Geplaatst in Boeken, Kunst en Cultuur

Een man in Baghdad en huwelijksgeluk

Schriftelijke cursus dichten, deel 3 

Twintig jaarIk ken hem nog steeds uit mijn hoofd, de eerste limerick die ik ooit las, ging over een man in Baghdad:

Een zekere Achmad in Baghdad
Lag plat met z’n gat op z’n badmat,
Zo las hij z’n dagblad
En iedereen zag dat,
’t is raar, maar in Baghdad daar mag dat!

Hij is van Alex van der Heiden, dat was ik vergeten, maar dat staat in het boekje: Beknopt overzicht van de woordkunst, H.van Wamelen en J.M. van der Valk. Dit boekje gebruikte wij op de middelbare school bij Nederlands. Het is nog steeds verkrijgbaar, tweedehands, voor twee euro. Dat is niet veel voor alle kennis die je nodig hebt over de Nederlandse woordkunst.

IMG_0136Maar wat is nu een limerick?
Een limerick is een kort versje met het rijmschema A-A, B-B, A. In de eerste regel wordt meestal een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam. Een limerick heeft vaak een dubbelzinnige inhoud. De laatste regel bevat de clou of de pointe.

Dank zij Harrij Smit, dacht ik weer eens aan Achmad op zijn badmat. Op zijn blog publiceert hij regelmatig fraaie limericks. Ze lijken heel simpel tot dat je het zelf eens probeert, zoals ik hieronder:

 

Een jonge dame woonachtig te Kralingen,
Had genoeg van haar amoureuze dwalingen.
Ze zocht haar geluk,
Bij een econoom uit één stuk.
Al meer dan twintig jaar delen zij bank en betalingen.

De eerste regels waren er snel. Regel twee en drie kostten al meer moeite. Over de laatste regel peinsde ik meer dan een dag en tevreden ben ik nog niet.

IMG_0503 (1) De Ster van Kralingen

 

Geplaatst in Huis, tuin en keuken, Reizen

El agua es vida

Met één beweging draai ik de kraan open. Het water bruist de wastafel in. Ik hou mijn glas onder de straal en drink. Zo vanzelfsprekend.

We want to save water.
If you want to help
use your towels more than one time
If you want them changed
Just put them on the floor

Of het hotel nu goedkoop is of duur, deze tekst vind je in verschillende talen in je badkamer. Steeds vaker, want elke ondernemer wil tegenwoordig een milieuvriendelijke uitstraling hebben. Maar, denk ik er dan gelijk achter aan, het bespaart ook in de kosten. De helft minder gebruik, is de helft minder wassen en dus minder stroom, water, werk en wasmiddel en je hoeft dus de helft minder handdoeken te hebben.

Thank you

Deze tekst hing ook in de badkamer van ons vakantiehuisje op Lanzarote. Niets bijzonders, bijzonder was dat we ook direct een grote fles met drinkwater kregen. Uit de kraan komt water dat niet gezond is, want te zout. Als de fles leeg is kunnen we hem opnieuw laten vullen. In Casa el Morro hebben ze een eigen filterinstallatie.Drinkwater

 

 

 

 

 

 

 

Gracias

Casa el Morro is een oase van rust aan de rand van Uga. Tussen dit dorp en Masdache ligt een wereldberoemde wijnstreek, La Geria. De eilandbewoners hebben op een creatieve manier gebruik gemaakt van de onmogelijkheden van het landschap. In de vulkaanaarde zijn diepe trechtervormige kuilen gegraven met de hand. Hierin zijn druivenstokken geplant. De korrelige aarde

La Geriahoudt de dauw goed vast en geeft deze langzaam af.

Bewatering is in dit droge gebied dus niet nodig. Stenen van gestolde lava zijn gebruikt om halfronde muurtjes te bouwen. De planten zijn daardoor beschermd tegen de wind. Het levert een bijzondere wijn op.

