Vanmiddag komen mijn familie en enkele vrienden langs om mijn verjaardag te vieren. Wat vier je eigenlijk als je jarig bent? Of, wat vier ik eigenlijk vandaag de dag na mijn verjaardag? Dat ik al weer een jaar ouder ben geworden? Dat gaat gewoon vanzelf. Dat het gisteren op de kop af 57 jaar geleden was dat ik geboren ben? Het blijft een bijzondere dag, dat wel. Maar het echte vieren is dat ik temidden van familie en vrienden voel dat ik bijzonder ben en zij voor mij bijzonder zijn. Ik ga er van genieten.

Auteur: Karien Damen
Thuis komen, thuis zijn
Maak een kunstzinnig werkstuk, gebruikmakend van materialen uit de natuur waarin je de stille plek in jezelf als levensbron verbeeld. Dat was de opdracht. Ik kon alleen maar denken aan de lange grassen onder hoge dennenbomen in het bos. Het is het Chaamse bos waar we op zondagen gingen spelen. Lekker rennen of juist als indianen onhoorbaar sluipen. Ik kan nog steeds het hars ruiken van de bomen en het hete zand voelen dat door mijn handen vloeit. In mijn jeugd was het altijd zomer. Ik ben een kind van het bos. Met een polder, rivierenlandschap of een stad heb ik weinig. Leuk om een keer te zijn maar niet om mij thuis te voelen.
De stille plek in jezelf is er altijd, je hoeft er alleen maar naar toe te gaan. In de stilte kun je contact hebben met je innerlijke landschap, dat je met nieuwe ogen kunt zien.*
Maar hoe ga ik het gevoel dat een bos mij geeft verbeelden? Op bezoek bij mijn moeder ben ik het bos ingelopen. Ik heb van alles verzameld wat bij een echt bos hoort. Weer thuis heb ik van een schoenendoos een kijkdoos gemaakt. Het is een huisje geworden met een raampje met gordijntjes, een deurtje en een dak. In de doos heb ik een boslandschap gemaakt. Als je door het raampje kijkt, kijk je niet naar binnen maar naar buiten, mijn bos in. Iedereen die een blik in mijn kijkdoos wil werpen krijgt eerst een koptelefoon op en hoort dan vogels zingen. Dit is mijn stille plek, mijn thuis.
Wat is jouw stille plek, geniet jij meer van de rust in de polder, tuur je liever over de rivier of voel je helemaal thuis bij het geluid van een levendige stad?
*De stille plek in jezelf, Paula van Cuilenburg.
Op klaarlichte dag #verhalensafari
‘Wat heb je tot nu toe aan feiten verzameld, Koolmees?’
‘Het moet zijn gebeurd ergens tussen gisteravond negen uur en vanochtend tien uur. Iets over tien kregen wij de melding binnen dat er een stoffelijk overschot lag op het pad. Gisteravond bij het invallen van het duister lag er nog geen lijk. Dat beweert tenminste de getuige Mol. Hij woont naast het pad. Het slachtoffer is geplet door een groot voorwerp.’
‘Wat weten we van het slachtoffer zelf?
‘Het slachtoffer is geïdentificeerd door zijn familie. Het was een alleenstaande man. Hij was zojuist teruggekeerd van zijn overwintering.’
‘Wat is dat toch spijtig, net als de lente een beetje op gang komt, maakt één of andere bruut een einde aan je leven.’
‘We weten nog niet of er sprake is van een gerichte daad, chef. Het kan ook een noodlottig ongeval zijn.’
‘Oké, ga verder met de feiten. Waar is het slachtoffer het laatst gezien?’
‘We hebben deze foto van gisteravond. Hierop is het slachtoffer nog in leven.’
‘Wat is dat voor een vage foto Koolmees. Daar kunnen we toch niet veel uit afleiden.’
‘Toch wel chef, door zijn familie is hij herkend op deze foto.’
‘Ik zie het niet, dat soort lijkt allemaal op elkaar. Jij wel?’
‘Nee, ik zie het ook niet, maar dat heb ik niet gezegd waar de familie bij was. Voor je het weet word je voor een commissie gesleept.’
‘Wat zijn de resultaten van je sporenonderzoek?’
‘Ik heb de klompen van de eigenaren van het perceel onderzocht. Hierop zijn geen sporen te vinden.’
‘Weet je zeker dat je alle klompen onderzocht hebt?
‘Er wonen maar twee personen in het huis, chef.’
‘Denk eens na Koolmees, mensen kunnen toch wel meer dan één paar klompen bezitten?
‘Oké chef, ik stuur Merel er op af.’
