Geplaatst in Nieuws en politiek

Waar ik woon ben ik thuis

Deel 4 (slot) de cirkel is rond

2004 – 2020 Sperte Pijnacker

We vonden het huis wat aan de kleine kant. Er werd in die periode weinig gebouwd in de stad. Dus gingen we verder kijken in de regio. Pijnacker had een bijzondere attractie, mijn broer woonde daar met zijn gezin. Het was heerlijk om tante te zijn. Mijn andere broer kwam later ook in Pijnacker wonen, zo ontstond er een enclave van mijn familie.

2020 – 2024 Markt Zoetermeer

Op 13 februari tekenden wij het contract voor een appartement op de 13e verdieping. Het werd mijn 13e woonadres. Het was het kantoor waarin ooit de gemeente Zoetermeer gehuisvest was. Zelf heb ik op de 10e en de 11e gewerkt. Ik voelde me direct op mijn gemak. Onderin zitten nog kantoren van de gemeente. We hebben een fantastisch uitzicht. Op zaterdagen hoor je de marktkooplui hun waren aanprijzen en tussendoor klinkt de kerkklok.

Sinds 31 december 2025 woon ik weer in Ulvenhout en daarmee is de cirkel rond. Hoe dat zo is gekomen vertel ik een volgende keer.

Dit is het vierde deel van mijn verhaal over verhuizingen. Ik werd geïnspireerd door een artikelenreeks in het blad Eigen Huis. Leuk om te lezen welke wooncarrière mensen maken tijdens hun leven. Hoe zit het eigenlijk met jou, ben je ook een zwerfvogel of meer honkvast?

Geplaatst in Nieuws en politiek

Waar ik woon, ben ik thuis

Deel 3: Geland?

Lena Blok-Woutstraat

1991 – 1995 Lena Blok-Wout straat Rotterdam

Mijn eerste vaste baan kreeg ik in Dordrecht. Ik kon een huis kopen. Het werd een premie A-woning in de nieuwe wijk Prinsenland. Eindelijk een eigen voordeur, centrale verwarming, een ligbad en een achtertuin. Ik verbaasde me vooral over de hoeveelheid blauwe lucht die ik kon zien uit mijn slaapkamerraam.

Annie van Eesstraat

1995 – 1998 Annie van Eesstraat Rotterdam

Bijna kerstmis en ik zit kaarten te schrijven. In 1995 ben ik met E. getrouwd en hebben we in hetzelfde Prinsenland een iets groter huis gekocht met een vide. Dat vond ik het mooiste aan dit huis en de heerlijke woonkeuken. We zaten daar vaker dan in de woonkamer, die ik dan ook de overloop heb gedoopt.

Karnhuis, Etten-Leur

1998 – 2001 Karnhuis Etten-Leur

Paul Henri Spaakring, Vlaardingen

2001 – 2004 Paul Henry Spaakring Vlaardingen

Jammer van de groente en kruidentuin. Toch heeft het wonen in de stad waarvoor je werkt ook een plus. Je bent veel eerder op je werk en weer thuis. Heerlijk op de fiets langs de Vlaardingse Vaart. Maar je bent ook dubbel betrokken bij het wel en wee van de stad.

Geplaatst in Nieuws en politiek

Waar ik woon, ben ik thuis

Deel 2: Uitgevlogen

Van Ulvenhout naar Breda, Leiden, Rotterdam, Etten-Leur, Vlaardingen, Pijnacker, Zoetermeer en weer terug naar Ulvenhout, ik ben best vaak verhuisd in mijn leven. Het gekke was, als mijn spulletjes om me heen waren geland, voelde ik me thuis. Kleine kinderen worden groot en vliegen uit. Ik was 18, ging studeren en op mezelf wonen. Heel spannend allemaal ook voor mijn ouders, maar dat begreep ik pas achteraf. Ik ging het avontuur tegemoet, zij wisten dat ik nooit meer op hun nest zou terugkeren.

