‘Een beetje overdreven, vind je ook niet? Dat goud gaat nog wel, maar die gekleurde ramen dat had voor mij niet gehoeven.’
‘Dat dacht ik eerst ook, maar nu het ingericht is en je er mensen ziet zitten vind ik het wel aardig.’
‘Ik ga daar niet zitten hoor. Zitten ze op het terras te kijken of we wel werken.’
‘Ha, Ha ze weten toch dat we ambtenaren zijn.’
‘Ga jij nog naar die nieuwjaarsreceptie?’
‘Tuurlijk, zo’n kans krijg je maar één keer, de opening meemaken van het nieuwe stadhuis.’
‘Heb je dan niet gezien dat er een dresscode is?’
‘Dresscode?’
‘Ja, blue met een touch of gold.’
‘Daar is toch niets mis mee.’
‘Het is dat felle Zoetermeerse blauw met geel dat ze bedoelen. Hoe kunnen ze het verzinnen. Dat staat toch niemand, zeker mij niet.’
‘Nou, ik heb anders een heel leuk oker geel jasje gezien in de uitverkoop, Het is net goud, heel feestelijk. Ik denk dat ik dat nog even ga halen tussen de middag.’
‘Ja, jij kunt dat wel hebben, maar wat moet ik met geel.’
‘Wat ben jij weer Zoetermeers zuur aan het mopperen zeg.’
‘Zo jagen ze je toch op kosten, zeg nou zelf.’
‘Nou dan ga je toch lekker op tijd naar huis, ga ik wel alleen swingen in de nieuwe raadzaal.’
Ik weet het, het is een beetje laat en de kerstvakantie is voorbij, maar ik weet een leuk gezelschapsspel. Wat je nodig hebt is een even aantal deelnemers, pennen en schrijfpapier. Meer niet, of misschien toch: een beetje verbeeldingskracht.
Het gaat om het schrijven van een dialoog. Dat kan tussen twee mensen zijn, maar dat hoeft niet. Dieren of voorwerpen leveren ook mooie resultaten op. Vlak voor kerst hebben we het in de prozagroep uitgeprobeerd. We kregen opdrachten waar we graag onze tanden in zetten. Twee aan twee ontvingen we een beschrijving van de situatie en van de hoofdpersonen. De één begint het gesprek op papier en schuift het door naar de ander. De ander reageert op de eerste zin en schuift het papier terug.
Bijvoorbeeld: we stelden ons het gesprek voor tussen de brie en de camembert op het kaasplankje. Twee kaasjes die allebei denken dat ze heel bijzonder zijn.
'Nu liggen we alweer zo dicht bij de kandelaar, ik begin nu al te zweten. Ruik je iets?'
'Of ik iets ruik? Weet je wel tegen wie je het zegt?'
'Je hoeft niet zo uit de hoogte te doen, de mensen weten toch niet waar jij eindigt en ik begin.'
Kijken naar een verliefd stel doet oude liefde opbloeien tussen een peper en zout stel:
‘Waarom zo focussen op dat mensenpaar? Staan wij wij niet mooi samen mooi te flonkeren in het kaarslicht? Jij staat er schitterend bij vanavond.’
Zelfs de conversatie tussen een gevulde kalkoen en een gebraden konijn kent filosofische hoogtepunten:
‘Gek is dat. Toen we nog vol in het leven stonden wilde niemand ons kennen en nu we hier zo liggen met een knapperige buitenkant, zijn we het stralende middelpunt.’
De vork en het mes zijn tot elkaar veroordeeld en dat is te merken:
'Ik wil in het midden prikken.'
'Je begrijpt toch wel Vorkje, dat je dan de rotzooi zelf mag opruimen.'
'Dat kan je nu wel zeggen, maar ik verwacht je volledige steun.'
'Vooruit maar weer. Neem dan alsjeblieft wel een grote hap.'
Met dank aan Jacqueline van:Het verhaal achter en mijn schrijfmaatjes. Zin om ook een keer te schrijven? Kijk op de site van de bibliotheek in Zoetermeer.
Het jaar loop ten einde, tijd om de balans op te maken. Veel moois op mijn pad maar ook zorgen en verdriet. Precies zoals dat in ieders leven gaat. Wat gaat het nieuwe jaar brengen?