 

El agua es vida

Op donderdagavond komt er geen water meer uit de kraan. Douchen en de toilet doortrekken kan niet meer. Ik krijg al direct visioenen van een terugreis waarbij niemand naast ons wil zitten en badderen in een zwembad. Gelukkig hebben we nog wel drinkwater. In de loop van de volgende dag heeft een loodgieter het probleem gevonden en hebben we weer water.

Water is leven

Ik neem nog een duik

Casa el Morro Lanzarote

 

 

Geplaatst in Kunst en Cultuur, Mode

Sorry Chuck Taylor

 

Op eens zie ik ze overal; de All Stars van Converse. Ik zie ze aan peutervoetjes, aan de voeten van een jonge man. Een oudere vrouw draagt ze onder een zwarte designer jurk. Ze zijn dan uiteraard zwart en in de lage variant. Twee giechelende meiden dragen ze in felle kleuren onder een skinny jeans.

Ze vallen me ineens op omdat ik er over gelezen heb op een modeblog. De All Stars gaan al bijna honderd jaar mee en zijn nog steeds hip. Of liever gezegd ze zijn weer hip. Ik droeg ze eind jaren 80. Ik had een lila en een blauw paar. Het zijn niet zomaar schoenen, het is de essentie van gympen. Een kind zou ze zo kunnen tekenen, met de bekende witte cirkels van rubber precies op de enkels en de witte veters.

De Converse Rubber Shoe Company, opgericht door Marquis M. Converse, begon net na de tweede wereldoorlog met het maken van schoenen voor sporters. Toen de basketbalspeler Chuck Taylor zich met de verkoop en het ontwerp ging bemoeien werden ze wereldberoemd. Al snel stond zijn handtekening in het logo. Chuck Taylor zou zijn hele leven bij Converse blijven werken. Hij overleed in 1969.

Toen ik de All Stars droeg was het merk al op zijn retour. Adidas en Nike wisten hun sneakers veel beter aan de man te brengen. Converse was met zijn All Stars de underdog  tegenover multinationals en dat sprak mij in die tijd erg aan. Uiteindelijk ging Converse in 2001 failliet en werd overgenomen door de grote concurrent Nike.

En nu worden er per jaar weer zo’n 50 miljoen All Stars verkocht. Converse pakt dat slim aan. Beginnende muzikanten krijgen veel gerichte steun. Converse heeft zelfs een speciale studio laten bouwen, de Rubber Tracks Studio. Hier kan gratis gebruik van gemaakt worden. Door die verbinding met jonge muzikanten weet het bedrijf zijn wat tegendraadse imago te behouden en dat slaat aan. Want wie wil dat nu niet ook zijn?

Ik dacht dus aan een donkerrood paar All Stars of klassiek blauwe toen ik de schoenenwinkel binnen stapte. Ze zaten alleen een stuk minder lekker dan de dertien in een dozijn sneakers van Esprit die ik ook paste. Het spijt me Chuck.IMG_0299

Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Een leugentje om bestwil

 

Waterhoentjes

Vergeet je je brood niet?

Ik sta op het punt naar het werk te gaan. Met een schuldgevoel doe ik het broodtrommeltje in mijn tas. Ik ben helemaal vergeten te zeggen dat ik vandaag een lunchafspraak heb met een collega. Helemaal voor niets zijn er twee boterhammen voor me gesmeerd en is fruit klaar gelegd. Ik heb het hart niet om dat te zeggen.

Nee hoor, ik doe het gelijk in mijn tas.

De hele dag denk ik er niet meer aan. Zelfs niet als ik op een terras in het zonnetje van een broodje geniet. Op weg naar huis begint er iets te knagen. Het is dan geen schuldgevoel maar meer een praktische vraag: waar laat ik die twee boterhammen?

Een leugen is een bewering waarvan de spreker (of schrijver) weet dat die in strijd is met de waarheid, maar dat zijn toehoorder (of lezer) niet laat weten.*

Als ik langs de singels in ons dorp fiets overweeg ik even om het brood aan de eendjes op te voeren. Nee, toch maar niet, een volwassen vrouw die aan het begin van de avond eendjes staat te voeren, zonder dat er een kind in de buurt is, is een gek gezicht.

