‘Lieve mensen, we zijn hier vandaag om te vieren dat Marlies en Mark in het huwelijk zijn getreden. Helaas hebben zij door dit mooie feest geen geld meer over om op huwelijksreis te gaan. Daarom hebben we iets bedacht. We hebben jullie gevraagd spullen mee te brengen van je zolder of uit de berging. Wat voor de één waardeloos is, is voor de ander een buitenkansje. We gaan alles bij opbod verkopen. Dus mensen, biedt gul zodat dat lieve stel met elkaar op reis kan. En zeg nu zelf, het is toch handig om je voorraad nutteloze voorwerpen aan te vullen voor een volgend feestje?
Wat heb ik hier als eerste, een paar warme roze sokken. Zo te zien nog nooit gedragen. Wie biedt?’
Ik staar naar wat Theo voor ons in de hoogte houdt. Die sokken ken ik. Ik heb ze zelf gebreid voor mijn zus. Hoe kan dat nou, ze was er zo blij mee. Ik kijk rond of ik mijn zus ergens zie. Achterin de zaal staat ze tegen de muur geleund. Ik probeer haar blik te vangen. Gelukt, ze steekt haar hand naar me op.
Ondertussen blijft Theo maar door kletsen.
‘We beginnen met vijf euro. Daarachter in de zaal. Deze sokken zijn toch meer waard dan vijf euro. Heerlijk om je voeten in bed warm te houden. Hier wordt acht euro geboden. Kom op dames, niet iedereen is net getrouwd. Wie biedt er meer? ’
Ik blijf naar mijn zus staren. Ze laat haar arm weer zakken en kijkt van mij naar Theo. Ik zie dat er iets begint te dagen. Haar gezicht wordt langzaam rood.
photo credit: AnnaKika, Creative Commons









