We rammelen met de lepels op de pannen.
En zingen mee met het kokende water.
De keuken vult zich met rook.
Welk muziekstuk ligt daar in de oven aan te branden?
‘Rock Around The Clock’ van Bill Haley.
Een hand strekt zich uit naar een stapeltje rode munten. Een vuist landt met een klap op de tafel, bovenop de andere hand. De muntjes rollen alle kanten uit.
‘Blijf af, die fiches zijn van mij.’
‘Au, je doet me pijn.’
‘Dat doe je toch zelf stomme trut. Ik zeg toch dat je er af moet blijven.’
‘Ik heb ze eerlijk gewonnen.’
‘Niet waar.’
Nu vliegt het hele speelbord door de lucht.
Het kind dat de klap kreeg, wrijft over haar hand en begint zacht te huilen.
Er komt iemand de kamer in gelopen. Eén van de kinderen wordt aan haar arm meegesleurd.
‘Wat heb ik je gezegd Mira?’
‘Zij begon.’
Het vastgepakte kind wijst naar het huilende meisje.
‘Nee Mira, jij kunt niet tegen je verlies. Dit is de laatste keer geweest, ik heb je genoeg gewaarschuwd. Voor jou geen spelletjes meer en je mag deze week niet naar de hockey. Je moet je leren beheersen.’
‘Rot, moeder!”
Het kind trekt zich los en loopt het beeld uit.

‘Hoe zouden jullie dit verder aanpakken?’
De docente kijkt verwachtingsvol naar ons. Ik weet nog hoe woest ik kon worden als mijn moeder mij terechtwees waar een ander kind bij was. Maar dat levert vast geen goed antwoord op. Ik kijk de groep rond. Zo te zien allemaal ouders die heel goed in staat zijn een puber op te voeden. Toch neemt niemand het voortouw.
‘Weet jij het?’
Ik heb een oproep geplaatst voor een tekstschrijver, iemand die onze teksten een beetje kan leesbaarder kan maken voor onze inwoners. Niemand heeft gereageerd.
Vind je het gek, bij het woord tekstschrijver denk ik niet aan iemand die zelf nog wat toevoegt aan jouw verhaal. Niemand wil toch saai zijn. Wat jij zoekt is een poetische ambtenaar.
Poetisch?
Poëtisch: Als van een dichter, mooi, romantisch.
Een ambtelijke dichter dus?

Nee, die staat aan je graf als je alleen maar schulden nalaat. Je krijgt dan een laatste groet van overheidswege.
Een romantische ambtenaar dan?

Dat is iemand die je levenslessen mee geeft als je in het huwelijk treedt.
Een poëtische ambtenaar, geen idee wat het is, jij?
Iemand die een authentiek verhaal kan vertellen.
Wat is dan een authentiek verhaal?
‘Dat zijn verhalen waarin mensen kwetsbaar durven zijn. Niet op een rauwe en onverwerkte manier. Of met zoveel hysterische emoties of schaamteloosheid dat het de ander overdondert.
Het is eerder met fijngevoelige aandacht voor het kleine. De verteller heeft het doorleefd en kan er betekenis aan geven.
Dat ontroert.
Het is namelijk pas authentiek als de ander het gelooft.
En dat doe je door consequent te zijn: what you see is what you get.’
Heel mooi gezegd, maar daar moet je toch niet voor bij ambtenaren terecht. De beste van ons land schrijven zo:
‘Voor de uitbreiding van de capaciteit zijn extra middelen beschikbaar, onder de voorwaarde dat de flexibiliseringsagenda wordt doorgezet en dat de knellende kaders waaronder sectorspecifieke beperkingen ten opzichte van de Arbeidstijdenwet, worden weggenomen.’
Dat staat in het fonkelnieuwe regeerakkoord en Japke-d Bouma kreeg er jeuk van. Net als Jet Bussemaker:
‘Dat er énorm veel woorden nodig zijn om te vertellen dat je heel weinig gaat doen. Wóllig! De meest voorkomende woorden die ik zie: discussie faciliteren, onderzoek doen, zorgvuldig handelen. Zorgvuldig handelen! Ik ken níémand die niet zorgvuldig wil handelen als we het hebben over abortus, voltooid leven of embryo-onderzoek.’
Dat wordt nooit wat met ambtenaren.