Uit onderzoek blijkt dat:

1% van de bevolking bestaat uit radicaal eerlijken.
94% bestaat uit gewone mensen die liegen binnen de grenzen van de betamelijkheid.
5% bestaat uit pathologische leugenaars: narcisten en psychopaten.*

Ik fiets onze straat in
Misschien kan ik het brood thuis wel ongemerkt in de biobak kwijt. Dan moet ik het wel diep wegstoppen anders ziet E. het direct. Nee, dat ook maar niet, eten weggooien maakt mijn zonde nog groter.

Liegen kan tot strafbare feiten leiden zoals valsheid in geschrifte, smaad, of meineed.*

Ik zet mijn fiets in de garage en ga ons huis binnen. Ik leg het broodtrommeltje in de koelkast en zeg bij wijze van groet: ‘Het was zulk mooi weer vandaag dat we tussen de middag op een terrasje zijn gaan zitten. Misschien kan ik morgen met H de eendjes gaan voeren?’

‘Goed idee!’ en ik krijg een zoen op mijn wang.

Aan de andere kant kan een “leugentje om bestwil” alle betrokkenen goed uitkomen, bijvoorbeeld om een onderwerp van mogelijk conflict te vermijden.*

In ieder geval varen de eendjes er wel bij.

 

* citaten uit het lemma Leugen, wikipedia

Geplaatst in Boeken, Huis, tuin en keuken

Show, don’t tell

Mosselbank

 

Ik vertel te veel. In een blogpost mag dat, maar niet in een spannend verhaal. Te veel vertellen haalt de vaart er uit. Een schrijver schrijft niet dat iemand boos is, maar laat dat zien in de beschrijving van het gedrag van een persoon, rood aanlopen, stampvoeten, met deuren slaan. Een andere oplossing is een dialoog. Het gesprek maakt wat je vertellen wilt veel levendiger.

Ik ben een verhaal voor kinderen aan het schrijven. Het gaat over Suzy de krab. Suzy is op zoek naar een huis. Haar vriendje Vincent de slak helpt haar bij het zoeken. Het speelt zich af in de Noordzee. Omdat ik te veel vertel wordt het saai en langdradig voor de lezers. Daarom ben ik aan het herschrijven, met in mijn achterhoofd: Show, don’t tell.

Een voorbeeld van TELL

Het begint al avond te worden. Suzy en Vincent hebben nog steeds geen huis gevonden. Snel gaan ze verder. Ze zijn nu in de buurt van de kust gekomen. Suzy en Vincent letten daarom erg goed op. De golven zijn hier erg sterk. Voor dat je het in de gaten hebt gooien ze je het strand op. Kom dan maar weer eens terug in de zee. Op het strand loop je gevaar. Meeuwen en scholeksters hebben scherpe ogen. Het maakt niet uit hoe klein je bent. Ze loeren vanaf honderden meters hoog in de de lucht. Als ze je zien ben je verloren. Elke hulpeloze krab of slak is een smakelijk hapje voor deze vogels.

Ik heb er dit van gemaakt

Het begint al avond te worden. Suzy en Vincent hebben nog steeds geen huis gevonden. Suzy wil snel verder wil gaan. Maar Vincent houdt haar tegen.

‘Hè, wat is er toch?’ reageert ze.

‘We zijn in de buurt van de kust. Je weet toch de golven hier sterk zijn?’

‘Wat zou dat,’ zegt Suzy.

‘Voor je het weet, lig je op op het strand. Zie dan maar weer een terug te komen in de zee.’ Suzy weet dat Vincent gelijk heeft. Meeuwen en scholeksters loeren hoog in de lucht naar lekkere hapjes. Ze zijn veel sneller dan een krab of een slak op de grond.

Nog een voorbeeld van TELL

In de buurt van de kust vind je veel mosselen. Ze hebben zich dicht op elkaar vastgezet. Je ziet rijen mosselen op een steen of aan houten palen. Dat heet een mosselbank. Mosselen hebben hun schelp een beetje openstaan. Het zeewater stroomt dan hun schelp in en weer uit. En met het zeewater stroomt eten vanzelf naar binnen. In zeewater zit namelijk plankton. Dit zijn hele kleine diertjes. Die kun je alleen met een vergrootglas kunt zien. Mosselen zijn er dol op.

