Auteur: Karien Damen
Genant
Modern Hollands landschap
![]() |
| Molenlaan met regenboog, Pijnacker |
Ik woon in een landbouwgebied. Maar zo ervaar ik dat niet. Doordeweeks fiets ik tussen de kassen door naar mijn werk in Zoetermeer. Ga ik in het weekend zomaar een stukje fietsen of wandelen, is het tussen de kassen. Het geeft mij het gevoel dat ik in een industrieel gebied woon. De complexen worden ook steeds groter en hoger. Ook De belemmeren de kassen het zicht op het polderlandschap. En is er een doorkijkje, dan zie ik in de verte de windturbines bij Bleiswijk of de nieuwe Hoogspanningsmasten van het KV 380 traject.
Het enige pluspunt vind ik de kleine kraampjes langs de weg. In de kassen rondom Pijnacker groeien veel bloemen maar ook groenten zoals komkommers en courgettes. Wat niet geschikt is voor de groothandel komt in die kraampjes terecht. Kromme courgettes willen we niet als consument in de supermarkt. Soms koop ik onderweg wat. Voor een euro of twee heb je een pond snijbonen of een zak met paprika’s. Omrijden via Berkel levert rozen of hortensias op.
![]() |
| Vervallen kas aan de Molenlaan, Pijnacker |
Sinds kort doe ik mee aan #UrbanSnap, een fotospel op Google+. Het werkt als volgt. Elke week kiezen de twee initiatiefnemers uit de Verenigde Staten een thema. Heb je een foto gemaakt die past in het gekozen thema, dan plaats je die op Google+. Foto’s van over heel de wereld met hetzelfde onderwerp bij elkaar gezet, geven een aardig beeld van het dagelijkse straatbeeld. Hoe verschillend dat is en ook weer niet.
Zelf, fotografeer ik het liefste wat ik zoal onderweg tegenkom. Meestal vind ik wel iets wat past in het thema. De bijgevoegde foto’s zijn het resultaat van de thema’s Zig Zag en One kind of a Wall. Het aardige van het fotospel is dat ik met heel andere ogen naar mijn eigen omgeving ben gaan kijken. Het is een uniek modern Hollands landschap, voor wie het wil zien.
![]() |
| De zonsopgang aan de Monnikenweg, Pijnacker |
![]() |
| Kas met orchideeën, langs de N470, Pijnacker |
Ruim je Ryck, deel 2
Iedereen is welkom
![]() |
| Voor een koolmeesje |
De tuin van mijn moeder is een plaatje. In alle seizoenen valt er wat te genieten of te ontdekken. Nu in de herfst vallen vooral de kleuren op. De natuur geeft een warm palet aan planten die afsterven en hun blad verliezen. Op de foto’s is dat nog niet goed te zien, ze zijn van begin oktober.
Deze keer viel me nog iets anders op. Iets wat er al langer was, maar waar ik nooit op heb gelet. Door de hele tuin heen zag ik kleine huisjes. Een compleet dorp was het. Aan boomstammen, aan de muren, op een stronk en twee gewoon op de grond. Huisjes voor vogels, voor kabouters en voor kleine meisjes. Behalve de mollen mag iedereen in de tuin komen wonen.
![]() |
| Voor een winterkoninkje |
De huisjes voor de vogels hangen met de opening naar het noordoosten. De volle zon staat er dan niet op en het regent niet in. Rond deze tijd van het jaar inspecteren de vogels hun toekomstige huisjes. Bijna elk jaar heeft mijn moeder een nest koolmeesjes en winterkoninkjes. De merels hebben het voor hen bestemde huisje nooit gebruikt. Het wordt nu bewoond door een kabouter.
Er zijn twee tuinhuisjes. In het ene wordt het tuingereedschap bewaard en de tafeltennistafel van mijn neefjes. Het andere is voor de fiets en het speelgoed van mijn kleine nichtjes.
Als ze op visite komen krijgt mijn moeder opdracht om haar fiets buiten te zetten. Want zo is het voor de dames onmogelijk om eten te koken. Ze zitten met hun beidjes aan een tafeltje met een serviesje er op. Mijn moeder brengt ze geschilde appels en vertelt dat dat de aardappelen zijn.
![]() |
| Huisje voor 2 eendjes |
Heerlijk om zo’n oma te hebben, maar ik had zo’n moeder. Ik herinner me dat mijn zus en ik moedertje speelden in een oude volkswagenbus. Die bus stond zonder motor bij ons op de oprit. Mijn vader had van twee bussen een goed exemplaar gemaakt voor zijn stukadoorsbedrijf.
