Ik zwaai naar mijn zus. Nu ik weer in de buurt woon, kunnen we vaker zomaar afspreken. We hadden afgesproken in het Valkenberg, voor ons allebei even ver fietsen. In de hoop dat er een plekje was bij T-huis, anders konden we verder de stad inlopen.
Met al mijn zakgeld in mijn portemonneetje ging ik op pad. Ik mocht helemaal in mijn eentje naar de Vlooienmarkt. Want, ik was al negen jaar en het was maar twee straten oversteken. Eerst de Roskam, daarna de Pennendijk en dan stond ik op de veiling waar de Vlooienmarkt was. In het seizoen werden daar fruit, groenten en suikerbieten verhandeld. Dat laatste was in het najaar, de Pennendijk lag dan bezaaid met bieten die van de wagens waren afgerold. We zochten dan naar een mooi exemplaar om uit te hollen en er een lampion van te maken. Ook kan ik nog de zware zoete brandlucht ruiken die opsteeg uit de suikerfabriek in Breda. Een geur die hoort bij de naderende winter.
Zo maar, het was op een zondag in juli, is bus 132 voorgoed uit mijn leven verdwenen. We gingen op die regenachtige dag, in het kader van onze inburgering, een kijkje nemen in het Stedelijk Museum in de Boschstraat in Breda. Laat dat nu net de zondag zijn dat de nieuwe dienstregeling van Bravo inging. De route Breda CS – Baarle-Nassau is nu onderdeel geworden van een Bravo direct lijn. In zekere zin is het het voor de bus zelf een promotie. Omdat alle Bravo direct-lijnen een nummer hebben beginnend met een drie, is het nu bus 375 die ons naar de stad vervoert.
Het was tijd om de omgeving rond Ulvenhout verkennen. Daarom zocht ik op de website van Ons Ulvenhout naar een mooie fietstocht. In de rubriek Weetjes over onze Laurentiuskerk en kapellen, een leuke route van Ulvenhout via Galder naar Strijbeek en weer terug naar Ulvenhout. In totaal ongeveer 14 kilometer. Kort genoeg dus om onderweg de tijd te nemen alle kapellen rustig te bekijken. Kort genoeg om het niet te warm te krijgen en voldoende schaduwplekken onderweg.
Op de Ginnekenweg, in de boekhandel van Van Kemenade & Hollaers, vind ik rechtsachter een hele kast vol boeken over Breda en omgeving. Normaal is voor mij alles in een boekwinkel al onweerstaanbaar maar deze kast is een echte snoepwinkel. Boeken over bierbrouwerijen, carnaval en het Roomse leven. Ik blader door een boek waarin alle gevels van de huizen aan de Baronielaan zijn getekend. Op welk nummer woonde tante J. ook al weer? Het was een bovenwoning ergens schuin tegenover ijssalon La Capri vlak bij het Mastbos.
Het begint met vlaggen die uitgehangen worden. Soms slingert er een schooltas aan. Vorige week zag ik er zelfs een tweede vlag erbij hangen. Het was die van een school. Daarna volgen de musicals van groep acht. Als dan ook in stille straten het vergeelde onkruid hoog staat, weet je: De schoolvakanties zijn begonnen.
Iemand zei eens tegen mij: ‘Je kunt het meisje wel uit het dorp halen, maar het dorp niet uit het meisje.’ Zijn relatie was net gestrand. Zijn geliefde had zoveel last gekregen van heimwee dat ze terug was gegaan naar het dorp waar ze was opgegroeid.
We vonden het huis wat aan de kleine kant. Er werd in die periode weinig gebouwd in de stad. Dus gingen we verder kijken in de regio. Pijnacker had een bijzondere attractie, mijn broer woonde daar met zijn gezin. Het was heerlijk om tante te zijn. Mijn andere broer kwam later ook in Pijnacker wonen, zo ontstond er een enclave van mijn familie.
2020 – 2024 Markt Zoetermeer
Op 13 februari tekenden wij het contract voor een appartement op de 13e verdieping. Het werd mijn 13e woonadres. Het was het kantoor waarin ooit de gemeente Zoetermeer gehuisvest was. Zelf heb ik op de 10e en de 11e gewerkt. Ik voelde me direct op mijn gemak. Onderin zitten nog kantoren van de gemeente. We hebben een fantastisch uitzicht. Op zaterdagen hoor je de marktkooplui hun waren aanprijzen en tussendoor klinkt de kerkklok.
Sinds 31 december 2025 woon ik weer in Ulvenhout en daarmee is de cirkel rond. Hoe dat zo is gekomen vertel ik een volgende keer.
Dit is het vierde deel van mijn verhaal over verhuizingen. Ik werd geïnspireerd door een artikelenreeks in het blad Eigen Huis. Leuk om te lezen welke wooncarrière mensen maken tijdens hun leven. Hoe zit het eigenlijk met jou, ben je ook een zwerfvogel of meer honkvast?
Mijn eerste vaste baan kreeg ik in Dordrecht. Ik kon een huis kopen. Het werd een premie A-woning in de nieuwe wijk Prinsenland. Eindelijk een eigen voordeur, centrale verwarming, een ligbad en een achtertuin. Ik verbaasde me vooral over de hoeveelheid blauwe lucht die ik kon zien uit mijn slaapkamerraam.
1995 – 1998 Annie van Eesstraat Rotterdam
Bijna kerstmis en ik zit kaarten te schrijven. In 1995 ben ik met E. getrouwd en hebben we in hetzelfde Prinsenland een iets groter huis gekocht met een vide. Dat vond ik het mooiste aan dit huis en de heerlijke woonkeuken. We zaten daar vaker dan in de woonkamer, die ik dan ook de overloop heb gedoopt.
1998 – 2001 Karnhuis Etten-Leur
Dit is iets voor jou schreef mijn zus bij een krantenknipsel van een project in Etten-Leur. We waren op zoek naar een huis dichter bij mijn familie. Dus hebben we het gekocht. Eindelijk had ik een moestuin. Alleen, ik ging in 1999 in Vlaardingen werken en weer wat later E. in Den Haag. Dat was niet te doen.
2001 – 2004 Paul Henry Spaakring Vlaardingen
Jammer van de groente en kruidentuin. Toch heeft het wonen in de stad waarvoor je werkt ook een plus. Je bent veel eerder op je werk en weer thuis. Heerlijk op de fiets langs de Vlaardingse Vaart. Maar je bent ook dubbel betrokken bij het wel en wee van de stad.