Schaatsen op de Witte Singel

1978 – 1984 Witte Singel Leiden

Op kamers met drie andere meiden, bij een hospita. Het was best primitief, we hadden oliekachels op de kamer en we kookten op een fles butagas. Op de foto leer ik mijn huisgenoot Janice schaatsen. Ze kwam van Curaçao en had nog nooit ijs gezien. De winter van 1979 was streng. Zo streng dat we bij elkaar kropen en in slaapzakken voor de kachel zaten met het laatste restje olie.

Struisenburgdwarsstraat Rotterdam
Waterloostraat

1986 – 1989 Waterloostraat Rotterdam

En toen woonde ik weer alleen. Niet helemaal, de katten Ferdinand en Neelie verhuisden mee naar zo’n twee honderd meter verder. Een smal straatje met aan de overkant Dikke Willem met zijn aap en geit en en hele stoet vage vrienden zolang het bier niet op was.

Oostzeedijk

Oostzeedijk 1989 – 1991 Rotterdam

Een portiekflat van het gemeentelijk woningbedrijf was de volgende stap. Een berging voor mijn fiets en oude spullen. Achter keek ik uit op een binnentuin. Bij de maandelijkse huur zat een bedrag voor kijk-groen. Dat hadden ze in Rotterdam uitgevonden. Aan de overkant zaten gezellige kroegjes en een fish-en-chips zaak. Lijn 1 en 7 stopten voor de deur.

Ik sta hier met Rinus Riekwel voor de deur, hij kwam de nieuwe woning inwijden.

Dit is het tweede deel van mijn verhaal over verhuizingen. Ik werd geïnspireerd door een artikelenreeks in het blad Eigen Huis. Leuk om te lezen welke wooncarrière mensen maken tijdens hun leven. Hoe zit het eigenlijk met jou, wat herinner je je nog van het uitvliegen?

Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Waar ik woon, ben ik thuis

Deel 1: jeugdjaren

Van Ulvenhout naar Breda, Leiden, Rotterdam, Etten-Leur, Vlaardingen, Pijnacker, Zoetermeer en weer terug naar Ulvenhout, ik ben best vaak verhuisd in mijn leven. Het gekke was, als mijn spulletjes om me heen waren geland, voelde ik me thuis. Om te beginnen officieel ben ik geboren in Breda. Dat zit zo. Tot midden jaren zestig kwamen veel kinderen uit de wijde omgeving daar ter wereld in het Moederheil, bij de nonnen. Mijn moeder vertelde dat het bij mijn geboorte zo druk was in de kraamkliniek dat mijn wiegje in de keuken van het klooster stond. Als ik naar school fietste kwam ik langs het Moederheil, dat inmiddels Valkenhorst heette, en stelde me dat wiegje voor. Dat het moederheil niet voor alle moeders een heilzame plek was, werd veel later pas duidelijk.

1959 – 1968 Pennendijk Ulvenhout

Op weg naar buurvrouw Nelly. Iedereen kwam toen nog gewoon achterom, voor iemand die net kon lopen was het nog wel een eindje voor ik in de keuken bij Nelly was.

1968 – 1975 ’t Hofflandt Ulvenhout

Ons nieuwe huis was net klaar. Mijn vader bouwde het eigenhandig samen met z’n broers. Zelf heb ik een stukje spouwmuur mogen metselen en eindeloos met stenen gesjouwd. En toen was het ijd om te luieren. Je kunt nog net zien dat aan de overkant de basisschool De Roskam werd gebouwd.

1975 – 1978 Dillenburgstraat Breda

Mijn ouders kochten een bakkerswinkel om te verbouwen, midden in het Ginneken. Met de verbouwing zijn ze jaren bezig geweest. Ik herinner me dat we maanden boven in hun slaapkamer hebben gewoond omdat beneden alles gesloopt was. Hier zit ik op de binnenplaats. Deze foto is genomen in de week dat ik mijn vwo diploma haalde en mijn rijbewijs. Tijd om uit te vliegen. 

