de markt en kostte denk ik 10 euro. Het patroon is van de Knippie. Wat ik er voor terug kreeg is onbetaalbaar.

Kerstjurkje
Kerstjurkje
Geplaatst in Mode

Een groene kerst


AfbeeldingAfbeelding 2
Afbeelding 3Afbeelding 4AfbeeldingAfbeelding 1Afbeelding 2

 

Design in Mode en Textiel 2012-2013, a set on Flickr
Al een tijdje doe ik mode en design op het CKC in Zoetermeer. Het afgelopen seizoen was het thema Reizen. Het idee is dat leerlingen van verschillende disciplines rond dit thema gelijktijdig een expositie hebben. Mijn werk was toen nog niet af. Wel heb ik laten zien waar ik mee bezig was.
Mijn werk is nog steeds niet af. Het streven is kerstmis 2013. Zoals je aan de foto’s kunt zien wordt dat een groene kerst.

Reizen betekent voor mij onderweg zijn. Het gaat niet om een bestemming. Het gaat om in beweging zijn. Het beeld is wat ik kijkend uit het raam voor bij zie glijden reizend door Nederland. Het gaat om tinten groen en blauw. Lucht en weiland vloeien in elkaar over. Het wordt daardoor wat dromerig. Of mijn wereld zonder lenzen in. De stof is daarom transparant, organza. Ik heb hem zelf geschilderd.

Dat het een jurk moest worden stond voor mij direct al vast. Dankzij de docente Layla Kuhnen werd dat de Jurk. Een vertaling van ontwerp naar patroon. Een proefmodel heb ik al gemaakt. Ziet er een beetje bont uit, maar zo krijg je een idee.

Geplaatst in Geen categorie

Weefsels van licht

Dat was de titel van een boek dat ik opensloeg om inspiratie op te doen voor het thema Japan. Het centrale thema van dit seizoen op het Centrum voor Kunst en Cultuur (CKC) in Zoetermeer.
Bij Japan denkt iedereen al snel aan kimono’s. En die stonden dan ook in dit boek, maar zo bijzonder, dat ik bleef kijken. De vluchtige schoonheid van het licht van de zon, de maan, de sterren, de tere kleuren van de kersenbloesems, de rode gloed van de bladeren in het najaar, de glinsterende puurheid van de sneeuw in de winter, was er in gevangen.

De kimono’s in het boek zijn van Itchiku Kubota (1917-2003).Op14-jarige leeftijd werd hij leerling aan de Ozakischool voor handgeverfd yuzen in Tokyo. Een techniek om stoffen te verven Toen hij 20 was maakte hij in een museum kennis met tsjujigahana, letterlijk: bloemen op het kruispunt, een eeuwenoude en vergeten verftechniek. Hij vond de stof zo mooi dat hij zich in een andere wereld waande. Het stukje stof, halfvergaan toonde nog steeds een rijkdom van kleur, gevoel voor het eenvoudige en elegantie. Ik heb er maar een geplaatst maar hier kun je er nog meer bewonderen.
Hij bleef yuzen verven om in zijn levensonderhoud te voorzien. Ondertussen probeerde hij de juiste techniek terug te vinden. Hij had al snel door dat hij de tsjujigahana na kon maken maar dat hij daar vele jaren mee bezig zou zijn. Hij wilde het zo dicht mogelijk benaderen als maar mogelijk was, maar wel op een moderne manier.
Jaren van experimenteren volgden. Hij ontwikkelde de Itchiku Tsujigahana, een nieuwe verftechniek. In 1977 was de eerste tentoonstelling van zijn werk in Tokyo. En deze maakte gelijk veel indruk.
Een kimono heeft een eenvoudig uiterlijk. Met zijn hele precieze geometrische vormen is het al een kunstwerk op zich. Elke kimono staat voor meer dan een jaar werk.

Ik nam mij voor ook een kimono te maken met een landschap, in natuurtinten en uiteraard met kersenbloesem. Om het gevoel te benaderen van het monnikenwerk van Itchiku Kubota heb ik alles met de hand gedaan. Het gebruikte materiaal is fleece, kant, katoen, wol en linnen. In het tuincentrum heb ik een nagemaakte tak kersenbloesem gevonden.
Ik heb gewerkt vanuit een globaal plan. Mijn gevoel heeft via mijn vingers de rest gedaan. Dat was een gevoel van geluk, maar slechts een schaduw van het geluk van Itchiku Kubota.  


Zoals je kunt zien ben ik wel een beetje trots op mijn werk. Ik heb het dan ook ingestuurd voor de 3D wedstrijd van het CKC. Binnenkort volgt meer informatie op de agenda van het CKC.