‘Dat is goed en loop de getuigenissen nog eens na. Ze komen me niet helemaal betrouwbaar over. Misschien hebben we iets over het hoofd gezien.’


‘U had gelijk chef. De vrouw des huizes had nog een paar klompen. Onder de linker zijn resten van het slachtoffer gevonden. We nemen aan dat die gebruikt zijn bij het water geven gisteravond laat. Het slachtoffer was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.’
‘Een noodlottig ongeval dus?’
‘Ja, we nemen aan dat het geen opzet is.’
‘Wat sta je daar nog te wachten Koolmees, ga die vrouw ophalen voor verhoor.’
‘Dat is een beetje lastig chef, ze is niet thuis.’
‘Ja, ja laat ook maar. Wel jammer van die vette slak, dat was een lekker hapje geweest.
Dit is de de derde etappe van de verhalensafari van Sigrid van Iersel: Op zoek naar sporen.
Mijn tante Hetty, deel 6: Krantenbericht
Dit is een fragment van mijn nieuwe verhaal. Onder dit fragment staat een samenvatting van hele verhaal. Wordt vervolgd.
Direct naar deel 7
Samenvatting: Het is zomer. Ik ga logeren bij tante Hetty. Mijn moeder moet namelijk naar Katmandoe. Daar ligt mijn vader in het ziekenhuis nadat hij gered is op de Lhotse een bergtop naast de Mount Everest. Mijn vader is alpinist. Ik kan niet mee want ik zit in de laatste schoolweken voor de zomervakantie.
Tante Hetty is advocaat en eigenlijk is ze de tante van mijn moeder. Ze is niet getrouwd, rookt en drinkt als een ketter. Mijn moeder blijft maar weg en de schoolvakantie begint.
Ik verveel me. Ik staar in het scherm van de computer en het lijkt me uit te nodigen. Een jongen verschijnt in beeld en nodigt me uit de virtuele wereld in te stappen. Ik wil dat helemaal niet totdat blijkt dat tante Hetty in gevaar is. Iemand uit de onderwereld heeft het op haar gemunt. Ik stap toch de virtuele wereld en samen met de jongen, die Victor heet, ontmasker ik de misdadigers.
Een goed verhaal ligt op straat #verhalensafari
Mijn telefoon en mijn opschrijfboekje doe ik in mijn tas. Het is mijn lunchpauze en ik ben klaar voor de tweede etappe van de verhalensafari.
‘Steeds meer grand café’s, restaurants en hotels gebruiken verhalen als wandversiering. Winkels passen verhalende teksten toe op hun ramen. Of ze zetten borden neer met verhalen.’
Ik ga dus op zoek naar een geschreven verhaal en ik verwacht dat ik dat in de Dorpsstraat in Zoetermeer kan vinden. Ik heb daar een intrigerend kunstwerk gezien met teksten er op. Het is voor de oude kerk. Ik heb er alleen nooit durven stilstaan om het eens goed te bekijken. Maar nu ik op ben op safari ben, is het gerechtvaardigd me als toerist te gedragen. Het kunstwerk is een soort potkachel met een boom als schoorsteen. Er staat inderdaad een tekst op:
Zoetermeer warm van aarde
Op het bankje naast de kachel zit een vrouw.
‘Heeft u er bezwaar tegen als ik een foto van het kunstwerk maak? Ik zorg er voor dat u er niet op staat.’
Ze heeft er geen bezwaar tegen en geeft mij aanwijzingen vanuit welke hoek ik het beste een foto kan maken. Ze vraagt of ik uit Zoetermeer kom. Als ik ontkennend antwoord, begint ze te vertellen dat ze vaker op dit bankje zit omdat ze zo goed zicht heeft op het kruispunt en wie er allemaal voorbij komen.
‘Vroeger ging ik op dinsdag naar de markt. Maar die is naar Oosterheem verhuisd. Ik mis het niet echt. In de Dorpsstraat kun je fijn boodschappen doen en de laatste jaren stelde de markt toch niet veel meer voor.’
We zitten nog even samen op het bankje en ik vertel dat ik op zoek ben naar teksten op muren of borden.
‘Dan moet je nog even verder doorlopen, naar een straatje rechts. Daar hebben ze pas geleden van alles opgehangen. Het gaat ook over kunst.’
Ik denk te weten wat ze bedoelt en loop in de aangegeven richting. Ik ben nog maar net op pad als een echtpaar mij aanspreekt.