Dit is het eerste deel van mijn verhaal over verhuizingen. Ik werd geïnspireerd door een artikelenreeks in het blad Eigen Huis. Leuk om te lezen welke wooncarrière mensen maken tijdens hun leven. Hoe zit het eigenlijk met jou, ben je ook een zwerfvogel of meer honkvast?

Geplaatst in Huis, tuin en keuken, Reizen

Wie zingt daar?

Een van de wandelaars steekt haar hand al bereidwillig uit om mijn telefoon aan te nemen.

‘Nee hoor, ik wilde net het geluid opnemen van een vogel om te kijken om welke soort het gaat, maar ik ben net iets te laat. Helaas is hij gestopt met zingen.’

We ontmoeten elkaar op een kruising van twee bospaden. Zij lopen een etappe van het Pieterpad en zijn op weg Hellendoorn. Wij zijn zomaar een wandelingetje aan het maken op de Elerberg.

Ik vertel dat we op deze mooie lente dag vooral koolmeesjes hebben gehoord, maar ook een enkel roodborstje en een groenling. Zij hebben onderweg zelfs een roodborstje gezien. Dit is al hun tweede wandeldag en ze hopen dat ze niet ver meer hoeven. Nadat we ze vertelt hebben dat ze een stukje verder Hellendoorn bijna kunnen zien liggen nemen we afscheid.

Ik heb nooit geleerd om vogels te herkennen maar de app Merlin vertelt me gewoon welke vogel ik hoor en laat me ook een plaatje zien. Even verderop gaan we op een bankje zitten en luister ik rustig naar de vogels om ons heen. Een pimpelmees.

De kunst is om vooral veel geduld te hebben. Dan komen er vanzelf verschillende vogels langs. Als je pas in actie komt als je een vogel hoort zoals ik net op de Elerberg, ben je te laat.

De Merlin Bird ID app is ontwikkeld door Cornell Lab. Een organisatie die zich bezig houdt met ornithologie, vogelkunde.

Geplaatst in Huis, tuin en keuken, Recepten

Het is de groente

Chachacha, wat zullen we eten? Wie is de man die ons dat zeggen kan? De groenteman chachacha.

Vanochtend onder de douche kwam dit liedje ineens bovendrijven in mijn hoofd. Na het liedje volgde altijd een gesprekje tussen een man, de groenteman en een dame over een gezonde maaltijd met groenten van het seizoen en hoe je dat het beste kon klaar maken. 

Ik heb het over bijna zestig jaar geleden. Ik hoefde nog niet school en was de hele dag bij mijn moeder. Zo ging dat in die tijd. Wij hadden al een radio in huis. Een grote notenhouten kast op pootjes met twee knopen erop, een om het geluid harder en zachter te zetten en de ander om een zender te zoeken. Je zag dan een dunne naald over een lijstje met exotische namen als Vienne, Warsawa en Tanger maar ook Hilversum glijden. Maar dat kon ik toen nog niet lezen, wel kon ik het gekraak horen als de radio niet precies genoeg op een zender was afgesteld of soms zelfs stemmen door elkaar. Nog een klein eindje verder draaien en dan hoorde je:

ja tja tja, wat zullen we eten?

Tja tja tja, wie zal dat weten?

Wie is de man die mij dat zeggen kan?

De Groenteman!….. Tja tja tja

Mijn geheugen heeft het dus niet helemaal goed geregistreerd. Het was geen chachacha, maar tja, tja, tja. Het klonk in ieder geval wel lekker, als een dansje. Het gesprekje tussen de groenteman en de dame eindigde altijd met een stichtelijke boodschap.

’’Onthoud het goed, onthoud het goed’’

’’t Is de groente die ‘t ‘m doet!’’ Tsja tsja tsja

Een boodschap die kennelijk wel is blijven hangen want tegenwoordig ontvang ik op donderdag een weekmenu van het Voedingscentrum in mijn mailbox. Een hele weken eten met groenten van het seizoen, de voedingswaarde en de klimaatbelasting van elk gerecht. Wat zal ik deze week op mijn boodschappenlijstje zetten?

Ik denk dat het vandaag broccoli met penne wordt. Wat kies jij?

