Vorige week heb ik bij wijze van experiment een digitale tekenles op iPads gegeven in groep 4 van basisschool De Parkiet. Omdat we op school bezig zijn met een project over religie, heb ik er een verhaal over het Ichthus-teken van de Christenen aan verbonden. Het viel niet mee om zowel de kinderen met als de kinderen zonder iPad (die liet ik een vis schilderen) goed te begeleiden. Ik werd bestookt met vragen en het was erg druk. De resultaten zijn echter heel behoorlijk vind ik.
Ik had een gestoomde als voorbeeld makreel meegenomen. De kinderen konden, als ze dat wilden een foto van de makreel maken, om vervolgens op de foto te tekenen. Zo heb ik het ook bij mijn voorbeeld gedaan.
In een interview zegt Yvette van Boven, schrijfster van kookboeken:
“Ik ben geen kunstenaar. Ik maak iets met mijn handen. Ik heb een kader nodig. Duidelijke grenzen waarbinnen ik zelf oplossingen moet zoeken. Beperkingen maken me creatiever. Je moet mij niet alle tijd, alle materialen en alle ruimte geven. Dan gaat het bergafwaarts met me en kom ik tot niets”.
Ik vond dat zo herkenbaar, ik heb veel ideeën in mijn hoofd, weinig komt tot uitvoering. En al helemaal niet als ik alle tijd van de wereld heb. Er komt wat uit mijn handen als ik weinig tot mijn beschikking heb. De beperkingen leiden bij mij tot creativiteit. Daarom ben ik zo blij met mijn cursus op Centrum voor Kunst en Cultuur (CKC) in Zoetermeer. Elk jaar is er een opdracht. Dit jaar was dat: Maak iets rond het thema Macht en Pracht.
Op gevoel
Kies een gebouw of object waarbij je dat overweldigende gevoel krijgt als je er voor staat en er naar kijkt
Zoek naar afbeeldingen, eigen foto’s
Laat jezelf verrassen en ontdek spannende details. Het beeld hoeft niet direct herkenbaar te zijn voor anderen.
Als eerste stap maak ik een moodboard. Dat is uit tijdschriften beelden knippen en scheuren die voor je gevoel iets te maken hebben met in dit geval macht en pracht en hiervan een collage maken. Ook schrijf ik associaties op de woorden macht en pracht op. Deze woorden brengen mij bij kerk en alles wat daar mee samen hangt. Pracht vanuit macht.
Gebrandschilderde ramen
Tussen mijn foto’s vond ik er een van een kerk van Cuypers, de heilige Antonius van Padua, vlak bij Vorden. Tegenwoordig is hierin het heiligenbeeldenmuseum gevestigd, over macht en pracht gesproken. Direct wist ik, dit moet een pentekening worden. Op glanzende stof heb ik dat op de naaimachine geprobeerd dat na te bootsen. De gebrandschilderde ramen zijn snippers van een oud sjaaltje. Het eindresultaat is een kussen.
De opdracht Macht en Pracht geldt voor meerdere disciplines. De cursisten van edelsmeden of schilderen komen met heel andere resultaten, dan wij van mode en textiel. Dat maakt de expositie na afloop zo leuk, al die variaties op hetzelfde thema en het grote scala aan creatieve vondsten. De expositie in het CKC wordt in de week na de voorjaarsvakantie geopend. Als ik meer weet over datum en tijdstip meld ik dat hier direct.
Steeds vaker is de dokter een vrouw. Toch is het beeld dat we hebben van een dokter, dat van een man. Zelfs bij dokters blijkt dat een hardnekkig beeld te zijn.
Van de week kwam ik bij mijn tandarts voor een terugkoppeling van mijn bezoek aan de kaakchirurg.
“Wat heeft hij gezegd over de foto’s?” Vroeg ze aan mij toen ik net in de stoel had plaatsgenomen. “Het was een zij”, zei ik. De tandarts keek me over haar mondkapje aan. Ik zag in haar ogen een stroom aan gedachten voorbijtrekken: ”Hoe kan het dat ik, zelf een vrouwelijke tandarts, er vanzelfsprekend vanuit ga dat een arts altijd een man”. Zij herhaalde daarom direct haar vraag: ”Eh, wat heeft *zij* gezegd.” Want ik kan vinnig terug kijken.
Och, die kaakchirurg zelf, ging er ook van uit dat mijn tandarts wel een man zou zijn.
gemaakt met bitstrip.com
Ik heb een klein onderzoekje gedaan in Pijnacker-Zuid. Niet dat mijn wijk het middelpunt van de wereld is, maar wel een aardige doorsnee van wat in Nederland gebruikelijk is.
In het gezondheidscentrum in onze wijk zitten praktijken van huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en een apotheker. Op de afzonderlijke sites heb ik drie mannelijke artsen geteld. Van de apotheek weet ik het niet, maar ik heb daar nooit een man gezien.
Voor een second opinion mag ik van mijn tandarts naar een endodontoloog. Geen idee wat voor iemand dat is. Endo betekent zoiets als inwendig en donto staat denk ik voor tanden. Iemand met kennis van het binnenste van tanden en kiezen. Volgende week ga ik haar bellen, of toch hem?
Zoveel tijd heb je nog, als degene die je wil verrassen op Valentijnsdag in Pijnacker-Nootdorp woont. Want daar organiseert de lokale afdeling van de PvdA een Valentijnsactie. Tot en met maandag 10 februari kun je een roos bestellen. Vrijwilligers van de lokale afdeling van de PvdA bezorgen deze dan op vrijdag 14 februari bij hem of haar. Gratis en zonder verdere verplichtingen.
Hoe gaat dat in zijn werk?
Op de website van de afdeling vind je een link naar een formulier. Hierop kun je aangeven waar je roos bezorgd moet worden. Ook kun je aangeven welke boodschap je op het kaartje wil laten zetten. Tot slot kun je ook invullen wie de afzender is. Het is ook mogelijk de roos anoniem te laten bezorgen.
Mooie boodschappen
Het is de tweede keer dat de PvdA in Pijnacker-Nootdorp deze actie organiseert. Vorig jaar was het een groot succes. Vrijwilligers bezorgden meer dan 100 rozen op adressen in Pijnacker, Nootdorp, Delfgaauw en een enkele zelfs in Delft. Toch zat het meeste succes in de mooie boodschappen en de blije gezichten van de ontvangers.
Gratis maar onbetaalbaar
Zelf heb ik vorig jaar geholpen bij het vastmaken van alle kaartjes aan de rozen. Zodoende las ik alle hartverwarmende teksten waarmee onze inwoners hun buurvrouw, moeder, oppasopa, neef en een enkele stille liefde wilden verrassen. Sommige waren echt ontroerend en maken dat je weer weken blij bent met de samenleving. Geen reaguurder op deze leuke actie, kan me daar van afbrengen. Een leuke actie dus. En voor wie geen roos krijgt bezorgd als troost deze mooie versie van My Funny Valentine van Chet Baker.
Deze week dacht ik ineens aan het fenomeen olifantenpaadjes. Op de fietsroute naar mijn werk is in korte tijd veel veranderd. Het fietspad langs de N470 is helemaal klaar. Ik heb het gevoel dat ik nu over de kortst mogelijke weg fiets, lekker snel. Dat gaat goed tot in het centrum van Zoetermeer zelf. Hier legt de gemeente een wijkpark aan. Het wordt vast heel mooi, maar de meest efficiënte route voor fietsers is nog ver te zoeken.
Scherpe bochten, onduidelijk voorrangssituaties en onverwachte obstakels vind ik op mijn pad.
Vandaar dat ik aan olifantenpaadjes dacht. Jaren geleden legde een stedenbouwkundige mij uit wat dat was. De kortste route van A naar B is een rechte lijn.
Ontwerpers van wijken houden hier doorgaans geen rekening mee. Belangrijker is het esthetisch verantwoorde beeld van straten en plantsoenen in de wijk. De uitvoerders van het plan hebben ook liever iets waar vierkante tegels en rechte stenen in gebruikt kunnen worden.
Zodoende ontstaat er iets waar de gebruiker, dat zijn wij, te voet of op de fiets, geen boodschap aan heeft. Als het maar enigszins mogelijk is snijden wij routes af en ontstaat er een logisch pad van A naar B. Op de foto een olifantenpaadje vlak bij mij in de buurt. Ik voorspel je, nu weet je weet wat het is, ga je ze overal zien. Ik hou me aanbevolen voor mooie voorbeelden.