Mijn boek: Suzy zoekt een huis, was helemaal af. Nu moet het dan ook maar echt worden, was mijn gedachte. Een feest was het om begin dit jaar het eerste exemplaar vast te houden. Heel blij werd ik van de complimenten van lezers en lezertjes. Het mooiste was van een vader die een filmpje stuurde van zijn lezende dochter. Ik zag haar in opperste concentratie de woorden met haar lippen vormen. Het zelf in de verkoop zetten van mijn boek viel niet mee, schrijven van verhalen gaat mij beter af.
Ik ben aan een nieuw verhaal begonnen, een detective voor wat oudere kinderen, Mijn tante Hetty. Ik publiceer dat in delen op mijn blog. Ik ben ook meer korte verhalen gaan schrijven en soms zelfs een gedicht, terwijl ik helemaal niet kan dichten.
Een hutje op de hei, dat was onze droom. Een plek in de natuur om helemaal te ontspannen en in rust te kunnen lezen, schrijven en schilderen. We vonden een huisje in Hellendoorn aan de rand van een bos. Konijnen huppen er door de tuin. Dit jaar hebben we het opgeknapt. Een prettig toeval is dat het dicht bij de ouders van E is, die meer aandacht en zorg nodig hebben.
Het is niet te koop
Al een tijdje volg ik op de Kleine Tiki de opleiding kunstzinnig dynamisch coachen. Mijn idee is om met mijn ervaringen jonge mensen te gaan coachen. Een tijdje meelopen op hun loopbaanpad en zien hoe ze groeien, lijkt me fantastisch. Afgelopen zomer kwam op mijn werk de vraag voorbij om talentencoach te worden. Dat paste zo mooi bij elkaar dat ik me heb aangemeld, met als gevolg dat ik nu twee opleidingen tegelijk doe. Begin volgend jaar start ik op mijn werk met coachen.
Binnenkort in de aanbieding
Voor 2017 had ik me niets voorgenomen, met de meeste goede voornemens gaat het na een week al mis. Ik heb alleen ja gezegd tegen wat me bij voorbaat al blij maakte. Ook al kon het niet vanwege gebrek aan tijd, ruimte of geld, ik trok de stoute schoenen aan. Ik denk dat ik dat dit jaar ook maar ga doen.
Daar zul je de heilige Agnes hebben. Een grijs autootje stopt voor mijn huis. Een feestelijk geklede vrouw stapt uit, doet het achterportier open en sleurt haar kind van de achterbank. Dat is Kevin, die heeft vast geen zin in kerstmis met zijn familie.
Irma en Johan staan arm in arm in de deuropening op het bezoek te wachten. Ik zwaai naar ze maar ze doen net alsof ze mij niet zien. Zoek het lekker uit met elkaar, denk ik en trek de gordijnen dicht.
The Sound of Music
Ik ga vanavond gezellig naar The Sound of Music kijken. Glaasje wijn, voeten op de bank, verder heb ik niets nodig. Sinds Poekie hun krielkippen heeft doodgebeten, praten Irma en Johan niet meer met mij. Waar is Poekie eigenlijk? Ik heb haar al een poosje niet gezien. Ik loop de keuken in om haar te zoeken.
‘Poekie, Poekie, kom eens bij het vrouwtje.’
Geen reactie, ik doe de achterdeur open en roep nog eens. Niets, of toch? Een zacht klagelijk gemiauw klinkt uit de tuin van de buren. Ik loop op het geluid af. Het komt uit de regenton. Als ik het deksel op til, vind ik een half verzopen kat, mijn kat. Ik wil nog maar één ding en dat is wraak.
Lelijke heks
Met de natte kat in mijn armen stap ik de bijkeuken in van de buren. Aan het einde van de gang hoor ik gelach. Ik gooi de deur van de woonkamer open. Gelijk is het stil. Ik hou Poekie omhoog: ‘Kijk eens wat dat rotjoch heeft gedaan.’
‘Nee,’ gilt Agnes, ‘zoiets zou mijn Kevin nooit doen. Mijn jongen heeft een hart van goud.’
Ik kijk de tafel rond of ik de dader zie.
‘Hij heeft het wel gedaan Agnes, waarom zou hij anders de benen hebben genomen?’
Iedereen kijkt nu naar de plek waar Kevin daarstraks nog zat.