We hadden een tafeltje en stoelen naar binnen gesleept. Met onze poppen zaten we daar op een woensdagmiddag te schuilen voor de regen. Er werd op de deur getikt. Daar was mijn moeder met voor ons allebei een gebakken eitje met brood. Ons paradijs was compleet.
![]() |
| Meestal voor de fiets |
![]() |
| Keuken van Margot en Suzanne |
Lekker opgeruimd
Een hele woensdagmiddag ben ik er mee bezig geweest. Rond deze tijd van het jaar verwissel ik mijn zomerkleding voor mijn winterkleding. Alles gaat dan door mijn handen. Ik kijk wat er weg kan en wat nog wel een seizoen mee kan. Niets bijzonders, maar ik geniet enorm als alles weer netjes in de kast hangt. Op de planken liggen nu truien en vesten. Netjes op stapels en op kleur. Alle schoenen zijn gepoetst. De sandalen zijn naar zolder.
Soms doe ik de deur even open, zomaar. Geniet dan van deze zelfgeschapen orde en structuur. Strijk met de rug van mijn hand langs de stof van de blouses en doe dan de deur dicht.
Freud heeft deze afwijking gecategoriseerd onder de anale persoonlijkheid, met een beschrijving van eigenschappen die ik hier niet allemaal ga noemen. Perfectionistisch is nog de vriendelijkste.
Mijn omgeving zal niet zeggen dat ik een overdreven opgeruimd persoon ben. Het zit ook meer in mijn hoofd, de neiging tot ordening. Boodschappen doen is veel leuker als ik bij de kassa alles in het gelid op de band kan zetten. Ik koop ook het liefste van alles twee exemplaren. Dat zorgt voor evenwicht bij het sorteren.

Wereldberoemd word ik niet met mijn stoornis. Hoewel, de Zwitserse kunstenaar, Ursus Wehri, is hard op weg om het te worden. Zijn derde boek over opruimkunst is net uit. Uitgeverij De Harmonie heeft de Nederlandse versie uitgegeven. Het kost 14,90 euro. Van de door Ursus Wehri op orde gebrachte kunstwerken van Kadinski of Van Gogh wordt iedereen vrolijk. Kijk zelf maar eens hier. En komt er geen glimlach bij de bekende kunstwerken dan wel bij de op alfabet gesorteerde lettervermicelli in de soep.
Plakcampagne
Iemand van de gemeente stelde eens voor of het niet veel praktischer was als iedereen zijn affiche vooraf aanleverden. Een bedrijf zou dan alles keurig in de juiste volgorde plakken. Zo konden de borden in een keer geplaatst worden voor een klein bedrag. Plakkers van andere partijen reageerden furieus. Hoe kon iemand dat verzinnen, dat was het einde van alle plakromantiek. Voor mij was die romantiek toch al verdwenen. Groeten uit Ruurlo

Deze vinexnomade is weer thuis. Na een zonnige vakantie van drie weken in de Achterhoek. We stonden op een boerencamping vlak bij Ruurlo en hebben daar heerlijk gefietst. En verder van alles gedaan wat je van een burgerlijk stel mag verwachten. De foto’s hiervan kun je vinden op Flickr. Weer thuis, deden we de was, poetsten de caravan en maaiden het gras. Niets bijzonders dus. Toch was deze vakantie anders, het werd een participerende observatie in het kader van een sociologisch onderzoek. Dat kwam door een column in het NRC van Youp van ’t Hek.
In deze column gebruikte hij de term vinexnomade. Hiermee bedoelde hij vijftigplussers die met de caravan op pad gaan in hun korte broek en witte sokken in sandalen. Dat was dan de mannelijke variant. De beschrijving van de vrouwelijke tegenhanger liet hij aan de fantasie van de lezer over. Het was in Youp zijn woorden: een lelijk wijf. Ik hoefde me dus niet aangesproken te voelen maar begreep wel dat hij mij bedoelde. En mijn echtgenoot natuurlijk, hoewel die nog geen vijftig is.
Wij zijn van het soort dat de vaderlandse wegen onveilig maakt met achter onze middenklasser een sleurhut. Een heren- en een damesfiets staan op de dissel, bij voorkeur van hetzelfde merk. Als we ons zelf verwennen is dat een exemplaar met trapondersteuning. We gaan het liefst naar een kleine camping want anders zijn er te veel kinderen en te veel herrie. We hebben een voortent of een luifel waarin we een tafeltje neer zetten. Aan weerszijden twee stoelen. Hierop zitten we met het gezicht naar het veldje zodat alles goed geobserveerd kan worden. Als we niet in Nederland blijven gaan we naar Frankrijk.
