Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Herinneringen aan de Pennendijk: poppenwagens en kruisbessen

Peer van ’t Gatbroek, een van de columnisten voor Ons Ulvenhout, stuurde ons zijn maandelijkse Mijmeringen. Hij nam ons deze keer mee langs de Pennendijk waar hij zoveel jaren met plezier heeft gewoond. Hij vertelde over de boerderijen die daar ooit hebben gestaan. En over die op huisnummer 1 die er nog steeds trots staat. Hierin is nu het museum van de Heemkundekring, Paulus van Daesdonck, gevestigd. In dat museum vond ik een boekje over boerderijen in de omgeving en alle boerderijen die hij noemden stonden erin. Zo kon ik, bij zijn verhaal foto’s plaatsen van die boerderijen.

Bij mij kwamen ook hele prettige herinneringen naar boven en ik ben op zoek gegaan naar een paar mooie foto’s uit de tijd dat ik daar woonde.

Buurvrouw Nelly

Mijn ouders kochten in 1958 het huis op huisnummer 21, tegenwoordig nummer 61, van de aannemer Sooi van Gils. Het was een twee-onder-een-kapwoning. Samen met huisnummer 21a, is het gebouwd op de fundering van een boerderijtje. Hier zie je mij op weg naar buurvrouw Nelly. En dat was niet een route van voordeur naar voordeur maar de veel langere route van achterdeur naar achterdeur. Voor iemand die net kon lopen een hele prestatie. Maar dat had ik graag over een koekje of snoepje. Bij mijn weten is onze voordeur nooit gebruikt, iedereen kwam in die tijd achterom. Iemand die aanbelde, maakte je achterdochtig, die wilde je vast iets verkopen wat je niet nodig had.

Tegenwoordig staan er aan de overkant ook huizen en is de Pennendijk een echte straat met trottoirs. In de tijd dat wij er woonden was er alleen een asfaltweg met aan beide kanten een berm en slootjes. Dat weet ik zo goed omdat ik bij het leren fietsen, toen mijn vader mij losliet, pardoes de sloot inreed. Gelukkig geen water maar wel brandnetels.

Kruisbessen

Op deze foto zie je hoe kaal het tegenover ons huis was. Bij de boom was een zandpad naar de akkers van Boer van Steen. Aan de kant van de Pennendijk had hij kruisbessen staan. Aan het eind van de zomer lagen we in de droge sloot te wachten tot er niemand in de buurt was. Ik heb nooit meer zoiets heerlijks gegeten als die kruisbessen.

Mijn zus en ik tonen hier vol trots onze poppenwagens. Die had ome Jan voor ons gemaakt. Later hebben we daarin ons speelgoed verhuisd naar ‘t Hofflandt. Mijn vader had daar eigenhandig samen met zijn broers een nieuw huis gebouwd. Vanwege de komst van een broertje of zusje zou het op de Pennendijk te krap worden. Het werd een broertje en later nog een broertje. We hebben ze nog lang rondgereden in onze poppenwagens.

Ben benieuwd naar jouw reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.