Show, don’t tell

Mosselbank

 

Ik vertel te veel. In een blogpost mag dat, maar niet in een spannend verhaal. Te veel vertellen haalt de vaart er uit. Een schrijver schrijft niet dat iemand boos is, maar laat dat zien in de beschrijving van het gedrag van een persoon, rood aanlopen, stampvoeten, met deuren slaan. Een andere oplossing is een dialoog. Het gesprek maakt wat je vertellen wilt veel levendiger.

Ik ben een verhaal voor kinderen aan het schrijven. Het gaat over Suzy de krab. Suzy is op zoek naar een huis. Haar vriendje Vincent de slak helpt haar bij het zoeken. Het speelt zich af in de Noordzee. Omdat ik te veel vertel wordt het saai en langdradig voor de lezers. Daarom ben ik aan het herschrijven, met in mijn achterhoofd: Show, don’t tell.

Een voorbeeld van TELL

Het begint al avond te worden. Suzy en Vincent hebben nog steeds geen huis gevonden. Snel gaan ze verder. Ze zijn nu in de buurt van de kust gekomen. Suzy en Vincent letten daarom erg goed op. De golven zijn hier erg sterk. Voor dat je het in de gaten hebt gooien ze je het strand op. Kom dan maar weer eens terug in de zee. Op het strand loop je gevaar. Meeuwen en scholeksters hebben scherpe ogen. Het maakt niet uit hoe klein je bent. Ze loeren vanaf honderden meters hoog in de de lucht. Als ze je zien ben je verloren. Elke hulpeloze krab of slak is een smakelijk hapje voor deze vogels.

Ik heb er dit van gemaakt

Het begint al avond te worden. Suzy en Vincent hebben nog steeds geen huis gevonden. Suzy wil snel verder wil gaan. Maar Vincent houdt haar tegen.

‘Hè, wat is er toch?’ reageert ze.

‘We zijn in de buurt van de kust. Je weet toch de golven hier sterk zijn?’

‘Wat zou dat,’ zegt Suzy.

‘Voor je het weet, lig je op op het strand. Zie dan maar weer een terug te komen in de zee.’ Suzy weet dat Vincent gelijk heeft. Meeuwen en scholeksters loeren hoog in de lucht naar lekkere hapjes. Ze zijn veel sneller dan een krab of een slak op de grond.

Nog een voorbeeld van TELL

In de buurt van de kust vind je veel mosselen. Ze hebben zich dicht op elkaar vastgezet. Je ziet rijen mosselen op een steen of aan houten palen. Dat heet een mosselbank. Mosselen hebben hun schelp een beetje openstaan. Het zeewater stroomt dan hun schelp in en weer uit. En met het zeewater stroomt eten vanzelf naar binnen. In zeewater zit namelijk plankton. Dit zijn hele kleine diertjes. Die kun je alleen met een vergrootglas kunt zien. Mosselen zijn er dol op.

De nieuwe tekst

In de verte ziet Suzy houten palen. Ze weet dat mosselen zich daar graag op vast zetten. ‘Zullen we even bij de mosselen gaan kijken, Vincent?’ Roept ze enthousiast. ‘Die lusten ons in ieder geval niet.’

‘Wat eten ze dan wel?’ vraagt Vincent.

‘Weet je dat dan niet: plankton! Dat kunnen jij en ik niet zien, maar de mosselen wel en die zijn er dol op. Alleen maar je schelp openhouden en het eten komt naar binnen. Lekker makkelijk. Je hoeft dus niet bang te zijn voor mosselen, Vincent, kom.’

Voorzichtig laten ze zich met de stroom meedrijven. Die gaat in de richting van de palen.

Nog zeven hoofdstukken te gaan

Alle avonturen van Suzy en Vincent ben ik op basis van dit principe aan het herschrijven. Gelukkig ben ik op ze gesteld geraakt. Ik hoop dat het hele verhaal ooit nog eens in een mooi boekje terecht komt.

4 comments

Ben benieuwd naar jouw reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s