Het takje dat wilde leren vliegen

Het takje dat wilde leren vliegen, Karien Damen, Gekleurde Gedachten
Het takje dat wilde leren vliegen

Er was eens een klein takje aan een oude boom dat graag wilde leren vliegen. Want, als hij kon vliegen, kon hij de wereld zien voorbij het bos. Hij vroeg aan de andere takken hoe hij dat moest leren. Maar ze lachte hem uit.
‘Dom takje, we zitten allemaal vast aan de boom. We zullen nooit kunnen vliegen. Geniet er maar van als de wind waait. Dat is het beste wat je kan doen.’
Dat deed het takje een tijdje, genieten als de wind waaide en zijn blaadjes alle kanten op deed staan. Maar als de lucht blauw was en witte wolken voorbij dreven, kwam het verlangen terug. Kon hij daar maar hoog in die lucht zweven.

Op een dag, het was al herfst, streek een ekster neer in de boom en ging op het kleine takje zitten. De ekster was zwaar. Het takje moest er van zuchten.
‘Is er wat, takje?’ vroeg de ekster.
‘Je bent een beetje zwaar, ekster.’
‘Zal ik op een andere tak gaan zitten.’
‘Nee, doe dat niet. Wil je mij alsjeblieft flink vastpakken en proberen los te trekken. Ik wil graag leren vliegen.’
De ekster vond het wat vreemd maar hij begon te schudden aan het takje. ‘Hou op, hou op, stomme vogel,’ schreeuwden alle andere takken. ‘Zo raken we in elkaar verward.’
De ekster vloog op en ging op zoek naar een zwijgende boom.
De takken in de oude boom trilden hevig na. Was het van woede of was het van angst? Het takje wist het niet. Het leek hem beter het ook maar niet te vragen. Hij was zelf ook geschrokken van het schudden. Hij hing nu niet meer zo recht als eerst.

Die nacht stak er een storm op. De oude boom kreunde. De wind trok aan alle takken. Al snel waaiden de eerste vergeelde bladeren op de wind mee door de zwarte lucht. Het takje kon zijn eigen blaadjes bijna niet meer houden. Eén flinke ruk en daar vloog het takje, hoog boven de bomen. Het duurde maar even. Met een smak kwam hij terecht in de modder. Daar bleef hij liggen.

De zon kwam op en scheen over het bos, waar de oude boom in één nacht kaal was geworden. Een straal zonlicht viel op het takje dat niet ver van de boom op een pad lag. Een natte neus snuffelde aan het takje.
‘Wat heb je daar Benno?’ klonk een mensenstem. Het takje voelde dat hij werd opgepakt door een hand.
‘Goed gedaan Benno, dat ontbrak nog aan ons werkstuk.’ Het takje viel in een zak met dennenappels. Boven op die dennenappels en een zacht stukje mos zweefde hij het bos uit, de wijde wereld in.

8 comments

Ben benieuwd naar jouw reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s