De nieuwe tekst

In de verte ziet Suzy houten palen. Ze weet dat mosselen zich daar graag op vast zetten. ‘Zullen we even bij de mosselen gaan kijken, Vincent?’ Roept ze enthousiast. ‘Die lusten ons in ieder geval niet.’

‘Wat eten ze dan wel?’ vraagt Vincent.

‘Weet je dat dan niet: plankton! Dat kunnen jij en ik niet zien, maar de mosselen wel en die zijn er dol op. Alleen maar je schelp openhouden en het eten komt naar binnen. Lekker makkelijk. Je hoeft dus niet bang te zijn voor mosselen, Vincent, kom.’

Voorzichtig laten ze zich met de stroom meedrijven. Die gaat in de richting van de palen.

Nog zeven hoofdstukken te gaan

Alle avonturen van Suzy en Vincent ben ik op basis van dit principe aan het herschrijven. Gelukkig ben ik op ze gesteld geraakt. Ik hoop dat het hele verhaal ooit nog eens in een mooi boekje terecht komt.

Geplaatst in Nieuws en politiek, Werk

Ben ik een Janneke? #HNW

behang HNWNieuw behang alleen is niet voldoende

Op mijn eerste werkdag kreeg ik een doosje en twee planken in een kast. Met een token kan ik, als ik dat wil, thuis aan de slag. Mijn nieuwe afdeling heeft Het Nieuwe Werken ingevoerd. Zo goed en zo kwaad dan, want we wachten op een ingrijpende verbouwing van het stadskantoor. Het elke dag opnieuw instellen van bureau en stoel als je een dag op kantoor werkt hoort er nu eenmaal bij. Andere ergernissen zoals de gebrekkige ondersteuning bij het digitaal samenwerken, het gebrek aan ruimte om rustig te kunnen lezen of te telefoneren daar komt met de verbouwing een oplossing voor. Het nieuwe werken vraagt om meer dan een nieuw kek behangetje. Gelukkig zijn we uitgenodigd om daar over mee te denken.

Persona’s

Zo waren er van de week inloopsessies georganiseerd om te ontdekken welke persona het beste bij je past. Een persona is een verzonnen persoon die het verhaal vertelt van een specifieke groep medewerkers. Ik kon kiezen uit zeven persona, zeven verschillende verhalen aan de hand van vragen als: Wie zijn mijn klanten, wat zijn mijn belangrijkste activiteiten, met wie werk ik samen en welke werkplek gebruik ik het liefst? Ik lijk het meest op een Janneke, de extern georiënteerde medewerker, hoewel ik ook trekjes heb van een Mark, de kenniswerker. De klantgerichtheid van een Marlou, de frontoffice-medewerker, spreekt me ook erg aan.

IMG_0094_2Met Een vleugje Mark

Wat heb ik nodig om een Janneke met een vleugje van Mark te kunnen zijn? Ik ben veel onderweg en moet goed bereikbaar zijn, ik werk samen met externen en schrijf en adviseer veel. Een laptop en tablet zijn het meest geschikt voor mij. Ik wil ook graag bij mijn documenten kunnen als ik buiten de deur ben en als het even kan ter plekke met externen delen. Dat laatste is een lastig vraagstuk voor de gemeente. De collega’s van de ICT worden terecht nerveus van ‘cloud’ voorzieningen omdat die de veiligheid van het systeem in gevaar brengen. Ook hiervoor moet een slimme oplossing voor gevonden worden.

Lekkere koffie

Maar, mijn allerbelangrijkste wens komt niet bij de beschrijving van de persona’s aan de orde. Mijn droom is buitengewoon lekkere verse koffie op elk gewenst moment om bij te werken. Gelukkig heb ik dàt wel kunnen regelen op mijn favoriete werkplek. En wat vind je van mijn kek behangetje?

