Een regenachtige dag, zo’n dag om binnen te blijven en samen iets te doen. Woensdag was zo’n dag. Het plan was om na school gedichten te schrijven en daarbij een tekening te maken. We begonnen met een elfje. Bij een elfje denk je eerst aan zo’n doorzichtig wezentje met vleugels uit sprookjes. Maar dat was het niet. Een elfje is een gedicht dat bestaat uit elf woorden.
De eerste zin bestaat uit één woord, de tweede uit twee, de derde uit drie, de vierde uit vier en dan de laatste zin weer uit één woord. De woorden moeten met elkaar te maken hebben en het hoeft niet te rijmen. Je kunt afspreken dat het over een bepaald thema gaat of dat bijvoorbeeld de laatste zin bestaat uit een woord dat het hele gedicht samenvat.
Iedereen die kan schrijven kan het. De jongste schrijfster op woensdagmiddag was 9, de oudste 55 jaar. Kijk maar eens naar het resultaat.
Wolk
Drijft over
Of barst los?
Regen, sneeuw, hagel, mist?
OnweerBos
Het groen
Het groene bos
De bomen zijn groen
Groen
Sinterklaas
Sint komt
Sint is blij
En voelt zich vrij
Piet
Telefoon
Suzanne belt
Het zijn icoontjes
Dolfijnen, Beren, koekjes en taartjes
Hi
flora
Flor flore
flora a fauna
flora, fauna a latin
fauna
Bij de bakker vraag ik of ze ook wat lekkers hebben zonder suiker. Zondag komt namelijk I. op visite en zij mag geen suiker. Het is dan een sport om toch iets voor haar te vinden en haar blij verraste gezicht te zien. Mijn bakker had de vorige keer van alles zonder suiker in de vriezer. Ook deze keer komt er van alles uit. Ik kan kiezen uit apfelstrudel, iets met ananas, abrikoos, of een kruimelvlaaitje. De verkoopsters laat ze één voor één zien. Ik kies voor het kruimelvlaaitje. Ze slaat alles aan op de kassa. Ik reken af, het bedrag valt me reuze mee voor twee broden, speculaasjes, een cake en het vlaaitje.
Heb je de koekjes er ook bij gezet?
Vraag ik aan de verkoopster
Ja, ik heb vier dingen op de bon staan.
Thuis krijg ik het gevoel dat het toch niet helemaal goed is gegaan. Ja, hoor, op het bonnetje ontbreekt de cake. Ik verfrommel de bon en gooi hem in de prullenbak.
Had ze maar beter op moeten letten.
Ineens denk ik aan die keer dat ik bij Albert Hein erg schrok van het bedrag dat ik af moest rekenen. Wat bleek, twee kratten bier met statiegeld stonden op de bon. De caissière had in plaats van twee preien twee die twee kratten bier aangeslagen. Met veel excuses kreeg ik het geld direct terug.
Ik was er als de kippen bij toen ik teveel betaalde en nu het omgekeerde het geval is, hou ik mijn mond. Met een schuldig gevoel haal ik het bonnetje weer uit de prullenbak. Ik strijk het glad en denk aan de bakker die in deze tijd moet zien te overleven in een duur pand in het winkelcentrum. Zal ik dan volgende week die cake dan toch maar gaan betalen?
Dat is veel te braaf
Maar stel dat de verkoopster zelf ook in de gaten heeft gekregen dat er iets niet klopte. Ik kom er wel elke week om brood te kopen. Dan ziet ze elke keer die mevrouw die niets zei toen ze vergat de cake af te rekenen.
De hele week heb ik genoten van het mooie herfstweer. We waren op de Sallandse heuvelrug. De ene dag scheen de zon op de warme kleuren van het herfstbos. Soms zag je een enkel vergeeld blad naar beneden dwarrelen. De andere dag legde een natte mist een mysterieus deken over het landschap heen. Het vocht vormde dikke druppels op de bladeren. Bij een windvlaag druppelden die naar beneden. Wat een geluk te leven op een deel van de aarde waar je seizoenen hebt en het weer elke dag een verrassing is.
