Geplaatst in Huis, tuin en keuken, Reizen

Post uit New York

Beste Madame Trinette,

Ik weet niet zeker of u zich mij nog kunt herinneren, maar ik was die onzekere vrouw die wilde weten of ze op het aanbod van haar zus in New York moest ingaan om bij haar te komen wonen. Het was op een koude avond in maart dat ik bij u kwam. U heeft mij naar aanleiding van de kaarten gezegd mijn hart te volgen en dat heb ik gedaan. Het is een wonder dat ik nog leef.

Begin april vertrok ik met de Titanic uit de haven van Southampton naar New York. Mijn zus had deze reis voor mij geboekt omdat ze in de krant gelezen had dat het nieuwe schip onzinkbaar was. Het was niet goedkoop schreef ze mij maar ze wilde graag dat ik een veilige overtocht zou hebben. U moet weten dat ik heb het niet zo op water. De reis begon feestelijk, hoewel we daar in de derde klasse niet zo heel veel van merkten. Ik deelde mijn hut met een stel weeskinderen uit Ierland dat pas in Queenstown aan boord kwam. Ze waren op weg naar hun familie in Boston.

We maakten er met elkaar het beste van. Overdag was het een komen en gaan van kinderen van andere landverhuizers. Die wisten niet waar ze met hun energie naar toe moesten. Gelukkig konden we op het dek in het voorsteven gymnastiek doen. Kregen we gelijk een frisse neus want het was behoorlijk koud. In de avond vertelde ik de kinderen verhalen zoals mijn zus en ik elkaar vertelden toen we nog kind waren en samen een bed deelden.

Op zo’n avond schokte het schip ineens. Het leek wel of het van koers veranderde. Ik wist meteen dat het foute boel was. Dat kwam door die Schoppen Aas. U moet weten dat ik regelmatig aan die kaart denk maar vooral aan de schrik in uw ogen. U bent daarover niet helemaal eerlijk geweest tegen mij. Ik veronderstel dat u mij niet onnodig angstig wilde maken. Maar dat is nu eenmaal wel mijn natuur. Ik probeer altijd alle problemen voor te zijn. De eerste nacht op het schip, heb ik wakker gelegen en uitgerekend dat er niet genoeg reddingsboten op het schip waren. Bij het inschepen had ik er maar zo’n twintig gezien op het bovenste dek, terwijl er toch zeker 2000 passagiers en bemanning aan boord gingen.

Maar even terug naar het schokkende schip. Om de kinderen niet ongerust te maken, verzon ik een verhaal over een speurtocht door een grottenstelsel, op zoek naar een verborgen schat. Ik vroeg ze elkaar bij de hand te nemen om op weg te gaan in het duistere schip. Ik vond een trap naar boven, voorzichtig klommen we die op. Bovenaan bleek de toegang naar het volgende dek met een ijzeren hek afgesloten te zijn. Gelukkig heb ik altijd een hoedenspeld bij me, je weet maar nooit als vrouw alleen. Het lukte een van de kinderen om daarmee het slot open te krijgen.

Op het bovenste dek was er ondertussen sprake van blinde paniek. Ik kan het niet anders omschrijven. Schreeuwend liepen volwassenen door elkaar te rennen, kinderen huilden of klampten zich vast aan hun ouders. Er werd gevochten om een plek op een reddingsboot, terwijl anderen juist weigerden van het schip af te gaan. Iemand riep: ‘Vrouwen en kinderen eerst.’ Ik wist meteen: dat is onze kans. Ik hoefden de kinderen niet te vertellen dat ze rustig achter elkaar aan moesten blijven lopen. Samen bereikten we het punt waar de reddingsboten te water werden gelaten. Ik trok aan de arm van een bemanningslid. ‘Hier zijn de kinderen.’

Hij keek verward naar ons om. We mochten meteen plaatsnemen in een van de sloepen.

Zo kwam het dat we midden in de nacht dobberden op een reddingsboot in de Atlantische oceaan terwijl de Titanic steeds schever ging hangen om uiteindelijk helemaal ten onder te gaan. Er werden vuurpijlen afgestoken vanaf een van de reddingssloepen om ons heen. Zou iemand ergens op dit donkere koude water dat zien? Dicht op elkaar hielden we hoop vast door om de beurt te vertellen wat we als eerste maaltijd gingen nemen nadat we gered waren. Dat maakten we dan ook denkbeeldig met alle ingrediënten die we konden verzinnen. Dat hield ons ook warm.

We werden gered door de Carpathia die het signaal had opgevangen. Het bracht ons naar New York. Duizenden mensen stonden ons op de kade op te wachten. Nadat de autoriteiten mijn naam hadden genoteerd, konden mijn zus en ik elkaar in de armen vallen. Samen met mijn zwager was ze naar de haven gelopen in de hoop dat ik misschien gered zou zijn of dat iemand iets over mijn lot wist.

Ik vertel u eerlijk, voor mij geen avonturen meer. Wel ben ik blij dat ik mijn roeping gevonden heb. Mijn zus en zwager hebben een fotostudio. Ik kan als geen ander kinderen maar ook volwassenen op hun gemak stellen als ze op de foto moeten. Het resultaat is altijd geweldig, tenminste dat zeggen de klanten. We hebben er veel, want ik ben als overlevende natuurlijk ook een beroemdheid hier.

Ik wens u alle goeds,

Agnes Marble.

3 gedachten over “Post uit New York

Ben benieuwd naar jouw reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.