Geplaatst in Mode

Wat zal ik aan doen?

3b5ef-img_0340
Mijn kledingkast

 

Niemand had het gezien of er iets van gezegd. Ik kwam er zelf achter dat ik onder mijn blauwe jurk geen blauwe kousen had aangetrokken maar groene. In deze tijd van het jaar is het verschil ’s morgens nauwelijks te zien. Reden waarom ik de zwarte kousen in een apart bakje in mijn kast heb liggen.

Er zijn tijden geweest dat ik bij het ontdekken van zo’n vergissing spoorslags naar huis zou gaan of direct na openingstijd naar de Hema rende. Of het nu ging om een ladder, een haal, een vergeten ceintuur of een verkeerde kleur van wat voor kledingstuk dan ook. Ook heb ik altijd naald en garen bij me.

Wat een drukte om zoiets wat totaal onbelangrijk is, denk je misschien. Maar, voor mij, en ik denk veel andere vrouwen, geldt: als ik zeker ben over wat ik aan heb, kan ik alles aan. Daarom ben ik ook geïnteresseerd in alles wat over mode gaat en wat kleding voor je kan doen. Zo stond er laatst een interessant artikel in de NRC * over wat je op kantoor wel en niet kunt dragen. Tips die je kunt gebruiken of naast je neerleggen. Zo zal ik never nooit een vleeskleurige panty dragen.

Is het door deze onzekerheid dat dit soort artikelen zo gretig worden gelezen en de programma’s en boeken van Trinny Woodall en Susannah Constantine zo populair zijn? Volgens de columnist Arjen van Veelen wel. Vrouwen laten zich onzekerheden aanpraten die dan door dit soort programma’s en artikelen worden ‘opgelost’. In zijn reactie op het NRC-artikel heeft hij de betere beautytip: wordt nooit een paspop. Naar zijn mening zou het recht om zelf te bepalen wat je draagt grondwettelijk verankerd moeten worden. Baas in eigen kledingkast, zogezegd. Maar wat heb ik aan dat recht op die ochtend dat ik in vertwijfeling voor mijn kast sta. Wat moet ik aan?

* Dit artikel was verdeeld over meerdere pagina’s, voor wie het wil lezen, daarom deel 1 en deel 2

Geplaatst in Huis, tuin en keuken, Kunst en Cultuur

Lekker opgeruimd

Een hele woensdagmiddag ben ik er mee bezig geweest. Rond deze tijd van het jaar verwissel ik mijn zomerkleding voor mijn winterkleding. Alles gaat dan door mijn handen. Ik kijk wat er weg kan en wat nog wel een seizoen mee kan. Niets bijzonders, maar ik geniet enorm als alles weer netjes in de kast hangt. Op de planken liggen nu truien en vesten. Netjes op stapels en op kleur. Alle schoenen zijn gepoetst. De sandalen zijn naar zolder.

Soms doe ik de deur even open, zomaar. Geniet dan van deze zelfgeschapen orde en structuur. Strijk met de rug van mijn hand langs de stof van de blouses en doe dan de deur dicht.
Freud heeft deze afwijking gecategoriseerd onder de anale persoonlijkheid, met een beschrijving van eigenschappen die ik hier niet allemaal ga noemen. Perfectionistisch is nog de vriendelijkste.

Mijn omgeving zal niet zeggen dat ik een overdreven opgeruimd persoon ben. Het zit ook meer in mijn hoofd, de neiging tot ordening. Boodschappen doen is veel leuker als ik bij de kassa alles in het gelid op de band kan zetten. Ik koop ook het liefste van alles twee exemplaren. Dat zorgt voor evenwicht bij het sorteren.


Wereldberoemd word ik niet met mijn stoornis. Hoewel, de Zwitserse kunstenaar, Ursus Wehri, is hard op weg om het te worden. Zijn derde boek over opruimkunst is net uit. Uitgeverij De Harmonie heeft de Nederlandse versie uitgegeven. Het kost 14,90 euro. Van de door Ursus Wehri  op orde gebrachte kunstwerken van Kadinski of Van Gogh wordt iedereen vrolijk. Kijk zelf maar eens hier. En komt er geen glimlach bij de bekende kunstwerken dan wel bij de op alfabet gesorteerde lettervermicelli in de soep.