Altijd iets om naar te verlangen
Aan het eind van de zomer kijk ik uit naar de herfst en de winter, naar natte bladeren, pepernoten en gezelligheid, naar vriesluchten en warme wanten. Midden in de winter kan ik ineens ontzettend verlangen naar zon en warmte en lange avonden in de tuin. In de herfst fantaseer ik over het prille groen aan de bomen en de knoppen van de seringen. Het is te warm of te koud, te droog of te nat. Altijd iets wat beter kan en altijd een gespreksonderwerp als je het even niet meer weet in de lift.
Het allermooiste aan het verlangen naar beter weer of een ander seizoen is dat het ook vanzelf komt, elke keer weer.
Nooit het zelfde
Ik stel me voor hoe het zou zijn als ik ’s morgens wakker word en niet hoef na te denken over wat ik aan zal doen: Kan ik zonder kousen op pad of is het toch te fris. Moet ik toch een vest aan doen of is het daarvoor te warm? Dat het weer altijd zo hetzelfde is dat er niet eens een woord voor hoeft te zijn.
Hoeveel kunstwerken, muziek en poëzie hadden we dan wel niet gemist? Een nieuwe lente, een nieuw geluid, de beroemdste beginregel uit de de Nederlandse literatuur, Mei van Herman Gorter. Zelfs onze weermannen en vrouwen zijn poëtisch als ze ons uitleggen wat we morgen kunnen verwachten.
Nooit meer klagen
Ik neem me plechtig voor, ik ga vanaf nu genieten van elk weer. Een nat pak draag ik in stilte. Als de mussen van het dak vallen, ga ik fluitend over straat. Fietsend in een storm trap ik gewoon wat harder. Juichend ontvang ik een hagelbui op mijn hoofd. Mij zul je niet horen.
Een paar jaar geleden dacht ik dat de bibliotheek stilletjes zou verdwijnen naar een hoekje in de geschiedenis. Alleen kinderen en ouderen maakten naar mijn idee nog gebruik van de bibliotheek. De eersten omdat ze moesten van school en de laatsten omdat ze dat nu eenmaal gewend waren. Het digitale tijdperk leek helemaal langs de bibliotheek heen te gaan.
1
Ik heb me vergist. Ik was op zoek naar een schrijfcursus voor dit najaar, bij mij in de buurt. Al zoekende op internet kwam ik bij de bibliotheek terecht. Veel bibliotheken organiseren activiteiten voor wie van schrijven en lezen houdt. Om mee te kunnen doen aan een schrijfgroep ben ik weer lid geworden. Dat is de eerste goede reden.
2
Enthousiast werd ik vervolgens van de mogelijkheid om e-boeken te lenen met je lidmaatschap. Je kunt kiezen uit een heleboel titels, als boeken maar zes maanden of ouder zijn. Je hoeft alleen maar een account aan te maken en de bibliotheekapp op je tablet te zetten. Na precies drie weken is het boek weer verdwenen. Plannen om voor het lenen van e-books geld te vragen zijn voorlopig van de baan. Het kost je dus alleen het abonnementesgeld. En, pluspunt, het geeft een beter gevoel dan het lezen van een illegale kopie. Schrijvers kunnen nu eenmaal niet gratis leven.
3
“Op een dag liepen de eekhoorn en de olifant door het bos.”
Helemaal enthousiast werd ik, tot slot, van een nieuwe ontdekking. Op zoek naar een jeugdboek, kreeg ik op de eerste pagina als eerste boek, een boek van Toon Tellegen voor mijn neus. Ik had nog nooit wat van hem gelezen. Al op de eerste bladzijde van het boek: Bijna iedereen kon omvallen, was ik verkocht. Toon Tellegen schrijft kinderboeken voor grote mensen. Zijn verhalen gaan over dieren met herkenbare karakters en dicht bij huis avonturen. Ondertussen ben ik drie boeken verder en ligt er een dik echt exemplaar op mijn nachtkastje. Eén verhaaltje voor het slapen gaan.
Daarom, lang leve de bibliotheek. Je maakt er kennis met de wereld van verhalen. Wat is er nu leuker, elke keer een ander avontuur beleven en er niet deur voor uit te hoeven.