Geplaatst in Huis, tuin en keuken, Kunst en Cultuur, Reizen

Ik heb slaap

‘Was het wat?’

‘Wat?’

‘Nou, je bent toch in Amersfoort naar een tentoonstelling over slaap geweest?’

‘Ja, vorige week met de trein naar de Kunsthal Kade Museum. Het klinkt belachelijk maar bijna was ik niet gegaan, ik had zo slecht geslapen.’

‘Hoe kwam dat dan?’

‘Midden in de nacht was ik opeens klaarwakker. Had ik wel genoeg saldo op mijn OV-kaart? En waar had ik dan voldoende tijd om op te laden? Ik wist dat ik erover zou blijven doormalen. Ik ben dus maar naar beneden geslopen en heb bij het licht van de afzuigkap mijn laptop opgestart.’

‘En?’

‘Het saldo was precies genoeg.’

‘Nou, dan kon je weer rustig gaan slapen.’

‘Ja, maar dat lukte niet erg meer. Ik had koude voeten gekregen, zes keer naar de WC, zou ik de wekker wel horen, dat werk.’

‘Arme ziel, goed dat je juist wel bent gegaan. Kon je er gelijk wat van opsteken.’

‘Zeker, bij binnenkomst mocht je, als je je schoenen uitdeed, direct op een groot bed gaan liggen. Zag er heel aantrekkelijk uit. Toch heb ik dat maar overgeslagen omdat ik bang was dat ik de rest van de dag erop zou blijven liggen. Dat bed stond op de verdieping waar elke ruimte gewijd was aan een slaapfase verbeeld door kunstenaars en ontwerpers. Het begon met sluimer naar lichte slaap om via dromen bij diepe slaap uit te komen. Slapen of niet kunnen slapen is van alle tijden en overal.’

‘Welke werken hebben de meeste indruk op je gemaakt.’

‘Halverwege stuitte ik op een beeld van een slaapwandelaar in een ouderwetse onderbroek, zo’n witte. Zo levensecht dat het gênant was er lang naar te kijken. Even verderop zag twee andere bezoekers met een verdwaasde blik vanachter een gordijn tevoorschijn komen. Ze moedigden me aan vooral ook een kijkje te gaan nemen. Ik kwam in een donkere ruimte waar het geluid gedempt was door de zware gordijnen rondom.  In het midden stond een bed. Van bovenaf werd het verlicht door kleine straaltjes die sterren maakten op een rood sprei. Een mist steeg op van het bed. Sprookjesachtig, kijk maar naar de foto op de site van de tentoonstelling.

Beneden waren allerlei verbeeldingen te zien van de ideale slaapplek. Als allerlaatste was daar een bouwsel opgetrokken uit stukken hout en karton. Pas wanneer je een trappetje opklom en door een ronding naar binnen keek, kon je zien wat het was. Een volledig ingerichte kamer maar dan op z’n kop, net alsof je net wakker werd na een diepe slaap en even niet meer wist waar je was.’

‘Klinkt goed, maar heb je er ook nog iets van opgestoken?’

Ja, waarom je problemen ’s nachts veel groter lijken dan ze overdag zijn. Zoals dat met die OV-kaart, er stond gewoon genoeg op en tijdens de reis had ik voldoende tijd bij het overstappen om hem op te laden. Niks om je zo druk over te maken.

Dat komt doordat ‘s nachts het deel van je hersenen waar je emoties en gedachten gereguleerd worden minder actief is, anders zou je niet kunnen slapen. Maar het zorgt er voor dat de controle op je angsten een stuk minder is. De rem is er simpelweg af. Als ik me dat voortaan voorhoud zal het een stuk rustiger zijn in mijn hoofd. Maar hoe zit het eigenlijk met jou? Heb jij een beetje goed geslapen?”

‘Ehh.’

‘Als ik jou was, zou ik zeker gaan, echt de moeite waard.’