‘Weet u hoe lang je hier mag parkeren met een blauwe kaart? We staan achter de kerk op die tijdelijke parkeerplaats.’ ‘Volgens mij drie uur, maar stond er geen bord bij de parkeerplaats? Even verderop bij het CKC weet ik zeker dat het drie uur is.’
Ze vertellen me dat ze aan het winkelen waren in de Dorpsstraat en willen nog even naar het Stadshart voor een cadeau voor hun kleinkind. Zelf wonen ze tegenwoordig in een appartement in Den Haag, maar hun dochter is in Zoetermeer blijven wonen met haar gezin. Het is hier groen en rustig, ideaal als je kleine kinderen hebt. Ze besluiten via de parkeerplaats naar het stadshart te lopen, want een bon is toch echt wel zonde van het geld.
De aankondiging van Zondag in het park, van terra art projects heb ik daarna zo gevonden. Het is misschien niet helemaal wat met de opdracht van de safari werd bedoeld. Hoewel, het bewijst maar weer dat als je je ogen en oren open hebt de verhalen vanzelf naar je toe komen.
Ik doe mee aan de verhalensafarie van Sigrid van Iersel. Dit is de tweede etappe.
Mijn tante Hetty, deel 5: Kersen
Dit is een fragment van mijn nieuwe verhaal. Onder dit fragment staat een samenvatting van hele verhaal. Wordt vervolgd.
‘Er stond wel een donkere auto aan de overkant van de straat toen we in de winkel waren.’
‘Weet je het zeker? Er zijn heel veel donkere auto’s.’
Tante Hetty gaat langzamer rijden. Zoals mijn vader doet als hij zich ergert aan een bumperklever. De donkere auto haalt ons niet in.
’Eens kijken wat er gebeurt als ik hier af sla?’
Bij de rotonde neemt tante Hetty de weg naar rechts. Normaal zouden we rechtdoor rijden. We rijden nu de stad uit, richting de rivier. Ik kijk in de spiegel of de auto ons volgt. Dat doet hij en er valt me nog iets op. De linkerkoplamp is vastgeplakt met tape. Dat had de auto die voor de winkel van Bert stond ook. Er loopt een barst over het glas van de lamp.
’Het is dezelfde auto tante Hetty.’
Mijn stem klinkt raar. Alsof ik onder water praat. Het gezicht van tante Hetty verstrakt.
’Oké, dan gaan we het nu serieus spelen. Hou je vast.’
Dat deed ik toch al, maar ik verstevig mijn greep. We rijden nu op de dijk langs de rivier. Het is de dijk waaraan ik met mijn vader en moeder woon. We rijden het huisje voorbij. Het lijkt te zeggen: ‘Zie je wel, je had beter thuis kunnen blijven.’
‘Even verderop kunnen we links afslaan tante.’
‘Je bedoelt bij dat huis met de groene luiken.’
‘Ja, precies, kijk daar is het al.’
Tante Hetty mindert vaart. Op dat moment komt er een motorrijder van de andere kant.
‘Shit, nu moet ik verder door rijden. Is er nog een andere afslag, Mara?’
‘Nee, alleen maar een fietspad.’
’Ik weet waar dat is. Dat is breed genoeg.’
We rijden weer verder. In de volgende bocht rijdt tante Hetty rechtdoor. Even lijkt het of we in de lucht in hangen, maar we belanden op het fietspad dat schuin naar beneden loopt. Een wielrenner steekt boos zijn vuist op in onze richting. De auto achter ons heeft te laat in de gaten dat we rechtdoor rijden. Hij kan ons niet volgen. Onder aan de dijk is een pad naar links. Het gaat naar een boerderij. We rijden het erf op en stoppen op een plek die niet te zien is vanaf de dijk.
’Wil je kersen als toetje?’
’Euh,’ ik denk dat ik het niet goed versta en kijk tante aan.
‘Of je kersen als toetje wil?’ Ze wijst naar een tafel met manden op het erf. ‘Ze verkopen hier groente en fruit.’
We stappen uit de auto. Ik kijk speurend de kant op van de dijk. Er is niets bijzonders te zien.
Tante Hetty rommelt in haar handtas. ‘De kersen kosten twee euro voor een zakje. Heb jij misschien kleingeld bij je?’
Tante is naar de boerderij gelopen. Ik zoek in mijn portemonnee en vind twee losse euro’s. ‘Hier,’ ik loop naar haar toe. Ze geeft mij een zakje met kersen en neemt het geld van mij aan. De euro’s verdwijnen in een geldkistje dat vastgespijkerd zit aan de tafel.
’Kom, ik denk dat we nu wel naar huis kunnen.’
‘Wie waren dat tante?’