SAM_0563

Geplaatst in Huis, tuin en keuken, Reizen

Mister Green Boots

Mister Green BootsDe jongeman kijkt lachend en vol zelfvertrouwen naar de fotograaf. Hij heeft zijn uitrusting al aan. Klaar om de Mount Everest te gaan beklimmen. Op de achtergrond zie ik een schitterend berglandschap, de lucht is blauw, de zon schijnt fel. Op de volgende foto zie ik de achterkant van een vaalrood jack in de sneeuw. Het is een foto van dezelfde jongeman. Hij heeft de top gehaald, maar de weg er naar toe was moeizaam en duurde veel te lang. Daardoor had hij te weinig zuurstof over en moest hij in de nacht aan de afdaling beginnen. Op het punt waar hij nog steeds ligt was hij zo moe dat hij tegen een rots aan wilde rusten. Volledig uitgeput is hij doodgevroren.

Hij ligt daar al tientallen jaren, gewoon op de route naar de top. Ze hebben hem Mister Green Boots genoemd, vanwege de opvallende kleur van zijn schoenen. In de loop der tijd is hij een beetje verschoven zodat klimmers niet over hem heen hoeven te stappen. Ik kwam de foto’s tegen toen ik op zoek was naar informatie over alpinisme en op het artikel The twenty most famous deads on the Mount Everest klikte. Sindsdien krijg ik hem niet meer uit mijn hoofd. Vooral de opmerking in het artikel dat andere klimmers hem in die ongelukkige nacht hebben moeten hebben horen huilen, laat me niet los. Waarschijnlijk waren ze er zelf ook niet al te best aan toe. Hoe zou je je voelen als je een mens in nood niet kunt helpen? Dat er maar ėėn ding nog telt en dat is je eigen leven.

Ik verplaats me in zijn moeder. Zij zou niets liever willen dan dat haar kind thuis komt en daar niet als een vale vlek hoeft te blijven liggen. Waarschijnlijk kan hij daar niet weggehaald worden. Een helikopter schijnt in de ijle lucht op 8000 meter hoogte niet te kunnen vliegen. Als ik iemand zie lopen in een rood gewatteerd jack denk ik meteen aan Mister Green Boots. Een andere onfortuinlijke klimmer, een Amerikaanse vrouw, werd tenminste nog door andere klimmers bedenkt met een vlag.

Deze week begint het klimseizoen weer. Velen maken zich op om hun droom waar te maken en gaan in een bijna file-achtige optocht de helling op. Ze wanen zich net zo onsterfelijk als Mister Green Boots op de eerste foto.

Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Hoog bezoek

appeltaartHet huis is extra gestofzuigd en de kussens op de bank zijn opgeschud. De appeltaart staat op het aanrecht af te koelen. Het hoge bezoek kan komen, wij zijn er klaar voor. Mijn tante T, de jongste zus van mijn vader, komt met haar man op de thee. Ze wilden weleens met eigen ogen zien hoe mijn broers en ik op die vooruitgeschoven post van de familie in de randstad woonden. Ze planden een tournee van een dag door Pijnacker. Eerst gaan ze op de koffie bij mijn jongste broer en zijn gezin, daarna lunchen bij mijn andere broer en tot slot komen ze bij ons theedrinken.

Ik vind het geweldig dat ze dit zo bedacht hebben, mijn tante en oom zijn in de tachtig. Wij, de kinderen van haar broer, zijn ook al geruime tijd volwassen. Het warme gevoel blijft hetzelfde. Ik ging graag logeren bij mijn tante, voor haar was niets te gek en ze had overal tijd voor. Ze droeg prachtige slingbacks met hoge hakjes en lakte haar teennagels. Ze woonde met haar gezin in Zeeuws Vlaanderen en de reis er heen was op zichzelf al een avontuur. Met de pont van Kruiningen naar Perkpolder of door de tunnel in Antwerpen. Ik waande me in het buitenland.