Slaap! – Kunsthal KAdE

Geplaatst in Reizen

Het OV, zo gek nog niet

Zes weken mocht ik niet fietsen of autorijden, net op het moment dat we op het platteland gingen wonen. Er gaat hier en keer in het uur een busje naar het dichtstbijzijnde station. Maar van daaruit ligt dan de wereld voor je open, als je tenminste geen haast hebt. Voor een Randstedeling die gewend is zonder te plannen naar de metro te lopen een hele verandering.

Als je echt wil onthaasten moet je op het platteland gaan wonen en de auto de deur uit doen.

Mijn eerste avontuur was nog voorzichtig. Ruim op tijd stond ik bij de bushalte, een platgestampte plek in de berm van de weg. Het is dat er een paal staat met de vertrektijden anders zou je aan het twijfelen slaan. Als een wonder verscheen op tijd de bus. Ik reed mee naar het eindpunt en ging daar naar de plaatselijke boekhandel. Vond er niet wat ik zocht maar sjouwde toch een volle tas mee terug naar de bushalte om de volgende bus weer terug te nemen. Missie geslaagd.

Als je er de tijd voor neemt, kun je met het openbaar vervoer bijna overal komen.

Het tweede avontuur was een bezoek aan het ziekenhuis in Leiden, zo’n tweehonderd kilometer hiervandaan. Gelukkig was de afspraak gepland aan het begin van de middag anders had ik er een dag eerder in een hotel moeten gaan slapen. De terugreis was spannender, zou ik de laatste bus wel halen? Maar E. veranderde die dag zijn werkrooster, zo konden we samen toch met de auto.

Morgen ga ik voor een bezoek aan een museum naar Amersfoort en beleven hoe het is om daar met het Openbaar Vervoer te komen.

Kinderen hier halen zo snel mogelijk hun rijbewijs. Kunnen ze mams en paps vervoeren.

Nu ik afhankelijk ben van het openbaar valt elk nieuws mij hierover op. Zo was op alle nieuwssites was te lezen dat het onder auto steeds lastiger wordt om naar je werk, school of het ziekenhuis te reizen.

OV gaat achteruit: de auto is sneller, zelfs in de spits (nos.nl)

Reizigersorganisatie Rover: bereikbaarheid ziekenhuizen met ov moet beter (nos.nl)

Alle opwinding hierover ontstond naar aanleiding van de uitkomsten van een onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving. De onderzoekers hebben onder andere gekeken naar de bereikbaarheid met het openbaar vervoer.

Ze stelden vast dat sinds 2012 het openbaar vervoer in veel delen van Nederland is versoberd. Dat geldt vooral voor ziekenhuislocaties, maar ook voor scholen. De effecten zijn niet alleen fors voor mensen die wonen in landelijk gebied, maar ook als je aan de rand van de stad woont. Met name in de avonduren en in het weekend kun je zonder auto minder goed bij ziekenhuizen, apotheken, supermarkten en andere voorzieningen komen.

Ook het bezit van een auto is een dure aangelegenheid geworden zodat een groeiende groep Nederlanders dit niet meer op kan brengen.

Eén op tien Nederlanders kan autorijden amper betalen – AutoWeek

Ondertussen ben ik in Amersfoort geweest, een reis van bijna twee uur en twee keer overstappen. Op tijd uit en thuis, alles sloot precies op elkaar aan.

Alle reden dus om het OV een warm hart toe te dragen en er vooral in te investeren of voor te gaan werken, maar vooral veel te gebruiken. Ik zal in elk geval nog een tijdje op deze manier blijven reizen.

Nieuwe regeerakkoord: te weinig geld voor OV-ambities – Rover

Geplaatst in Nieuws en politiek

Eekhoorntjes tellen

‘Kijk toch uit joh.’

Sylvie kan zich nog net op tijd aan kale dennentak vastgrijpen, anders was ze zeker zo’n drie meter naar beneden gevallen.

‘Kijk zelf uit jij! Wie springt er als een dolle achter me aan.’’

‘Nee, jij moet niet zo maar ineens stilhouden.’

‘Stil’ zegt Herman zachtjes ‘Er zit daar een mens naar ons te kijken.’

Lees verder “Eekhoorntjes tellen”