Deze zomer heb ik bijna elke dag een tekening gemaakt, onderweg buiten of in de tuin. Eén van die tekeningen heb ik op verschillende manieren uitgewerkt.
Eerst traditioneel op papier. Met mijn aquarelpotloden en een penseel met wat water heb ik hem ingekleurd. Ik heb een scan gemaakt van deze tekening, dat gaat heel goed, zoals je kunt zien.
Daarna ben ik aan de slag gegaan op de Ipad. Tot voor kort vond ik dat maar behelpen. Sinds ik heb ontdekt dat je met twee vingers de tekening kunt vergroten en dan veel fijner kunt werken, ben ik helemaal enthousiast over de mogelijkheden. Met de app Sketchbook pro heb ik de twee andere tekeningen gemaakt. De eerste door met voorgeprogrammeerde blaadjes, takjes, en bloemen, die ik op het palet van de app vond, te strooien. De tweede door de penselen en potloden te gebruiken die de app biedt in allerlei soorten en maten. Het ‘echte’ tekenwerk zeg maar. Aan die laatste tekening heb ik de meeste tijd besteed, de andere twee waren allebei binnen een uurtje klaar. Ik vind ze spontaner ogen en daarom beter dan de laatste tekening. Deze is wat vlak geworden en een beetje saai.
Mijn conclusie: digitaal tekenen geeft net zoveel plezier als traditioneel tekenen. Pluspunt, met een tekenapp kan ik ook foto’s bewerken. Minpunt, er is niet overal een stopcontact of wifi voorhanden.
Een scan van de tekening op papier, ingekleurd met aquarelpotloden.Een digital versie met behulp van voorgeprogrammeerde blaadjes en takkenDe oorspronkelijke tekeningDe tweede digitale versie, gemaakt met ScketchBook pro
Een wasmand en een boodschappenkrat vol. Een heel verleden heb ik de deur uit gedaan. Alle boeken die ik in mijn studietijd heb verzameld zijn door mijn handen gegaan. Veel kon er weg. Het is verouderd of ooit weggelegd voor later. Dat later, zo heb ik nu besloten, zal na meer dan dertig jaar nooit komen. Ik heb het bijvoorbeeld over twee complete jaargangen van de internationale spectator, nooit gelezen. Heldring was de hoofdredacteur, het blad bestaat nog steeds. Een dik rapport over Eritrea in het Engels. Ik kocht het van een vluchteling. De opbrengst was bedoeld om de vrijheidsstrijd te bekostigen. In 1991 werd Eritrea onafhankelijk en erkend door de Verenigde Naties. Niet dat ze daar door meer voorspoed hebben gekregen.
Duur
Toch heb ik iets wat volstrekt verouderd is laten staan. Mijn Kluwer losbladige studenteneditie van de Nederlandse wetgeving.
Hij was verschrikkelijk duur, zeker voor een kersverse rechtenstudent. Bij de prijs was een abonnement inbegrepen. Het was een losbladig systeem en het idee was dat je bij elke wetswijziging een supplement ontving. Oude tekst er uit en de nieuwe er in, en je was weer helemaal bij.
Simpel toch?
Ik vond het een saai werkje en de enveloppen met supplementen stapelden zich op. Ongeopend lagen ze op de schoorsteenmantel in mijn studentenkamer. Totdat het weer tentamentijd was. Een lichte paniek beving mij dan, want stel je voor dat er net wat gewijzigd was in een wet waar een tentamen over ging. Het was een hele kunst om de goede volgorde aan te houden met die grote stapel supplementen. Het papier was erg dun, rijstpapier, ik weet zeker dat ik soms een blaadje te veel heb weggegooid. Het werd meestal nachtwerk, op de grond voor de kachel, de vloer bezaaid met papier.
Ik weet er nog steeds de weg in, in een mum ben ik bij artikel 1401 van het burgerlijk wetboek, de onrechtmatige daad. Het ezelsbruggetje ken ik nog steeds.
