Geplaatst in Werk

Schapen vind je overal

Ik leg mijn vondsten op de toonbank. Klaar om af te rekenen. De verkoopster achter de kassa, kijkt kort naar de berg sleutelhangers en roept dan naar haar collega: ‘We hebben een herder!’

Met een brede lach kijkt ze mij aan. Voordat ik een antwoord kan bedenken, roept haar collega terug: ‘Zit er ook een zwart schaap bij?’

Ik ben in de winkel van het informatiecentrum van Sallandse Heuvelrug net buiten Nijverdal. Hier kun je altijd  op leuke cadeautjes vinden. Deze keer voor mijn collega’s van De Binnenbaan. We zouden begin januari lekker gaan lunchen met het team.

Ik kijk naar het het bergje sleutelhangers voor mij. Er zitten een paar witte wollige schaapjes bij en een paar viltige die een kleurtje hebben. 

‘Nee, geen zwart schaap vandaag. Het is voor mijn afscheid en dan heb ik een gedicht over schapen. Gelukkig ben ik er uit, want als een een herder dwaalt, dolen de schapen.’ Daarna is het hek van de dam, schapen vliegen over en weer. Tot slot doet de verkoopster met de opmerking: ‘Er gaan vele makke schapen in een hok,’ mijn aankoop in een klein zakje. Lachend nemen we afscheid van elkaar.

Het werd een mooi afscheid van De Binnenbaan. Lieve woorden, een lach, een traan en onverwachte cadeau’s. Een kookboekje met ieders favoriete recept, een broodtrommeltje met mijn eigen logo en fijn leeswerk. 

Lieve cadeautjes bij mijn afscheid

En nu zit er een schaap mij verloren aan te kijken. Het is er een met een krullende witte vacht. Achtergebleven op de tafel na de lunch. Vergeten door wie? Ik weet het niet. Och, ik zal hem maar zachtjes gaan aaien.

Geplaatst in Kunst en Cultuur, Reizen

Gelukkig hebben we het weer

Sallandse heuvelrug

De hele week heb ik genoten van het mooie herfstweer. We waren op de Sallandse heuvelrug. De ene dag scheen de zon op de warme kleuren van het herfstbos. Soms zag je een enkel vergeeld blad naar beneden dwarrelen. De andere dag legde een natte mist een mysterieus deken over het landschap heen. Het vocht vormde dikke druppels op de bladeren. Bij een windvlaag druppelden die naar beneden. Wat een geluk te leven op een deel van de aarde waar je seizoenen hebt en het weer elke dag een verrassing is.

Hotel de Uitkijk, Hellendoorn

Altijd iets om naar te verlangen

Aan het eind van de zomer kijk ik uit naar de herfst en de winter, naar natte bladeren, pepernoten en gezelligheid, naar vriesluchten en warme wanten. Midden in de winter kan ik ineens ontzettend verlangen naar zon en warmte en lange avonden in de tuin. In de herfst fantaseer ik over het prille groen aan de bomen en de knoppen van de seringen. Het is te warm of te koud, te droog of te nat. Altijd iets wat beter kan en altijd een gespreksonderwerp als je het even niet meer weet in de lift.

Het allermooiste aan het verlangen naar beter weer of een ander seizoen is dat het ook vanzelf komt, elke keer weer.

Nooit het zelfde

Ik stel me voor hoe het zou zijn als ik ’s morgens wakker word en niet hoef na te denken over wat ik aan zal doen: Kan ik zonder kousen op pad of is het toch te fris. Moet ik toch een vest aan doen of is het daarvoor te warm? Dat het weer altijd zo hetzelfde is dat er niet eens een woord voor hoeft te zijn.
Hoeveel kunstwerken, muziek en poëzie hadden we dan wel niet gemist? Een nieuwe lente, een nieuw geluid, de beroemdste beginregel uit de de Nederlandse literatuur, Mei van Herman Gorter. Zelfs onze weermannen en vrouwen zijn poëtisch als ze ons uitleggen wat we morgen kunnen verwachten.

Vanuit de Uitkijk, Hellendoorn

Nooit meer klagen

Ik neem me plechtig voor, ik ga vanaf nu genieten van elk weer. Een nat pak draag ik in stilte. Als de mussen van het dak vallen, ga ik fluitend over straat. Fietsend in een storm trap ik gewoon wat harder. Juichend ontvang ik een hagelbui op mijn hoofd. Mij zul je niet horen.