Nederland is ondertussen voorzien van een dekkend fietsknooppunten netwerk. Als je niet weet wat dat is ben je geen vinexnomade. Er is geen stukje platteland meer dat niet is opgenomen in dit fietsennetwerk. Bij het uitzetten er van is er op gelet dat met enige regelmaat een uitspanning wordt gepasseerd. Hier nemen we een kop koffie met appelpunt, maken we gebruik van het toilet en laden we indien nodig de fiets met trapondersteuning op. Bankjes onderweg zijn de belangrijkste voorziening. Hierop gezeten eten we onze boterhammen of schilt de vrouwelijke vinexnomade een appeltje dat samen wordt gedeeld.
De plattelanders spelen in op deze groeiende groep bezoekers. Men begint naast zijn boerenbedrijf een minicamping of een bed en breakfast. Een winkeltje met eerlijke producten al dan niet zelf gemaakt of geteeld zie je ook veel. Al is het maar een simpel kistje met courgettes met een blikje voor het geld er op gespijkerd. In Frankrijk gaat het om een chambre d’hote of een wijnproeverij op het chateaux.
Ik vind het een wonderlijk gebeuren. We denken dat we een unieke ervaring hebben terwijl we nagenoeg hetzelfde doen in onze vakanties. Een ingekaderd avontuur. En toch, ik heb drie heerlijke weken gehad als vinexnomade.
Youp, je foto staat facebook
Valpartij
Het was geen asfalt waar ik op neer smakte. Daar plegen vooral Tour de France renners bij bosjes op terecht te komen. Het waren gewone Hollandse straatstenen, keurig gelegd in keperverband. Het kwam waarschijnlijk net zo hard aan en het was net zo onvrijwillig als alle valpartijen van de Raboploeg.
Aan het begin van onze fietstocht vanuit Ruurlo voelde ik of mijn halsketting met trollbeads er nog was. Hij kwam los in mijn hand en de bedels gleden weg. Met mijn andere hand kneep ik van schrik keihard in de remmen. Dat remmen was met mijn linkerhand, dat betekent de voorremmen en dan ga je over de kop. Ik zag de straatstenen dichterbij komen en de bedels alle kanten op rollen.
Het is mijn nachtmerrie, mijn ketting verliezen. In mijn droom ben ik dan ontroostbaar. De zilveren ketting kreeg ik voor mijn vijftigste verjaardag. De bedels heb ik gekregen van iedereen die mijn verjaardag kwam meevieren. Later zijn er nog een paar bijgekomen. Een tijdje was het voor Suzanne een leuk tijdverdrijf om bij mij op schoot te kruipen en bij elke bedel te vragen wat het voorstelde en van wie ik hem had gekregen. De vlinder die ik van mijn moeder kreeg, was voor haar favoriet.
Zodoende wist ik precies welke bedels ik om mijn nek had hangen voordat ik ze verloor en van mijn fiets viel. Dus toen ik op een muurtje langs de kant bij zat te komen van de schrik ging mijn eerste zorg uit naar mijn ketting en bedels. Dat was belangrijker dan het bloed en de pijn. EJ ging direct zoeken en ik kon alleen maar huilen bij het terug zien van mijn schatten. Op een na hebben we ze allemaal weer terug gevonden. De knoop die staat voor vriendschap en die ik kreeg van Mieke en Eveline is kwijt. Gelukkig kreeg ik van hen ook nog een lotus.
We zijn ’s middags toch maar even naar de huisartsenpost gegaan. De wond was te gapend om netjes te helen en ik had pijn in mijn oren en was misselijk. De dokter lijmde het gat van mijn kin dicht, keek met een lampje in mijn oren, draaide mijn pols naar links en rechts, gaf mij een tetanusprik en oordeelde dat alles oke was. De dagen daarna voelde ik mij erg kwestbaar op de fiets. Alsof er overal naderend onheil te verwachten viel. Ik at een paar dagen moeilijk en ontdekte steeds weer nieuwe blauwe plekken.
Mij zul je dus niet meer horen over Robert Gesink en de andere jongens. Zij probeerden na iedere val gewoon verder te fietsen. Ik heb die dag niet meer gefietst en het duurde nog dagen voordat ik me weer zeker voelde en kon genieten. Petje af dus.