1401 gaat alleen
1402 doet niet mee
1403 kind op de knie
1404 door een dier
1405 een gebouw op het lijf
1406 kasje zes
1407 blijft in leven
1408 naam verkracht
Het ging er om dat je aansprakelijk was voor de gevolgen als er door jou toe doen of nalaten schade was ontstaan. Een hele belangrijke bepaling in het Nederlandse recht.
Herinneringen dus, maar wat nog belangrijker is, is dat ik altijd het gevoel heb gehad dat ik me had laten belazeren door Kluwer. Een dure uitgave waar je vervolgens ook nog veel werk aan hebt. Dat gevoel werd versterkt toen mijn broertje ging studeren. Hij schafte een serie goedkope pockets aan met alle wetgeving en zei tegen mij:
Dit is veel goedkoper en vlak voor een tentamen koop ik gewoon een nieuwe druk. Wil jij soms de oude versie hebben?
Het grote publiek kent haar als Patsy Stone, maar voor mij is ze Purdey. Ik heb het over de actrice Joanna Lumley. Eind jaren 70 wilde elk meisje een kapsel hebben als Purdey, de vrouwelijke hoofdpersoon uit de Wrekersdie samen met John Steed spioneerde voor het Britse koninkrijk. Ze had een fenomenale vechttechniek en ondanks alle actie zat haar haar altijd goed.
Deze week was ze in Nederland om de drie dwaze dagen van de Bijenkorf te openen. Ze is inmiddels in de 70 maar nog steeds een stijlicoon. De Bijenkorf heeft het goed begrepen, een groot deel van de omzet wordt bepaald door hippe oma’s.
De marketeers van televisiereclames hebben het veel minder goed begrepen. In een artikel in de krant, geschreven ter gelegenheid van 25 jaar commerciële televisie, stond dat de adverteerders zich richten op De Boodschapper. Dat is de kijker, meestal een vrouw tussen 20 en 49 jaar, die in het huishouden het geld uitgeeft.
Het klopt dat voor gezinnen met kinderen grote hoeveelheden boodschappen ingekocht moeten worden. In dat geval gaat het om vrouwen grofweg tussen de 20 en 49 jaar. Als je eenmaal de vijftig bent gepasseerd, ben je merkvast, is de redenering. Met andere woorden, drink je op je vijftigste pickwickthee, dan blijf je dat doen tot je laatste snik. Reclame richten op jou heeften hun ogen geen zin meer. Dat klopt toch van geen kant.
Ik denk dat die marketeers niet in de gaten hebben dat 60 het nieuwe 40 is. Ze veronachtzamen een groeiende groep ouderen die behoorlijk wat te besteden heeft. Waarschijnlijk zorgen ze er met hun reclame uitingen zelfs voor dat hun stelling bewaarheid wordt. Want wie voelt zich straks nog aangesproken om wat voor thee dan ook te drinken?
Ik niet, gekleed in mijn nieuwe jeans en leren jasje hef ik mijn glas champagne, cheers Joanna.
Op het eerste gezicht ligt het niet voor de hand. Toch zoeken de gemeentebesturen van Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer elkaar al enige tijd op. Zoetermeer is een stad met meer dan 100.000 inwoners. Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp zijn fusiegemeenten van een aantal kleinere dorpen. De eerste in de Rotterdamse regio en de laatste in de Haagse regio en hebben allebei nog geen 60.000 inwoners. Wat houdt die samenwerking zoal in? Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp hebben bijvoorbeeld de uitvoering van sociale zaken samen gevoegd. Lansingerland en Zoetermeer werken samen in Bleizo. Dat gaat om de ontwikkeling van het gebied langs de A12 tussen Zoetermeer en Bleiswijk. Hier komt een verkeersknooppunt met een NS station en ruimte voor vernieuwende bedrijven en indoor recreatie.
Buren
Dat komt allemaal omdat we buren zijn. Maar er is meer, binnenkort worden de Rotterdamse en Haagse regio samengevoegd tot een metropool. Dan is het wel handig als je aan de uiterste oostkant van het gebied elkaar weet te vinden en je krachten bundelt. De gemeentebesturen en de ambtelijke organisaties hebben op regelmatige basis contact. Alleen, de griffies van Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer hadden elkaar nog niet ontmoet. Het was er domweg nog niet van gekomen, totdat de griffier van Lansingerland ons spontaan uitnodigde om een kijkje te komen nemen op het nog bijna nieuwe gemeentehuis langs de Boterdorpseweg.
Glas
We werden ontvangen en rondgeleid door het prachtige gebouw. Veel glas, dat past wel in deze omgeving met veel glastuinbouw. Alles is daardoor heel open, je kunt zelfs het college zien vergaderen. We waren er op een dinsdag en hebben het met eigen ogen gezien. Ondanks al dat glas en beton voelt het gebouw heel prettig en warm. Dat komt door de warme kleuren en materialen, zachte vloerbedekking onder je voeten. Ik zou er zo willen werken. En bijzonder, degenen die er werken zijn nog steeds erg blij.
Photo by S. Bruens
Voor herhaling vatbaar
Toch hadden we maar kort aandacht voor het gebouw. Het Grote Uitwisselen begon direct. Als griffie ben je binnen de ambtelijke organisatie een beetje een vreemde eend. We werken niet voor het college maar voor de raad en dat maakt echt verschil. Kom je collega’s van andere griffies tegen dan is er een feest der herkenning en is het:
Hoe doen jullie dat?
Welk systeem gebruiken jullie daarvoor?
niet van de lucht. Het gaat dan over het werken met rekenkamers, het vergadermodel, het systeem waarmee je de vergaderingen uitzendt, het volgsysteem voor moties. Alles waar de gemiddelde ambtenaar op het gemeentehuis niet veel mee te maken heeft, maar voor ons van levensbelang. Bijna dan.
“Het is heel mooi geworden. Hij woont er nu een paar weken. Ze kunnen er zelf koken maar ook met elkaar eten. Er is een wasmachine en een ruimte om te strijken. Dat is natuurlijk heel goed voor zijn zelfstandigheid.”
Al pratende met haar vriendin stapte ze voor mij de metro in. Ik werd helemaal enthousiast van haar woorden. Zou het niet geweldig zijn als ik oud was en niet meer zelfstandig kon wonen in zo’n voorziening terecht kon. Een woning waar ik toch voor mezelf kon koken of als het zo uitkwam met anderen samen mee kon eten. Gezelligheid als ik daar behoefte aan had. Mijn was zou ik er zelf ook nog kunnen doen. Maar dan wel zo dat iemand oplet dat het goed gaat. Dat ik het strijkijzer niet vergeet uit te zetten. Doen wat ik nog kan, geestelijk en lichamelijk blijf ik fit. Misschien is er ook wel een tuin bij, waarin ik dan kon helpen. Ik zag het al helemaal voor mij. Een plek waar altijd de zon schijnt.
Schuin achter mij, twee bankjes verder, werd het gesprek vervolgd. “Ik denk dat hij alleen nog maar thuis komt in de weekenden vlak voor zijn tentamens.”
Met één klap was ik weer in een metro met beregende ramen. Het gesprek ging niet over haar vader maar over haar zoon. Die was kennelijk net in een nieuwe studentenflat gaan wonen.
Dat mijn gedachten zo op hol waren geslagen, komt omdat ik het boek van Rudi Westendorp: Oud worden zonder het te zijn, aan het lezen was. Ik heb het net uit, maar het laat me niet los. Het maakt dat ik met optimisme oud ga worden. Ik ben van plan minstens 90 jaar te worden en er wat van te maken. De boodschap van Rudi Westendorp is dat oud worden voor een deel geluk en goede genen is, maar ook actief blijven en gezond leven. Nu we met z’n allen zoveel ouder worden als onze grootouders moeten we niet alleen zelf, maar ook als samenleving invulling geven aan dat langere leven. Dat betekent anders gaan denken over werken, wonen en pensionering. Niet meer uitkijken naar de dag waarop je met pensioen gaat met het vooruitzicht dat je het kalm aan gaat doen en gaat genieten. Dertig jaar lang, als het meezit, of tegen zit? Rust roest, geen e-bike voor mij en ik neem de trap naar boven.