‘Ik heb geen idee lieverd. In mijn werk kom je rare snuiters tegen. Misschien is het een klant die wil testen of ik koelbloedig genoeg ben om zijn advocaat te worden.’
Ik weet dat ze luchtig doet om mij niet ongerust te maken.
‘O, en Mara, straks zeggen we niets tegen je moeder. Ze heeft al genoeg aan haar hoofd.’
We rijden zwijgend terug naar de stad.
Direct deel 6
Samenvatting: Het is zomer. Ik ga logeren bij tante Hetty. Mijn moeder moet namelijk naar Katmandoe. Daar ligt mijn vader in het ziekenhuis nadat hij gered is op de Lhotse een bergtop naast de Mount Everest. Mijn vader is alpinist. Ik kan niet mee want ik zit in de laatste schoolweken voor de zomervakantie.
Tante Hetty is advocaat en eigenlijk is ze de tante van mijn moeder. Ze is niet getrouwd, rookt en drinkt als een ketter. Mijn moeder blijft maar weg en de schoolvakantie begint.
Ik verveel me. Ik staar in het scherm van de computer en het lijkt me uit te nodigen. Een jongen verschijnt in beeld en nodigt me uit de virtuele wereld in te stappen. Ik wil dat helemaal niet totdat blijkt dat tante Hetty in gevaar is. Iemand uit de onderwereld heeft het op haar gemunt. Ik stap toch de virtuele wereld en samen met de jongen, die Victor heet, ontmasker ik de misdadigers.
Plog de Portugal
Het is me gelukt een beetje zon mee naar huis te nemen. Vanochtend scheen hij ook in Nederland stralend en de lucht is de hele dag strakblauw geweest. Nu alleen nog een beetje warmte toe voegen. Misschien lukt dat met deze vakantiefoto’s. We waren een weekje in de Algarve en logeerden op de Quinta dos Amigos, boerderij van de vrienden, bij Almancil.
Ik zag ze in de berm op weg naar het strand. Ze hebben wat weg van kamille of margrieten. Ik noem ze zonnekusjes.
Het strand bij Trafal. We kijken richting Faro en zijn vlakbij wat ze hier de gouden driehoek noemen. Villadorpen met golfbanen, sterrenrestaurants en country clubs. Bij de plaatselijke supermarkt betaal je de hoofdprijs.
Ze lijken wel niet echt, deze bloemen. Zonder trucage.
Ons zon overgoten terras in het paradijs dat Quinta dos Amigos heet. Heerlijk om te schrijven en te lezen. Die strak blauwe lucht heb ik mee naar huis genomen.
De vissershaven bij de badplaats Quarteira. Er komt net een bootje binnen. Op de wal kun je verse vis kopen in een grote hal.
Bij Don Giovanni in Almancil hebben we heerlijk gegeten. Asperges en zalm. De panna cotta ga ik van de week zelf maken, een heerlijk toetje.
Wat wil je eten vandaag? #Verhalensafari
Ik haal het kartonnen AH keukentje van de zolder. Het idee is om dit voor de laatste keer te doen. Vanmiddag komt Hannah spelen. Ze is er al bijna te groot voor. Ik heb er pannetjes bij gekocht en een kookwekker. Tijdens de actie van AH kreeg je bij elke vijf euro aan boodschappen een zakje met keukenspulletjes. Ik stel me voor dat ik die aan Hannah mee geef als ze naar huis gaat. Mijn broer kan dan geen nee zeggen. Ben ik er mooi vanaf.

Het keukentje is van karton en is ingenieus ontworpen. Het ziet er wat nostalgisch met een zwart wit geblokt gootsteentje, een oventje en een heuse bestekla. Aan de voorkant zit een open haard en door het raampje kan de kleine kok bestellingen opnemen:
Wat wil je eten vandaag?
Of alle miniatuur etenswaren die niet meer nodig zijn naar buiten gooien. In de loop van het spel wordt dat laatste steeds leuker.
Zelf had ik ook een keukentje. Het was van blik en had dezelfde indeling als het AH keukentje. Het had ook een raampje. Je zag door het raam een afbeelding van een tuin met een vijver, herinner ik me. ik heb er een keer echt op gekookt. Het had twee pitten in het fornuisje. Daar pasten blokjes in die echt konden branden. Er is in mijn huis een herinnering aan dat keukentje.

