Mijn tante Hetty, deel 15: De tunnel

In het huis is het nog steeds stil maar we hebben geen tijd te verliezen. Hoe kunnen we ontsnappen uit de kelder? Ik denk diep na.
‘Wacht eens, Estelle en David vertelden ooit over een geheime gang naar het tuinhuisje. Dan kon je ongezien bij het zwembad komen. Ze hadden geen idee waarom, maar iemand vond dat vroeger handig. Die gang begint hier vast ergens in de kelder.’
We verkennen elke meter van de kelder. Achterin,  verstopt onder een oud kleed vinden we een luik. Er zit een handvat aan. Victor trekt aan het handvat en het luik gaat in één beweging open. Eronder is een zwart gat dat ruikt naar paddestoelen.
‘Dit moet de gang zijn. Zo kunnen we ontsnappen!’ Ik sta bijna te springen van geluk maar Victor kijkt moeilijk.
‘Het is wel erg donker. Hoe weten we zeker dat hij niet is ingestort?’
‘Hallo, ik loop al de hele tijd achter jou aan, nu moet je maar eens achter mij aanlopen. Ik weet zeker dat dit naar het tuinhuisje gaat. Kijk er is een trapje.’ Als ik in het gat wil stappen, houdt Victor me tegen.
‘Niet zo snel, inspecteur Nelemans, hoe vinden we de opening aan de andere kant? We kunnen niets zien en onze telefoons zijn afgepakt, weet je nog.’
‘Misschien liggen hier ergens lucifers of kaarsen. Dan kunnen we wat aansteken,’ ik kijk de kelder rond.
‘Ja hoor, de twee opgesloten helden vinden heel toevallig een kaars en lucifers. We zitten niet in een film.’
Was het maar een film denk ik en kijk boos naar Victor. Die heeft zo te zien nergens last van. Hij is achter het kastje gedoken. De plek waar zijn horloge is gevallen.
‘Wow, hij is echt shockproof. Kijk, er zit ook een lampje op.’
Hij schijnt in mijn ogen.
‘Hé, er zit een spin in je haar.’
‘Leuk hoor, maar als we het horloge meenemen, kunnen ze toch zien waar we zijn?’
‘Ik zet Zoek mijn iPhone uit, kijk, piece of cake.’

Het horloge schijnt blauwig voor ons uit als we het trapje aflopen en de tunnel in gaan. De wanden zijn van beton. Langs één kant staan stellingen met daarop flessen wijn, wel duizenden, helemaal onder het stof. De tunnel is langer dan ik dacht maar uiteindelijk komen we bij een houten trap. Ook hier is een luik. Streepjes licht vallen op de traptreden
‘Ik hoop maar dat niemand iets op het luik heeft gezet,’ fluister ik.
‘Of dat er iemand zit te wachten op ons, fluistert Victor terug. ’Hier, hou jij even het licht vast.’
Ik kan mijn hart bijna horen bonzen als Victor voorzichtig met zijn handen langs de randen van het luik gaat.
‘Hier zitten de schanieren, schijn eens naar die kant.’
Victor duwt het luik een stukje open.
‘Ik zie niemand, maar wat is dat zwaar. Je moet me helpen duwen.’
We krijgen geen beweging in het luik.
‘Ik tel tot drie en dan met alle kracht duwen.’
Victor telt en bij drie duwen we met alle kracht die we hebben.’
Er klinkt een enorme dreun boven. Van schrik val ik bijna van het trapje.

Waar waren we ook al weer gebleven? Klik hier.

Of wil je bij het begin beginnen? Klik dan hier.

 

Ben benieuwd naar jouw reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: