Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Opruimen, het lucht enorm op!

Het gaat niet snel want ik kom van alles tegen. Ik gooi ook niet veel weg. Het meeste belandt op de stapel:

Nog over nadenken

Maar toch, ik ben aan het opruimen. Ik heb namelijk ruimte nodig in mijn werkkamer om mijn coach praktijk te starten. Over pas iets meer dan een jaar. Ik ken mezelf. Vier grote tekeningen op flip-over vellen. Ik was ze totaal vergeten.

Wat ga ik er meedoen?

Weggooien is geen optie, het is een stukje van mezelf. Ophangen is ook geen optie, ze zijn erg groot en er zitten vouwen in van het jarenlang opgeborgen zijn. Ik ga er een nieuw kunstwerk van maken. De mooiste stukjes geef ik daarop een plek. De eerste tekening herinnering ik mij nog goed.

Verbeeld je nest en hoe je daar uit weggevlogen bent

Opgeruimd, Karien Damen, Gekleurde Gedachten

Dat was tijdens een training persoonlijke ontwikkeling. Je ziet een kleurrijke vogel met grote verbaasde ogen, krachtig en een tikkeltje aan de zware kant. Zo zag ik mezelf. In de verte zie je nog het nest met ongeveer dezelfde koppies. Zelfverzekerd vlieg ik weg, alleen:

Ik heb geen landingsgestel!

Opgeruimd, Karien Damen, Gekleurde Gedachten

De tweede stelt een soort levenslijn voor, met rode stippen om te markeren dat er iets belangrijks gebeurde, wat weet ik niet meer. Ik hoop alleen dat ik daarop niet mijn toekomst heb weergegeven want de lijn gaat na een hoogtepunt alleen maar naar beneden.Op de derde tekening zie je een landelijk huisje in het groen achter een flinke heuvel. Of is het een duin want op de voorgrond ligt een stevig anker. Zou best kunnen want die vogels in de lucht  lijken meeuwen. In het huisje zou ik graag willen wonen als ik later groot ben.

Dat wil ik nog steeds

Wat de laatste tekening moet voorstellen, ik weet het niet. Je ziet een desolaat landschap. Een beetje zoals Marten Toonder die tekent. Rechtsonder zie je een soort gebraden haantje, maar volgens mij moet dat een boomstronk voorstellen. Rechtsboven is een kerk te zien. Of is het een stadspoort? Misschien dacht ik aan de lange wandeling omhoog naar Orvieto tijdens onze vakantie in Umbrië. De foto’s liggen hier ook nog ergens opgeborgen.

 

Lijkt me beter dat ik die er nu niet bij ga zoeken.

 

 

Opgeruimd, Karien Damen, Gekleurde Gedachten

Zo twaalf stukjes bewaard en de rest ligt bij het oud papier. Wat nu? Ik heb maar één zwart vel fotokarton gekocht, daar moet het allemaal op passen. Kan ik gelijk mijn verleden rechtzetten. Eindelijk ben ik veilig gelanden mijn levenslijn loopt omhoog. Ik maak er gelijk maar een gouden lijstje om.

Ik raad het iedereen aan: opruimen is goed voor je humeur

Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Herinneringen

Met bus 47 komt Egbert aan op het plein voor de kerk. Hij kijkt om zich heen op zoek naar een herkenningspunt. Zijn school, die van de broeders staat er niet meer. Jaren geleden werd de school gesloopt om plaats te maken voor een verzorgingstehuis. Het beeld van Sint-Jozef, de timmerman, heeft een plek gekregen bij de ingang. Aan de andere kant van de kerk is nog steeds de garage van Verdaasdonk. Hij steekt het plein over om in de etalage te kijken. Wat hebben hij en zijn vriendje Kees hier vaak staan kijken en gedroomd van hun autotochten in de bergen en langs de Middellandse zee.

In de etalage staat nu een blauwe Ford Anglia te pronken.

Egbert denkt nu meteen terug aan die zomervakantie dat zijn oom en tante helemaal uit Alkmaar waren komen aanrijden in hun nieuwe Ford Anglia. Dat was een reis van bijna een halve dag. Oom en tante bleven daarom een nachtje logeren. De auto werd op het pad naast het huis geparkeerd. Samen met zijn vriendje Kees bewonderde hij de auto van alle kanten. Hij moest even grinniken. De portieren van de auto waren niet afgesloten. Dus gingen ze samen in de auto zitten, hij achter het stuur en Kees naast hem.

In gedachten waren ze al op weg naar Nice.

Toen voelde hij dat er een sleutel in het slot onder het stuur zat. Hij draaide er aan en prompt begon de motor te lopen. Hij had zijn oom en vader nog nooit zo snel het huis uit zien rennen. Ze sleurden hem vanachter het stuur vandaan. Voor straf werd hij voor de rest van de dag naar zijn kamertje gestuurd en mocht een week lang niet bij Kees spelen. Hij schudt de herinnering van zich af. Hiervoor is hij niet in zijn geboorteplaats. Hij gaat op condoleance bezoek bij de weduwe van zijn oude schoolvriend. Egbert loopt verder het dorp in en bedenkt dat hij een mooi verhaal heeft om met haar te delen.

 

photo credit: Plbmak, Anglia-07 via photopin.com, creativecommons

 

Geplaatst in Mijn tante Hetty

Tante Hetty, deel 17: Aan de keukentafel

Het stuk pizza bij Victor thuis gisteravond is het laatste dat ik gegeten heb. Dat merk ik nu ik veilig in het huis van tante ben. Ik loop naar de keuken om wat te eten te zoeken. Victor zal ook wel honger . Ik grijp de deur vast als ik een man zie opstaan vanachter de keukentafel. Wat doet die hier in de keuken van tante?
‘Je hoeft niet bang te zijn Mara.”
Hoe kan hij mijn naam weten? Ik bekijk hem van onder naar boven. Hij ziet er niet uit als een crimineel, meer als een leraar van school.
‘Ik ben van de politie.’
Hij houdt een kaart omhoog, maar van zo ver kan ik niet zien wat er op staat.
‘Je tante is veilig op het politiebureau. We zoeken je al de hele nacht.’
Ik durf weer adem te halen.
‘Hier ga maar zitten, dan kun je een beetje bijkomen van de schrik.’
Hij schuift een stoel onder de tafel vandaan. Even later krijg ik een glaasje water en mag ik zijn pasje van dichtbij bestuderen. Gert Kleinsma, rechercheur Holland Midden, 28 mei 1979. Hij kijkt streng op de foto. In het echt is hij meer een vriendelijke beer die nu naast mij komt zitten. Ik mag Gert zeggen.
‘Denk je dat je mij nu kunt vertellen waar je bent geweest vannacht?’ De rechercheur probeert mijn blik te vangen. Zijn ogen staan bezorgd. Ik besluit alles te vertellen, vanaf het moment dat ik met tante boodschappen ging doen. Als ik bij onze ontsnapping uit de tunnel ben aangeland, zie ik achter Gert iets bewegen. De rechercheur volgt mijn blik. Hij wil opstaan van zijn stoel maar Victor is sneller. Met een doffe klap landt een Afrikaans masker op het hoofd van de arme rechercheur. Hij glijdt langzaam van de stoel op de grond. Ik kniel naast hem neer. Gelukkig, hij haalt nog adem. Er zit bloed bij zijn oor. Boos kijk ik naar Victor.
‘Wat heb je nu toch gedaan? Hij is van de politie, sukkel.’
‘Hoe kon ik dat nou weten? Ik wilde je alleen maar redden.’
‘We moeten hulp halen. De man in de auto is ook van de politie. Ze hebben de hele nacht op ons zitten wachten. Tante zit op het politiebureau. Zij hebben haar computer gekraakt. Wat sta je me nu aan te kijken, ga die politieman waarschuwen.’
Gelukkig, dat zet Victor in beweging. Net als hij naar buiten wil lopen, gaat de telefoon. We kijken elkaar vragend aan. ‘Neem hem maar op Mara, anders krijgen we misschien nog meer problemen.’
‘Met Mara Nelemans.’
‘Dag Mara, met mama. Waar waren jullie gisteravond? Ik kon jullie maar niet bereiken. Ik heb goed nieuws. Vanavond vliegen we naar Nederland, is dat niet fijn? Ik ben zo blij, mag ik tante even spreken?’
‘Tante is niet thuis.’
‘Waar is Hetty dan?’
Wat moet ik zeggen zonder mama ongerust te maken? ‘Ze is op kantoor.’
’Op kantoor, het is zaterdag? Wat is er aan de hand Mara?’
‘Niets bijzonders, ze heeft het gewoon druk.’
‘Oké, vertel haar dan dat we om elf uur tien morgenochtend op Schiphol landen. We worden opgehaald. Ik zie je morgen lieverd.’
Ze heeft opgehangen. Victor kijkt me vragend aan.
‘Morgenochtend komen mijn vader en moeder terug uit Kathmandu.’