Op dit tafeltje zie je de omtrek van het keukentje. Ik had het er kletsnat opgezet en toen is het gaan roesten. Mijn moeder boos maar zo bleef het onbedoeld wel mijn tafeltje. Het kwam van mijn oma. Mijn oma was niet mijn echte oma maar de nieuwe vrouw van mijn opa. Iedereen noemde haar daarom tante Hilda. Alleen ik noemde haar oma en stal daarmee haar hart. Wat ik mooi vond kreeg ik mee naar huis.
Zo ook deze porseleinen kopjes en schoteltjes om mee te spelen en een bonbondoos. Ik ben benieuwd wat Hannah straks nog van mij in huis heeft.


Ik doe mee aan de verhalensafarie van Sigrid van Iersel. Dit is de eerste etappe.
Mijn tante Hetty, deel 4: Boodschappen
Dit is een fragment van mijn nieuwe verhaal. Onder dit fragment staat een samenvatting van hele verhaal. Wordt vervolgd.
‘Waar heb je trek in?’ vraagt ze als we de landrover instappen. ‘Een lekkere stoofschotel zal jullie goed doen.’ Ik denk helemaal niet aan eten maar knik toch. ‘Ja, dat zal ons goed doen.’ ‘Gooi die rommel maar op de achterbank.’ Tante Hetty kijkt in de buitenspiegel en geeft vol gas. Ik grijp me vast aan mijn stoel. De buitenkant van de auto zit vol met modder en je kunt alleen wat zien door de raampjes waar de ruitenwisser komt. Je zou denken dat we in het bos op jacht gaan naar voedsel maar we rijden gewoon naar het centrum van de stad. Parkeren is geen probleem voor tante Hetty, ze zet haar auto voor de winkel op de stoep. Ik hoop maar dat niemand van school ons ziet. De winkel is van een client van tante Hetty. Hij staat met een schort aan in de deuropening. Op het schort zitten roestige vlekken.‘Dag Hetty, je komt precies op het goede moment, de parkeerwacht is net de hoek om. ‘Als dat de kleine Mara niet is. Wat word jij groot, zeg!’ Ik haat dat, volwassenen die jou bijna nooit zien, maar wel denken iets van je te kunnen vinden.
‘Kom binnen meisjes, ik heb net lamsbouten gesneden.’ ‘Perfect voor mijn schotel, Bert. Je weet ook altijd precies wat ik nodig heb.’ We gaan achter hem aan de winkel in. Het is een oude delicatessen zaak. Het ruikt er naar kruiden en in de vitrines staan mooi opgemaakte schotels met lekker eten. Er is verder niemand in de winkel. Ik loop naar de kast met jam en chutney’s. Tante Hetty kijkt even naar mij, dan vraagt ze zachtjes aan Bert: ‘Heb je nog iets gehoord van je broer, is al bekend wanneer hij vrij komt?’ ‘Nee, dat duurt nog wel even, jij had hem ook moeten verdedigen. Dan was het heel anders gelopen.’ ‘Ja, dat spijt me, maar dat kon niet. Dat weet jij ook.’ Tante Hetty slaat in wat ze nodig heeft. Ze is snel klaar. We krijgen een plakje kaas en stappen met volle tassen naar buiten.
Als we de hoek om rijden zie ik tante Hetty in de achteruitkijkspiegel kijken. Haar ogen gaan steeds heen en weer van de voorruit naar de spiegel. Als ik een beetje vooroverbuig kan ik in de rechter buitenspiegel kijken. Hij is een beetje smerig maar ik kan net zien dat er een donkere auto achter ons rijdt. Tante Hetty ziet dat ik kijk. ‘Reed die auto daarstraks ook niet achter ons, Mara?’
Direct naar deel 5
Samenvatting: Het is zomer. Ik ga logeren bij tante Hetty. Mijn moeder moet namelijk naar Katmandoe. Daar ligt mijn vader in het ziekenhuis nadat hij gered is op de Lhotse een bergtop naast de Mount Everest. Mijn vader is alpinist. Ik kan niet mee want ik zit in de laatste schoolweken voor de zomervakantie.
Tante Hetty is advocaat en eigenlijk is ze de tante van mijn moeder. Ze is niet getrouwd, rookt en drinkt als een ketter. Mijn moeder blijft maar weg en de schoolvakantie begint.
Ik verveel me. Ik staar in het scherm van de computer en het lijkt me uit te nodigen. Een jongen verschijnt in beeld en nodigt me uit de virtuele wereld in te stappen. Ik wil dat helemaal niet totdat blijkt dat tante Hetty in gevaar is. Iemand uit de onderwereld heeft het op haar gemunt. Ik stap toch de virtuele wereld en samen met de jongen, die Victor heet, ontmasker ik de misdadigers.