Waarom wordt de kennis over olifantenpaadjes niet gebruikt bij het ontwerpen van onze wijken? Ik dacht dat het kwam omdat het een vrij onbekend fenomeen is. Op Google stuitte ik op een grote hoeveelheid materiaal over olifantenpaadjes. Er is zelfs, niet eens zo lang geleden, een fotoboek aan gewijd en een korte film. De auteur Jan Dirk van der Burg zat in mei 2011 aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door. In dit aanstekelijke interview kwam ook de vraag op waarom de overheid er geen rekening mee houdt. Sterker nog, het tegenwerkt. Niemand aan tafel die het wist. Olifantenpaadjes, laten we ze koesteren.
Tussen de middag liep ik in het Stadshart van Zoetermeer een kledingzaak binnen. Op zoek naar een jasje in de uitverkoop. Niet dat ik een jasje nodig heb, maar eerder die week was ik een mooi jasje misgelopen en dat schiep een behoefte.
Dat mooie jasje was een petrol blue colbert van babyrib, bij V&D, afgeprijsd en ook nog in mijn maat. Omdat ik niet genoeg tijd had besloot ik de volgende dag terug te komen en het te passen. Als het er nog zou hangen was het voor mij bestemd. De volgende dag hing het er niet meer.
De kledingzaak waar ik tussen de middag binnen liep, had ook mooie jasjes in de aanbieding. Ik vond er een naar mijn smaak met wel 70% korting. Een klant voor mij bij de kassa, rekende net dolgelukkig een wit wollen vest af. Ze had weken gewacht tot er nog meer korting werd gegeven. Ik zei tegen haar: ‘Dan heeft u wel geluk gehad, want een ander had u voor kunnen zijn’. Ze reageerde laconiek: ‘Dan was het gewoon niet voor mij bestemd geweest’.
Dat was het dus met het blauwe jasje, het was gewoon niet voor mij bestemd. Wat een heerlijke levensfilosofie. Als ik een bepaalde baan of liefde niet krijg komt het simpelweg doordat die niet voor mij bestemd is. Die gedachte is veel prettiger dan het grondige zelfonderzoek waaraan ik mezelf onderwerp als iets mislukt.
Met zo’n instelling kun je je schouders rechten en opgewekt verder leven. Vervolgens komt er van zelf wat anders op je pad, bijvoorbeeld een grijs jasje.
Niemand had het gezien of er iets van gezegd. Ik kwam er zelf achter dat ik onder mijn blauwe jurk geen blauwe kousen had aangetrokken maar groene. In deze tijd van het jaar is het verschil ’s morgens nauwelijks te zien. Reden waarom ik de zwarte kousen in een apart bakje in mijn kast heb liggen.
Er zijn tijden geweest dat ik bij het ontdekken van zo’n vergissing spoorslags naar huis zou gaan of direct na openingstijd naar de Hema rende. Of het nu ging om een ladder, een haal, een vergeten ceintuur of een verkeerde kleur van wat voor kledingstuk dan ook. Ook heb ik altijd naald en garen bij me.
Wat een drukte om zoiets wat totaal onbelangrijk is, denk je misschien. Maar, voor mij, en ik denk veel andere vrouwen, geldt: als ik zeker ben over wat ik aan heb, kan ik alles aan. Daarom ben ik ook geïnteresseerd in alles wat over mode gaat en wat kleding voor je kan doen. Zo stond er laatst een interessant artikel in de NRC * over wat je op kantoor wel en niet kunt dragen. Tips die je kunt gebruiken of naast je neerleggen. Zo zal ik never nooit een vleeskleurige panty dragen.
Is het door deze onzekerheid dat dit soort artikelen zo gretig worden gelezen en de programma’s en boeken van Trinny Woodall en Susannah Constantine zo populair zijn? Volgens de columnist Arjen van Veelen wel. Vrouwen laten zich onzekerheden aanpraten die dan door dit soort programma’s en artikelen worden ‘opgelost’. In zijn reactie op het NRC-artikel heeft hij de betere beautytip: wordt nooit een paspop. Naar zijn mening zou het recht om zelf te bepalen wat je draagt grondwettelijk verankerd moeten worden. Baas in eigen kledingkast, zogezegd. Maar wat heb ik aan dat recht op die ochtend dat ik in vertwijfeling voor mijn kast sta. Wat moet ik aan?
* Dit artikel was verdeeld over meerdere pagina’s, voor wie het wil lezen, daarom deel 1 en deel 2