 

Waar waren we ook al weer gebleven? Klik hier.

Of wil je bij het begin beginnen? Klik dan hier.

 

 

Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Roze sokken

‘Lieve mensen, we zijn hier vandaag om te vieren dat Marlies en Mark in het huwelijk zijn getreden. Helaas hebben zij door dit mooie feest geen geld meer over om op huwelijksreis te gaan. Daarom hebben we iets bedacht. We hebben jullie gevraagd spullen mee te brengen van je zolder of uit de berging. Wat voor de één waardeloos is, is voor de ander een buitenkansje. We gaan alles bij opbod verkopen. Dus mensen, biedt gul zodat dat lieve stel met elkaar op reis kan. En zeg nu zelf, het is toch handig om je voorraad nutteloze voorwerpen aan te vullen voor een volgend feestje?
Wat heb ik hier als eerste, een paar warme roze sokken. Zo te zien nog nooit gedragen. Wie biedt?’

Ik staar naar wat Theo voor ons in de hoogte houdt. Die sokken ken ik. Ik heb ze zelf gebreid voor mijn zus. Hoe kan dat nou, ze was er zo blij mee. Ik kijk rond of ik mijn zus ergens zie. Achterin de zaal staat ze tegen de muur geleund. Ik probeer haar blik te vangen. Gelukt, ze steekt haar hand naar me op.

Ondertussen blijft Theo maar door kletsen.
‘We beginnen met vijf euro. Daarachter in de zaal. Deze sokken zijn toch meer waard dan vijf euro. Heerlijk om je voeten in bed warm te houden. Hier wordt acht euro geboden. Kom op dames, niet iedereen is net getrouwd. Wie biedt er meer? ’

Ik blijf naar mijn zus staren. Ze laat haar arm weer zakken en kijkt van mij naar Theo. Ik zie dat er iets begint te dagen. Haar gezicht wordt langzaam rood.

 

photo credit: AnnaKika, Creative Commons

Devi roept keihard olé!

Heel lang geleden, ergens in een land hier ver vandaan, woonde een meisje. Devi was haar naam. Als Devi later groot was wilde ze danseres worden. Dan wilde ze de hele dag flamenco’s dansen, met haar hakken stampen op de vloer en keihard: ’Olé’, roepen. Ze begon al vast te oefenen. Ze danste alle dagen, dansten door straten, over pleinen en riep keihard: ‘Olé.’ Soms riep er iemand ‘Olé’, terug, soms begon er alleen maar een hond te blaffen.
Zo danste Devi het hele land door totdat ze op een plek kwam waar ze nog nooit was geweest. Verbaasd keek ze om zich heen. Het leek een bos maar dat was het niet. Het zag er heel anders uit dan het bos thuis. Er viel zacht licht op bloemen die bijna net zo groot waren als Devi zelf. Ze roken heerlijk. Devi stak voorzichtig haar hoofd in één van de bloemkelken. Aan dunne draadjes hingen druppels honing. Ze stak haar hand uit om een druppel te vangen. Ze legde hem op haar tong. Zoiets hemels had ze nog nooit geproefd. Er klonk nu ook zachte muziek.
‘Kan ik hier niet altijd blijven?’ Devi schrok van haar eigen stem
‘Nee, dat kan niet,’ zei de bloem, ‘maar je mag altijd terug komen als je moe bent van het stampen.’ En dat deed Devi. Af en toe zocht ze de bloem op en proefde een beetje van de honing die altijd lekker was. En zo danste Devi nog lang en gelukkig. Olé!