Hoezo niet, als we ze nou gewoon een beetje kietelen, zeggen dat je bij twijfel er juist voor moet gaan. Dat op je bek gaan niet erg is als je het maar met zwier doet. Dat je jezelf niet al te serieus moet nemen, anderen zijn al serieus genoeg.
Ik weet wel iemand!
Over mijn hoofd jaagt de wind, op donkere wolken in de lucht. Ben je bang voor de storm, mijn kind? Over mijn hoofd jaagt de wind. De moeder grijpt haar kind, bladeren rood en geel, op de vlucht. Over mijn hoofd jaagt de wind, op donkere wolken in de lucht.
Ergens in een groot bos, stond een boom. Het was een mooie loofboom. Ze was krachtig en sterk. Niemand hoefde haar iets wijs te maken, zij zou het allemaal wel eventjes regelen. Zo stond ze stram langs een pad. Maar in de loop der jaren groeiden er steeds minder blaadjes aan haar. Met weemoed dacht ze terug aan vroeger toen ze nog niet zo boos was. Waar was het mis gegaan?

Ze sloot haar ogen en zag voor zich hoe ze pril haar eerste takken naar de hemel hief. Elke windvlaag deed haar blaadjes trillen van zacht genot. Misschien moet ik wat minder boos zijn en weer gaan luisteren naar de wind en mijn blaadjes meebewegen met het zonlicht.
Nu, jaren later staat de boom nog steeds in het bos. Hier een daar is er een tak afgebroken. De laatste storm heeft de top van de kruin weggevaagd. Maar overal zie je nieuw groen blad verschijnen. Als je langs het pad loopt, ga dan gerust tussen de wortels zitten en vertel je verhaal. De boom luistert naar jou.
Gelukkig is alles is weer normaal. De vakanties zijn voorbij, scholen beginnen weer. Iedereen is ’s morgens weer onderweg. Zo kan ik mijn fietsbanden weer herstellen.
De eerste die ik weer tegenkom is de meester van mijn nichtje. Ik weet wie hij is, maar voor hem ben ik maar een gewone voorbijganger. Er is alleen maar een fietsband tussen ons.
Fietsband (m/v), relatie tussen mensen die elkaar alleen kennen als tegenligger op een dagelijkse fietsroute.
Hij fietst elke dag de tegengestelde route. Hij werkt in het dorp waar ik woon en ik werk in de stad waar hij woont. We zouden misschien van huis kunnen ruilen. Van werk ruilen is wat lastig, ik wil niet voor de klas en hij waarschijnlijk niet een hele dag op kantoor.
Als ik Zoetermeer in gefietst ben, kom ik voornamelijk ouders tegen die hun kinderen naar school brengen. Enkele bakfietsmoeders zwaaien inmiddels vrolijk naar mij. De kinderen zie ik met de seizoenen langzaam groter groeien en één voor één zelf gaan fietsen.
Bakfietsmoeder (v), moeder die haar kinderen in een bakfiets vervoert, doorgaans naar crèche of school.
Vande week kwam ik één van mijn bakfietsmoeders op weg naar huis tegen. Ik was al bijna in Pijnacker. Ze fietste zo maar in de polder met haar kinderen. Ze werd vergezeld door een man op een racefiets. Gezellig een dagje er op uit geweest. We vergaten bijna te zwaaien naar elkaar.
Morgen wordt een blauwe dag, niet omdat het maandag is maar omdat ik er zin in heb. Alles ligt al klaar.
Lavendelblauw
Hemelsblauw
Marineblauw
Azuurblauw
Pauwblauw
Blauw past bij mij, blauw past, sinds de uitvinding van de spijkerbroek bij iedereen.
En giroblauw? Giroblauw past bij jou, kijk maar.
Een blauwe maandag, een blauwtje lopen, blauw zijn of juist van de blauwe knoop zijn. Blauw is vertrouwen.
Een melkchocolade eitje hoort in een blauw papiertje.
Ik hang hier nu al een week. Het ringetje waaraan ik vast zit begint al te roesten. Een oude man op klompen vond mij tussen het gras. Hij heeft me hier aan het prikkeldraad gehangen. Hij dacht natuurlijk dat Mylan op zoek was naar mij en dat ik zo meer zou opvallen. Maar Mylan is mij vast niet meer aan het zoeken.
Op weg naar huis van de voetbal ging hij met zijn vriendjes maiskolven plukken in het veld. Die zouden ze gaan poffen bij Niels. Bij Niels thuis mag alles. Achteloos stak hij mij in de zak van zijn jas. Bij de eerste de beste sprong over een sloot, viel ik er al uit. Ik ben toch wel benieuwd hoe Mylan die middag is thuisgekomen.
Of is hij bij één van zijn vriendjes achterop gesprongen? Of misschien heeft hij zijn vader direct gebeld? Die vader zal wel woest geweest zijn. Want die kon natuurlijk weer de fiets van zijn zoon ophalen en er een nieuw slot op laten zetten. Zelf ben ik nu natuurlijk waardeloos geworden, maar het schoentje dat naast mij bungelt niet. Ik weet zeker dat Mylan daar aan gehecht was.
