Een dagje Dordt

Waar blijft Anton toch? Hij ging alleen maar even naar de bakker en zou wat lekkers voor bij de thee meenemen. Jannie schenkt zichzelf alvast een kop in. Ze pakt haar boek weer op en nestelt zich dieper in haar deckchair. Ze kijkt een hommel na die naar de pergola vliegt. De eerste knop van de klimroos New Dawn is open. Eind mei is haar tuin op zijn mooist. Het slot van de poort klikt. Even later staat Anton voor haar met een ernstig gezicht.

‘Jannie,’ begint hij. Het papieren zakje legt hij op de tuintafel. Ze zet zich schrap voor iets dat haar rust gaat verstoren.

‘Ik ben net gebeld door Joure, het gaat daar niet goed, iets met de filters. Morgenavond rij ik er al heen zodat ik maandagochtend direct aan de slag kan.’

‘Maar je hebt beloofd maandag met mij mee naar Dordrecht te gaan.’

‘Je zult alleen met de notaris over de erfenis van je moeder moeten gaan praten.’

‘Je weet dat ik niet goed durf te rijden in de stad.’

‘Waarom vraag je niet of onze Ellen met je mee gaat,’ probeert Anton haar gerust te stellen. ‘Knoop je er een dagje winkelen met haar aan vast.’

‘Ik weet het niet hoor, ze heeft het zo druk met de kleintjes.’ Jannie pakt haar telefoon.

 

Maandag is het weer omgeslagen. De lucht is grijs en de straat voor het huis is nog nat van een bui. Jannie kijkt op haar horloge. Ellen had er toch al lang kunnen zijn? Er komt geluid uit haar handtas. Ze hoopt dat het Ellen niet is.

‘Dag mam, het spijt me, ik kan vandaag niet mee. Tjibbe kotste de hele boel onder toen we de klas inliepen. Ik heb hem weer mee naar huis moeten nemen.’

‘Maar hoe moet ik nu in Dordrecht komen?’

‘Sorry hoor mam, maar je hebt toch zelf ook een auto,’ reageert haar dochter kort.

Jannie weet niets meer te zeggen, met een gemompelde groet hangt ze op. Rustig blijven, vermaant ze zichzelf. Je hebt al meer dan dertig jaar een rijbewijs en nooit schade gehad. Ze gaat haar autosleutels zoeken.

 

Onder het spoorviaduct door rijdt Jannie het centrum van Dordrecht in. Van haar man moet ze tijdens het rijden de deuren sluiten zodat niemand haar tas kan weggristen bij het stoplicht. Maar Jannie doet dat niet, stel je voor dat ze het water inrijdt. Niet aan denken houdt ze zichzelf voor. Er is vast nog wel een parkeerplaats bij de grote kerk. Als ze de brug over is, ziet ze al direct dat dat ijdele hoop is. Het liefst zou ze de auto ter plekke willen laten staan en te voet verder gaan. Achter haar klinkt een claxon: doorrijden! Haar voet drukt het gaspedaal verder in. Ze rijdt de Gelderse kade op en slaat af naar de Nieuwe Haven. Aan de kant van het water draait net een zwarte Volvo een parkeerhaven uit. Hier zou ze toch haar kleine Fiat 500 probleemloos moeten kunnen parkeren of zal ze nog verder zoeken? Maar haar hand is als vanzelf naar de richtaanwijzer gegaan. Ze steekt de parkeerhaven in. Het is haar gelukt. Jannie haalt diep adem, maakt de veiligheidsgordel los en bukt zich naar voren om haar handtas te pakken. Ineens voelt ze dat de auto beweegt. De handrem! Schiet het door haar hoofd. Het lukt niet haar rechterarm te bewegen. Het ceintuurtje van de mouw van haar jas zit vast aan de versnellingspook. Haar tas komt met een bons neer op de middenconsole. De auto begint sneller te rollen. Jannie bereidt zich voor op de klap. Met haar vrije hand probeert Jannie de lifehammer te vinden. Haar vingers voelen alleen zacht tapijt.

dashboard

 

12 comments

Ben benieuwd naar jouw reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s