Geplaatst in Mijn tante Hetty

Mijn tante Hetty, deel 16: Ontsnapt

Het blijft het stil boven.
‘Ik denk dat er alleen maar iets is omgevallen. Zullen we het nog een keer proberen?’
Ik knik. Samen duwen we nog een keer tegen het luik. Boven ons hoofd begint iets te schuiven. Victor wringt zich door de opening. Het luik valt met een klap achter hem dicht. Nu zit ik alleen in het donker. Gespannen luister ik naar wat er boven mijn hoofd gebeurt. Voetstappen en geschuif. Dan ineens klapt het luik open en kijk ik in het grijnzende gezicht van Victor.
‘Het waren alleen maar stoelen die op het luik stonden.’
Ik bekijk de ruimte waarin we zijn beland. Het lijkt wel een café, er is een bar met krukken. Voor de rest staat het vol met tuinstoelen en tafels.
Voor de ramen zitten luiken. Toch kunnen we genoeg zien. Dat komt omdat het raampje boven de deur niet afgedekt is. Na het donker in de tunnel geeft dat een zee aan licht.
Victor kijkt keurend om zich heen.
‘Je kunt hier chille feesten geven.’
‘Ik heb altijd gedacht dat het een gewoon tuinhuisje was met gereedschap en zo.’
Ik trek aan de klink van de deur. Op slot, natuurlijk.
‘Hoe komen we hier uit?’
‘Kunnen ze vanuit het huis het tuinhuisje zien?’
‘Ja, maar het staat bijna bij het gat in de heg naar de tuin van tante. Hier, ik zal het even tekenen.’
Op één van de tafels, in het stof, teken ik de plattegrond van de tuin van de buren. Bierviltjes leg ik neer op de plek van het huis, van de garage, het zwembad en het tuinhuisje.
‘De deur is aan deze kant,’ wijs ik met mijn vinger.
‘Als we naar buiten stappen kunnen ze ons dus zien.’
‘Ja, maar hier staan struiken en daarachter ben je al bij de heg.’
‘Hmm, ik denk dat dan het slimste is dat jij als eerste gaat. Jij weet de weg. Als de criminelen deze kant uitkomen kan ik ze afleiden.’
‘Alleen moet dan wel die deur open.’
‘Heb jij een ijzerdraadje of zo?’
‘Nee, wel een paperclip aan mijn sleutels.’
‘Een paperclip? Nog beter.’
Victor buigt de paperclip om tot een soort hendeltje, alsof hij nooit iets anders heeft gedaan. Het hendeltje verdwijnt in het slot. Victor draait er voorzichtig aan. Het slot geeft mee.
‘Je hoeft niet zo te kijken, ik ben gewoon vaak mijn sleutel kwijt.’
Ik krijg een warm hoofd. ‘Ik dacht helemaal niets.’
‘Zo meteen doe ik de deur op een kier en dan ren jij naar het huis van je tante. Ik wacht een minuutje en dan kom ik ook.’
Oké, doe je voorzichtig?’
‘Ja, jij ook?’
Zodra ik buiten ben, ren ik naar de heg. Daar achter is het veilig. In de tuin van tante loop ik in elkaar gedoken langs de heg in de richting van de tuindeuren. Zo ben ik niet zichtbaar vanuit het huis van de buren. Snel schiet ik het terras op. Ik krijg de sleutel bijna niet in het slot, zo trillen mijn handen. Dan ben ik binnen, veilig. Ik kijk in de richting van de heg of ik Victor al zie verschijnen. Wat duurt dat lang.

Waar waren we ook al weer gebleven? Klik hier.

Of wil je bij het begin beginnen? Klik dan hier.

Geplaatst in Huis, tuin en keuken

Blauw met een goud randje

‘Wat vind je van het nieuwe stadhuis?’

‘Een beetje overdreven, vind je ook niet? Dat goud gaat nog wel, maar die gekleurde ramen dat had voor mij niet gehoeven.’