‘Kevin, Kevin,’ roept Agnes en als ze geen reactie krijgt: ’Waar is mijn Kevin, lelijke heks.’
‘Rustig Agnes, hij kan niet ver weg zijn,’ probeert Johan haar te kalmeren. ‘Kom, we gaan zoeken.’ Iedereen begint door het huis te rennen. Voorzichtig zet ik mijn kat op de grond. Ze strijkt haar natte lijf tegen mijn benen.
Vlierbessenwijn
‘Hier is hij, in de kelder.’
Boven aan het trapje verdringen we elkaar om te zien wat er aan de hand is.
‘Laat mij even kijken.’
‘Nee heks, jij blijft uit de buurt van mijn kind.’
‘Laat haar er langs Agnes, ze is verpleegkundige geweest.’
Ik kniel naast de jongeren neer. Zijn lippen zijn blauw. Voorzichtig voel ik zijn hals. Plots laat hij een boer midden in mijn gezicht. Ik ruik een enorme dranklucht.
‘Hij is gewoon stomdronken.’
‘Mijn zelfgemaakte vlierbessenwijn. Die was voor de trifle.’
Even later zitten we om de tafel. Johan komt de kamer in. ‘Kevin slaapt, hij mompelde nog iets over een prinses redden en een gevaarlijke tijger in het bos. Echt een jongen met een hart van goud,’ met een knipoog naar mij.
Onderweg zie ik al wazig, het is alsof er een vliesje over mijn linkeroog ligt. Het is ook pijnlijk, op kantoor doe ik mijn linkerlens maar uit. De rechter hou ik in zodat ik mijn collega’s blijf herkennen.
’s Avonds lees ik allerlei verschrikkelijke verhalen over bijziendheid en blind worden door te veel lezen of te veel op je tablet kijken.
Forse toename blindheid dreigt.
Kinderen spelen te weinig buiten en kijken teveel op schermen of in boeken. Scholen moeten hun leerlingen elke dag minstens een uur naar buiten sturen. In Oost-Azië is het al langer aan de gang. Daar is in de grote steden ongeveer 90% van de twintigers bijziend. In Europa is dat nu ongeveer 50%, zegt een hoogleraar in de krant.
Ik ben al zo lang ik mij kan herinneren bijziend. Op mijn tiende kreeg ik mijn eerste brilletje. Altijd zat ik met mijn neus in de boeken. Mijn moeder stuurde ons soms naar buiten om net als andere kinderen gewoon te gaan spelen, maar mijn zus en ik bouwden dan een tent in de tuin en gingen daarin lekker verder lezen.
Verderop in de krant wordt het leven van een gemiddelde bijziende brildrager beschreven.
'Omdat je de letters op het schoolbord niet meer kunt lezen, krijg je een bril. Daarna kies je om de zoveel jaar een nieuw exemplaar uit. Na je veertigste heb je een leesbril nodig en schakel je over op varifocus glazen of -lenzen. Als die jaren kom je zelden of nooit bij de oogarts.'
Precies zoals het mij verging. Ik heb één keer in mijn leven een oogarts gezien. Betekent dat nu dat ik een grote kans loop om blind te worden? Ik lees snel verder, want niet meer kunnen lezen en schrijven lijkt me het ergste wat me kan overkomen. Eén op drie personen met een brilsterkte van min 6 of meer kan later ernstig slechtziend worden.
Gelukkig, ik heb maar min 2. Mijn rechteroog schrijnt de volgende dag nog steeds. Toch maar even naar laten kijken. Het is een ontsteking en die moet vanzelf weer over gaan. Even geen contactlenzen dragen en geen make-up gebruiken.
‘Wat heb je nu gedaan?’
‘Ik heb niets gedaan.’
‘Je hebt Beer in de boom gehangen. De boom valt bijna om.’
‘Ik heb Beer helemaal niet in de boom gehangen. Beer is er zelf in geklommen.’
‘Doe niet zo raar. Beer kan helemaal niet klimmen.’
‘Hoe weet je dat zo zeker?
Misschien kan hij het wel, als hij bang is.
Misschien schrok hij van de kat?’
‘De kat ligt al de hele middag te slapen.
Die kan het niet geweest zijn.’
‘Nou, ik heb het in ieder geval niet gedaan.’
‘Kijk uit, er valt een bal naar beneden.