Ik overweeg nog even om de vlag uit te hangen. Het is tenslotte een feestelijke dag. Het is alleen geen koninklijk feest en bovendien zondag. Mijn oom zal daarom misschien niet zo gecharmeerd zijn van een vlag. Hij was wat strenger. Tenminste, dat was zo in mijn herinnering. Daarom vormden ze samen zo’n goed koppel. Verder in mijn herinneringen afdwalen lukt niet meer, er stopt een auto voor de deur.

Ze ogen jonger dan tachtig, mijn tante nog steeds op hakjes. De derde rondleiding van de dag volbrengen ze moeiteloos. Het tweede stuk appeltaart van die dag wordt aanvaard, een klein coördinatiefoutje van onze kant. Als de koetjes en kalfjes op zijn gaan we over op herinneringen en familieverhalen. De middag is in een mum om. We zwaaien tot ze aan het einde van de straat zijn.

 

 

Geplaatst in Nieuws en politiek

Een nieuwe baan, een nieuwe taal

JargonDe eerste week in mijn nieuwe baan zit er op.  Een hele week nieuwe gezichten en nieuwe gewoonten. Een hele week waarin ik me een beetje dom voelde, maar ook verbaasd. Waarom doen jullie dat hier eigenlijk zo?

Zelfregie

Mijn nieuwe werkterrein is de zorg. Gemeenten moeten sinds 1 januari van dit jaar zelf regelen dat inwoners de juiste zorg krijgen. Samen met instellingen ga ik uitzoeken hoe we in elke wijk dagbesteding kunnen organiseren. Mensen die dat nodig hebben moeten er binnen kunnen lopen, zich op hun gemak voelen en als ze dat willen ergens aan mee kunnen doen, creatief, sportief of gewoon gezellig. Het gaat om ouderen, mensen met een handicap of met een psychiatrische achtergrond.
Om me in te werken lees ik er veel stukken over. Voortdurend struikel ik over jargon en onbegrijpelijke afkortingen. Zo kom ik op elke bladzijde het woord zelfregie tegen. Iemand heeft bedacht dat het woord regie niet duidelijk genoeg is om te zeggen dat mensen hun eigen leven vorm moeten kunnen geven. Het woord zelf werd er voor geplakt en iedereen vond dat fantastisch en nam het over. Ergens in hetzelfde stuk lees ik ZZP. Maar hier wordt niet een zelfstandige zonder personeel bedoeld. Het verhaal gaat namelijk over de financiering van de zorg. Even verder op vind ik gelukkig de betekenis: Zorg Zwaarte Pakket. Vanzelfsprekend toch, als je het weet? Ook de afkorting VG die ik verderop tegenkom, zegt me niets. Ik googel deze letters en wat blijkt, ze bedoelen verstandelijk gehandicapten.

Stress

Ik geef het toe, in de wereld van de griffie kennen we ook jargon. Wat zijn bijvoorbeeld schriftelijke vragen? Vragen op papier of tegenwoordig per mail denk je misschien? Nee, het gaat om politieke vragen, gesteld door een raadslid aan het college. Het raadslid wil met het stellen van die vragen laten zien dat hij bovenop de actualiteit zit. Vergelijk het met Kamervragen. Van schriftelijke vragen raakt een ambtelijke organisatie in de stress. De vragen moeten namelijk binnen 30 dagen beantwoord worden en als dat niet goed gebeurt komt je wethouder in de problemen. Schriftelijke vragen worden vaak verward met technische vragen die ook op papier of per mail worden gesteld door raadsleden. Het raadslid wil dan alleen maar feitelijke informatie over een onderwerp.

Van Dale

Ik geef nog meer toe. Zelf heb ik ook weleens een woord bedacht. Lang geleden, ik hield me bezig met zorg voor ouderen in Dordrecht, was me opgevallen dat de verzorgingshuizen daar teveel keukencapaciteit hadden. Of er werd teveel gekookt elke dag of een deel van de keukens stond ongebruikt. Ik heb dat toen overbekeukening genoemd. Duidelijk toch? Helaas heeft het de Van Dale niet gehaald.

Ieder vak zijn eigen taal. Ik neem me voor er aan te wennen, maar er niet aan mee te doen. Ben benieuwd of dat gaat lukken?