‘Dat dacht ik eerst ook, maar nu het ingericht is en je er mensen ziet zitten vind ik het wel aardig.’

‘Ik ga daar niet zitten hoor. Zitten ze op het terras te kijken of we wel werken.’

‘Ha, Ha ze weten toch dat we ambtenaren zijn.’

Karien Damen, Gekleurde Gedachten

‘Ga jij nog naar die nieuwjaarsreceptie?’

‘Tuurlijk, zo’n kans krijg je maar één keer, de opening meemaken van het nieuwe stadhuis.’

‘Heb je dan niet gezien dat er een dresscode is?’

‘Dresscode?’

‘Ja, blue met een touch of gold.’

‘Daar is toch niets mis mee.’

‘Het is dat felle Zoetermeerse blauw met geel dat ze bedoelen. Hoe kunnen ze het verzinnen. Dat staat toch niemand, zeker mij niet.’

‘Nou, ik heb anders een heel leuk oker geel jasje gezien in de uitverkoop, Het is net goud, heel feestelijk. Ik denk dat ik dat nog even ga halen tussen de middag.’

‘Ja, jij kunt dat wel hebben, maar wat moet ik met geel.’

‘Wat ben jij weer Zoetermeers zuur aan het mopperen zeg.’

‘Zo jagen ze je toch op kosten, zeg nou zelf.’

‘Nou dan ga je toch lekker op tijd naar huis, ga ik wel alleen swingen in de nieuwe raadzaal.’

Mosterd na de maaltijd

Ik weet het, het is een beetje laat en de kerstvakantie is voorbij, maar ik weet een leuk gezelschapsspel. Wat je nodig hebt is een even aantal deelnemers, pennen en schrijfpapier. Meer niet, of misschien toch: een beetje verbeeldingskracht.

Het gaat om het schrijven van een dialoog. Dat kan tussen twee mensen zijn, maar dat hoeft niet. Dieren of voorwerpen leveren ook mooie resultaten op. Vlak voor kerst hebben we het in de prozagroep uitgeprobeerd. We kregen opdrachten waar we graag onze tanden in zetten. Twee aan twee ontvingen we een beschrijving van de situatie en van de hoofdpersonen. De één begint het gesprek op papier en schuift het door naar de ander. De ander reageert op de eerste zin en schuift het papier terug.

Gekleurde Gedachten, Karien Damen

Bijvoorbeeld: we stelden ons het gesprek voor tussen de brie en de camembert op het kaasplankje. Twee kaasjes die allebei denken dat ze heel bijzonder zijn.

'Nu liggen we alweer zo dicht bij de kandelaar, ik begin nu al te zweten. Ruik je iets?'
'Of ik iets ruik? Weet je wel tegen wie je het zegt?'
'Je hoeft niet zo uit de hoogte te doen, de mensen weten toch niet waar jij eindigt en ik begin.'

Kijken naar een verliefd stel doet oude liefde opbloeien tussen een peper en zout stel:

‘Waarom zo focussen op dat mensenpaar? Staan wij wij niet mooi samen mooi te flonkeren in het kaarslicht? Jij staat er schitterend bij vanavond.’

Zelfs de conversatie tussen een gevulde kalkoen en een gebraden konijn kent filosofische hoogtepunten:

‘Gek is dat. Toen we nog vol in het leven stonden wilde niemand ons kennen en nu we hier zo liggen met een knapperige buitenkant, zijn we het stralende middelpunt.’

De vork en het mes zijn tot elkaar veroordeeld en dat is te merken:

'Ik wil in het midden prikken.'
'Je begrijpt toch wel Vorkje, dat je dan de rotzooi zelf mag opruimen.'
'Dat kan je nu wel zeggen, maar ik verwacht je volledige steun.'
'Vooruit maar weer. Neem dan alsjeblieft wel een grote hap.'

 

Met dank aan Jacqueline van: Het verhaal achter en mijn schrijfmaatjes. Zin om ook een keer te schrijven? Kijk op de site van de bibliotheek in Zoetermeer.

Foto: dmitryzhkov via Creative Commons