Beer moet uit de boom.
Straks is mama boos.’
‘Als jij de stam vasthoudt, trek ik aan de tak.
Misschien valt Beer vanzelf naar beneden.’
‘Pas op!’
Schrijfopdracht: schrijf een dialoog bij een plaatje uit Jip en Janneke, het verhaal achter.
Hier vind je het originele verhaaltje en plaatje uit Jip en Janneke.
Een hand strekt zich uit naar een stapeltje rode munten. Een vuist landt met een klap op de tafel, bovenop de andere hand. De muntjes rollen alle kanten uit.
‘Blijf af, die fiches zijn van mij.’
‘Au, je doet me pijn.’
‘Dat doe je toch zelf stomme trut. Ik zeg toch dat je er af moet blijven.’
‘Ik heb ze eerlijk gewonnen.’
‘Niet waar.’
Nu vliegt het hele speelbord door de lucht.
Het kind dat de klap kreeg, wrijft over haar hand en begint zacht te huilen.
Er komt iemand de kamer in gelopen. Eén van de kinderen wordt aan haar arm meegesleurd.
‘Wat heb ik je gezegd Mira?’
‘Zij begon.’
Het vastgepakte kind wijst naar het huilende meisje.
‘Nee Mira, jij kunt niet tegen je verlies. Dit is de laatste keer geweest, ik heb je genoeg gewaarschuwd. Voor jou geen spelletjes meer en je mag deze week niet naar de hockey. Je moet je leren beheersen.’
‘Rot, moeder!”
Het kind trekt zich los en loopt het beeld uit.
‘Hoe zouden jullie dit verder aanpakken?’
De docente kijkt verwachtingsvol naar ons. Ik weet nog hoe woest ik kon worden als mijn moeder mij terechtwees waar een ander kind bij was. Maar dat levert vast geen goed antwoord op. Ik kijk de groep rond. Zo te zien allemaal ouders die heel goed in staat zijn een puber op te voeden. Toch neemt niemand het voortouw.
‘Weet jij het?’
Ik heb een oproep geplaatst voor een tekstschrijver, iemand die onze teksten een beetje kan leesbaarder kan maken voor onze inwoners. Niemand heeft gereageerd.
Vind je het gek, bij het woord tekstschrijver denk ik niet aan iemand die zelf nog wat toevoegt aan jouw verhaal. Niemand wil toch saai zijn. Wat jij zoekt is een poetische ambtenaar.
Dat is iemand die je levenslessen mee geeft als je in het huwelijk treedt.
Een poëtische ambtenaar, geen idee wat het is, jij?
Iemand die een authentiek verhaal kan vertellen.
Wat is dan een authentiek verhaal?
‘Dat zijn verhalen waarin mensen kwetsbaar durven zijn. Niet op een rauwe en onverwerkte manier. Of met zoveel hysterische emoties of schaamteloosheid dat het de ander overdondert.
Het is eerder met fijngevoelige aandacht voor het kleine. De verteller heeft het doorleefd en kan er betekenis aan geven.
Dat ontroert.
Het is namelijk pas authentiek als de ander het gelooft.
En dat doe je door consequent te zijn: what you see is what you get.’
Heel mooi gezegd, maar daar moet je toch niet voor bij ambtenaren terecht. De beste van ons land schrijven zo:
‘Voor de uitbreiding van de capaciteit zijn extra middelen beschikbaar, onder de voorwaarde dat de flexibiliseringsagenda wordt doorgezet en dat de knellende kaders waaronder sectorspecifieke beperkingen ten opzichte van de Arbeidstijdenwet, worden weggenomen.’
‘Dat er énorm veel woorden nodig zijn om te vertellen dat je heel weinig gaat doen. Wóllig! De meest voorkomende woorden die ik zie: discussie faciliteren, onderzoek doen, zorgvuldig handelen. Zorgvuldig handelen! Ik ken níémand die niet zorgvuldig wil handelen als we het hebben over abortus, voltooid leven of embryo-onderzoek.’
Hoezo niet, als we ze nou gewoon een beetje kietelen, zeggen dat je bij twijfel er juist voor moet gaan. Dat op je bek gaan niet erg is als je het maar met zwier doet. Dat je jezelf niet al te serieus moet nemen, anderen zijn al serieus genoeg.